Lot van vrouwen

De tweede wereldoorlog, in zo verre het Nederlands-Indië betrof, ligt nu al lang achter ons, en de generaties, die deze ellende meemaakten, zijn bijna uitgestorven.  Al wat over blijft zijn de honderden familieverhalen, grotendeels gebaseerd op dagboeken, die sindsdien trachten die geschiedenis voor de eeuwigheid vast te leggen. Maar hoofdzakelijk waren dat allemaal kamp verhalen die een beeld gaven van de kamptijd, en maar vanuit een gezichtspunt: namelijk de schrijver of schrijfster.

Alle beetjes helpen om een beeld te vormen van het gebeuren in het voormalige Nederlands Indië, maar vanuit een geschiedkundige gezichtspunt, geeft deze literatuur een zeer bevooroordeelde blik. Het is het blik van de overlevenden die in staat waren lang na de oorlog hierover te schrijven.

Velen stierven en niet alleen maar de ouden van dagen. Zij hebben niets kunnen bijdragen aan deze literaire verzameling. Hun verhalen zijn verdwenen. En dan zijn er de velen die de kamp tijd overleefden maar te beroerd waren, te zwaar getroffen, om hun verhalen op schrift te stellen.  In een paar gevallen aan mij bekend, is de poging om na de oorlog innerlijke vrede te vinden een hopeloze mislukking geweest, alsof die gedwongen herleving van het verleden een stap te ver was. Een onzijdige samenstelling van de menselijke betekenis van die oorlog is daarom uiterst moeilijk.

Ik probeer met deze verhalen een breder overzicht te geven. In het voorgaande artikel besprak ik de vreemde Japanse politiek van internering van ongewenste buitenlanders in twee verschillende soort kampen: vrouwenkampen en mannenkampen.

Ik richt nu de aandacht op het lot van de geïnterneerden in de vrouwenkampen, en dat betekent, zoals ik eerde beaamde, niet alleen maar het lot van vrouwen. In totaal waren er   aan het einde van de oorlog vier en twintig vrouwenkampen in Indië en voor tien daarvan bestaan namenlijsten, vrijwel allemaal gebrekkig, en geen twee met dezelfde reeks gegevens. Het enigste dat ze in het gemeen hebben is de naam.

Tot het bittere einde bevatte de vrouwen kampen ook mannen. In de meeste gevallen waren de mannen in feite jongetjes van een tot twaalf jaar oud, , zijn hiervan voorbeelden. Een paar andere kampen hadden daarbij ook een stel zieken mannen, onder ander Ambarawa 7 en  Mater Dolorosa. Hoe het ook zij, de vrouwen kampen waren ingewikkeld.

De Britse Luitenant Overste Read Colins werd in December 1946 ondervraagd over de toestanden die hij in de kampen aantrof. Naar zijn mening waren de vrouwen in een gelijke lichamelijke staat als de mannen, maar hun geestelijk toestand was volgens hem, veel en veel slechter. Hij was van de mening dat dit verschil het resultaat was van twee aspecten.

De mannen waren grotendeels uitsluitend bezig met hun eigen overleving problemen, maar veel vrouwen hadden verantwoording voor anderen — oude mannen en vooral kinderen. Bijna de helft van de Tjideng kamp bevolking waren kinderen, die ook gevoed moesten worden, en ziek werden, en in sommige gevallen, ondeugend waren, zonder daar enig besef van te hebben. Daarbij kwam het feit dat in mannenkampen, kampleiders minder problemen hadden met discipline. Deze twee observaties zijn verbonden.[1]

Nu zal ik wat andere aspecten aanhalen die hier betrekking op hebben: het waren maar enkele vrouwen die gewend waren aan overzicht door andere vrouwen. Het vooroorlogse Indië was sterk patriarchaal. Nonnen waren vanuit dit opzicht het een en ander gewend, maar zij waren in kleine minderheid. In de kamp literatuur komen geregeld klachten voor over het gedrag van kampleidsters die niet bereid waren om stug op te treden tegen de bezetter. Vanaf het begin was het duidelijk dat de snel overvolle kampen een intern bestuur nodig hadden om ruzies te voorkomen, en de vrouwen namen zelf hier maatregelen voor. Toen kwam de kamp bewaking nog onder Japansche burger overzicht, vaak Japanse mannen die voor de oorlog in Indië gewoond hadden en westerse opvattingen begrepen en zodoende de vrouwenkampen enigszins beschermde van het uiterst strikte Japanse militaire gezag. Elly Campioni, in haar ongepubliceerde memoires maakt de volgende opmerking in dit verband:

Het hoofd van de Jappen (het burger kamp bestuur in Batavia), die dus een econoom was, was Kondo, ik kan wel zeggen, een door en door fatsoenlijk mens! Zoiets zal ik niet snel van een Jap zeggen, in feite altijd het tegendeel.

Elders in haar memoires beschrijft Elly het verschil tussen westerse en Japansche zeden. In haar vele onderhandelingen als kampleidster (in Grogol—buiten Batavia) met het Japansche bestuur:

Ook hadden we het vaak over de verschillende gewoonten. Zo vonden de Jappen het barbaars, dat een Hollandsche moeder haar kind sloeg! Dat was een schande, ja, en dan zeide ik: Maar jullie slaan je vrouw; dat vinden wij een schande! Weer hetzelfde gelach, een vrouw slaan was doodgewoon! Verder het feit, dat zoveel vrouwen lipstift en poeder droegen, een respectabele Japansche vrouw deed dat niet, alleen bij zeer speciale gelegenheden zoals als ze bruid was! Neen, wij haalden ons in hun ogen neer als we lipstick of poeder etc. gebruikten!

Ook, zou ik, als ik mocht zitten, altijd met m’n twee benen naast elkaar gaan zitten en hield dan m’n handen over elkaar, kleine dingen, die toch van grote invloed waren, en ze herhaaldelijk deed vragen, waarom ik me zo anders gedroeg dan de meeste andere vrouwen. Dit was het beetje kennis wat ik vroeger had opgedaan, en dan de rest gewoon intuïtie! Heb nooit laten weten, dat ik als kind in Japan was geweest!

Maar dat veranderde. Na 1943, een jaar van gevoelige militaire tegenslagen, werden de vrouwenkampen overgeschakeld van burger- naar Japanse militair gezag. Voor de militairen was de taak een stel vrouwen onder bedwang te houden vernederend. Van nu af aan, konden de vrouwen zonder meer klappen verwachten van de kampbewakers ― de Jappen (natuurlijk), maar ook van de Koreanen en zelfs Heiho’s (Indonesische hulpsoldaten) nu in dienst van de Keizer.

Deze verschillen in opvattingen tussen de Japanners en de Europeanen maakte de zaak erger. Kleding (te weinig in Japansche ogen), de groet (een buiging- tegen een Aziaat!), en dan het verschijnsel van een Europeesche vrouw met hogere opleiding die uitgescholden of afgeranseld werd door een Japansche soldaat die niet kon lezen of schrijven, veroorzaakte veel ellende.

Het Europeesche kamp bestuur werd vaak gewaar van deze verschillen van zeden, maar waren slecht in staat de duizenden vrouwen hier attent op te maken.

Daarbij kwam dat in Japanse opvattingen het bestuur uitsluitend bestond uit eenrichtingverkeer voor communicatie. De commandant gaf orders aan het Europeesche kamp bestuur en die moest ervoor zorgen dat de orders uitgevoerd werden. Als dit niet gebeurde werden een van twee maatregelen toegepast: of het Europeesche kamp hoofd werd afgeranseld, of het hele kamp kreeg straf―meestal door lang in de zon te moeten staan of het weerhouden van eten.

Elly Campioni, vroegere kampleidster in Grogol, een klein kamp van 800 vrouwen en kinderen, waar zij met enig succes de scepter zwaaide, verdomde, bij terugkeer in Tjideng die taak op zich te nemen in dit veel grotere en slechtere kamp: in haar woorden:

Als ik iets niet wilde, dan was het dit. Ik was indertijd door mijn eigen medebestuur kampleidster geworden (in Grogol), en zou dus nooit door een Jap aangewezen willen worden. Mijn weigering was heel beslist! Hij (beruchte Kaptein Sonei Kenichi) nam het niet en zeide nog: musti (moet), ik herhaalde tida (neen). Ineens schoot me iets te binnen en zeide ik in half Engels, half Maleis: OK, saja boss didalem, Sonei boss di locar, tida masoek! (OK, ik baas binnen, Sonei baas buiten, en komt niet binnen).

Elly had, vergeleken met andere kampleidsters, een enorm voordeel in haar onderhandelingen met Japansche militaire; in haar bezit een foto van haarzelf als vijftien jaar oud meisje tezamen met haar vader bij een handels bijeenkomst in Tokio en op de achtergrond duidelijk herkenbaar, kroonprins, later Goddelijke Keizer Hirohito.

Een verder bijdrage tot de droevige toestanden in de vrouwen kampen was het feit dat Japanse soldaten, vanaf maart 1944 verantwoordelijk voor alle kampen, uiterst ongeschikt waren om een vrouwenkamp onder hun gezag te hebben. Zij waren uitstekende vechtjassen, met hoop op glorie of een heldendood, maar totaal ongeschikt om toezicht te houden over vrouwen en kinderen.

De vrouwen waren daarbij verdeeld in twee groepen: moeders met kinderen, en vrouwen zonder kroost en allen bij elkaar gepropt in uiterst kleine ruimtes. Hoeveel moeders met kinderen in de kampen waren is onbekend. Volgens de Tjideng naam lijst waren er misschien wel 40-50% van de volwassene vrouwen, moeders met kinderen, jonger dan 13 jaar oud.

Moeders met meer dan een kind hadden het extra probleem: de voedsel verdeling bij tijden van bijzondere erge hongerlijden, en oh wee, als een kind zichzelf niet goed gedroeg in het bijzijn van een Japansche soldaat! Dan werd de moeder bont en blauw afgeranseld vanwege haar slechte opvoeding van het kind. De Japansche soldaat zou nooit een kind een pak slaag geven.

Het is dus niet te verbazen dat overste Read Collins, in zijn verslag bij het tribunaal van Tokyo 26 December 1946, de opmerking maakte dat de geestelijk toestand van de vrouwen na de oorlog veel slechter was dan dat van de mannen

NICOLAS D. J. READ-COLLINS , called as a witness on behalf of the prosecution, being first duly sworn testified as follows:

  1. And what was the behavior of the women?

A . The behavior of most of the women was distinctly abnormal.

  1. The physical condition of the women was similar to that of the men but their mental state was, in my opinion, more acute.

Dr. D. van Velden, in haar proefschrift “de Japanse Burgerkampen” 1963) maakte dezelfde soort opmerkingen:

Voor de vrouwen was de verhouding met de Japanners veel moeilijker dan voor de mannen .

In een volgend verhaal vertel ik meer over de vrouwen kampen, maar met behulp van de overblijvende naam lijsten en wat die door laten schemeren over de toestanden in Lampersari, Ambarawa , Kampili enz.

Boudewijn van Oort  (www.boudewynvanoort.com)

[1] International Military Tribunal of the Far East: Transcript of proceedings pp 13481-13613

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Up