Na de overdracht door Nederland van Nederlands Indie aan de Indonesische regering, dat op 27 december 1949 plaats vond, zaten de Officieren, Onderofficieren en Manschappen van het KNIL in Jakarta te wachten op wat er met hun toekomst ging gebeuren. De manschappen waren blij dat ze nog wat corvee diensten hadden. Allerlei geruchten deden de ronde. Ook Indische burger families wachten in spanning. Vooral zij die moeite hadden te bewijzen dat ze in aanmerking kwamen voor het Nederlands staatsburgerschap.

Diverse militairen, zoals ook de heer Bo Keller, kregen uitnodigingen om met een “Pa” te komen praten. Om ook kennis te maken met hun dochters. “Pa” wilde een afspraak tot een nep huwelijk maken met de bedoeling dat zij dan in Nederland konden komen.  Deze uitnodigingen kwamen van diverse families. De jonge soldaten staken daar de draak mee, maar achteraf gezien was het heel betreurenswaardig.

Omgekeerd waren er Indo onderofficieren, vaders die hun dochters opsloten, bang dat er misschien wat kan gebeuren, want ze gingen immers wel naar Nederland.

Dan de jonge dames die door de Hollandse soldaten werden gelokt. Zo’n Hollandse soldaat verteld dat zijn familie in Nederland een boerderij heeft met veel land. En of ze mee naar Holland wilde. En als ze er achter kwamen dat meneer de soldaat was gevlogen, stonden ze alleen met een dikke buik. Het was een tijd van weinig respect.

Door alle verhalen die toen in omloop waren gingen ook de luikjes bij de soldaten open. Wat ging er met ons gebeuren?

Eerst zagen we het naar Nederland vertrekkend kader. Velen hadden een staffunctie. Vooral ook Indo’s die bij de Inlichtingendienst en Militaire Politie zaten.
In het leger bestond toen nog het woord “Tropenjaren” en vele KNIL onderofficieren werden eenmaal in Nederland bevordert. Dat had weer een verkeerde uitwerking bij de in Nederland achter gebleven kader, veel ouder in leeftijd, die opeens jonge broekjes als collega’s kregen. Heer Keller vertelde dat zijn zwager als sergeant naar Nederland vertrok en vlak er na de rang van sergeant majoor kreeg. Na een paar jaren, rekening houdend met zijn tropenjaren, als een van de jongste Adjudanten bij de Koninklijke landmacht werd.

Wij zelf dachten dat wij wel ontslagen zouden worden. Zolang er niets gebeurde waren we als hulpjes ingedeeld voor de opvang van Europese KNIL troepen die uit de buitengewesten toestroomden, vaak met vrouw en kinderen. We deden gewoon koeliewerk.

Intussen hadden we nog met blote handen spontaan een aanval uitgevoerd op een TNI post die lukraak in de omgeving schoot. Hun ontwapend en hun buitgemaakte wapens in onze legering verstopt.

Wij zagen onze Officieren en Onderofficieren naar Holland vertrekken en wij minderen zaten op een kluitje, echt waar, LOL te schoppen.
Totdat wij uitgenodigd werden, om naar het Paleis te komen en onze bestemming kregen te horen. En daar zaten wij en hoorden van Totok Officieren, een man of 4/5, dat wij beter over kunnen stappen naar de TNI. En nu komt het, omdat wij en onze vrouwen en kinderen zich niet kunnen aanpassen in Nederland wat betreft het werk, taal en eten. Kortom wij waren niet WELKOM IN NEDERLAND!
Wij waren overdonderd en na enkele vragen uit het publiek kwam ook de vraag en NW. Guinea dan?
Wederom kregen wij het zelfde antwoord en werden de vragen op onze gezinnen afgewenteld. En toen sprongen wij als één man naar voren en sloegen die Totoks in elkaar en braken de zaal af.
Op eens sprong ergens vandaan een Officier Luchtsincher (Kolonel) tussen ons (heel dapper) en riep: “Jullie gaan naar NW. Guinea!”

Informatie van Wilhelm (Bo) Keller uit Velp bij Arnhem.

 

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Up