Op 1 augustus 1945 werd de order uitgevaardigd.

Een jaar voor het einde van WO II gaf het Japanse ministerie van oorlog schriftelijke bevelen aan alle commandanten van gevangenkampen in Azië met de instructie om zich voor te bereiden op de “definitieve vernietiging” van hun krijgsgevangenen:

Of ze nu individueel of in groepen worden vernietigd, of hoe het ook wordt gedaan, met massale bombardementen, giftige rook, vergif, verdrinking, onthoofding of wat dan ook, laat ze verdwijnen zoals de situatie dat voorschrijft.
Het is in elk geval de bedoeling om geen enkeling te laten ontsnappen, om ze allemaal te vernietigen en geen sporen achter te laten.

 U kunt de vertaalde versie van deze officiële uitgegeven bevelen aan een kampcommandant in Taiwan hier vinden. Verdere opdrachten zullen de komende maanden volgen.

“De krijgsgevangenen moeten vernietigd worden zodra geallieerde troepen landden in de door Japan bezette gebieden waar zich de krijgsgevangenen werden vastgehouden. Dit om te voorkomen dat de krijgsgevangenen worden gered (of kunnen ontsnappen) en weer een krijgsmacht worden”.

Het bloedbad in Palawan

Het bevel, na verkeerde Japanse inlichtingen dat geallieerde troepen op het punt stonden op het eiland Palawan te landen, leidde tot een brute slachting op de Filippijnen.
De krijgsgevangenen van het eiland werden opgesloten in schuilkelders die vervolgens met benzine werden ondergedompeld en daarna in brand gestoken. Sommigen, die hadden geprobeerd te vluchten werden het slachtoffer van machinegeweer vuur; anderen zochten wanhopig een veilig heenkomen om over een nabijgelegen klif te klimmen, maar werden door de jappen met bajonetten gedood – sommigen smeekten om genade.

Dit verslag van het Palawan-bloedbad biedt een ijzingwekkende blik in wat bijna het lot werd van alle geallieerde gevangenen in het Verre Oosten.

Plannen om ook alle Burger gevangenen in voormalig Indie te doden

 Geïnterneerde burgers (inclusief vrouwen en kinderen) werden ook niet gespaard. Zowel militaire krijgsgevangenen als burgers werden vastgehouden in het Batu Lintang-kamp in Borneo. Opgravingen na de oorlog van de japanse executies  van alle gevangenen waarbij geen een het heeft overleefd, toonden als volgt:

Gevangen vrouwen, kinderen en nonnen kregen vergiftigd rijst te eten
Geïnterneerde mannen en katholieke priesters werden doodgeschoten en verbrand
Krijgsgevangenen moesten het oerwoud binnen marcheren waar ze werden doorgeschoten en vervolgens verbrand.
Zieken en zwakken werden een voor een in het kamp met bajonetten gedood en het hele kamp werd vervolgens in brand gestoken.

Dit was een herziende versie van een eerder plan (waarbij vrouwen en kinderen in hun verblijven zouden verbrand worden), en oorspronkelijk bedoeld om te worden uitgevoerd op 17/18 augustus 1945.

De japanse dodelijke uitvoeringsplannen werden na de Japanse overgave op 15 augustus, volledig gestopt. Echter de data 15 augustus 1945, japanse overgave en de data 17/18 augustus 1945, het uitroeien van alle gevangenen, laten zien hoe op het nippertje de japanse orders werden stop gezet.

Hun eigen graf graven

In de laatste maanden van de oorlog werden de krijgsgevangenen in Thailand gedwongen om enorme loopgraven (ongeveer 3 meter diep en 3 meter breed) rondom hun kampen te graven. Machinegeweren werden vervolgens geplaatst aan de buitenste hoeken van elk kamp, en gericht op de gevangenen.
In sommige gevallen hadden sympathieke Koreaanse bewakers de krijgsgevangenen getipt over de datum die was vastgesteld voor hun executie

Ter nauwe nood ontsnapt

De Japanners verwachtten een geallieerde invasie van Thailand op of rond 21 augustus 1945 en zij zouden op die datum de gevangenen vernietigen.
(In feite waren de geallieerden van plan om op 18 augustus in Thailand te landen, dus de ondergang van de gevangenen was misschien zelfs nog dreigender.) Toen Japan zich op 15 augustus overgaf, waren de gevangenen in Thailand minder dan een week verwijderd (en krijgsgevangenen in de andere gebieden minder dan een maand verwijderd) van de japanse geplande executiedatum.

De timing van de atoombommen was daarom cruciaal geweest: als de oorlog slechts korte tijd met conventionele middelen was voortgezet, zouden de gevangenen en geïnterneerden reeds zijn gedood. Op 6 augustus 1945 viel bom met de naam Little Boy op Hiroshima en op 9 augustus kreeg Nagasaki Fat Man op haar dak.

Impact van de atoombommen

De atoombommen hebben dus de levens van alle gevangenen vermoedelijk gered. Toen Japan zich op 15 augustus overgaf, waren de Thailand-gevangenen minder dan een week verwijderd (en krijgsgevangenen in de andere gebieden minder dan een maand verwijderd) van hun geplande executiedatum.

Nu Japan zich had overgegeven – ingegeven door de atoombombardementen op Hiroshima en Nagasaki – waren geen geallieerde invasies nodig.

Gedurende de japanse bezetting dat in 1942 begon, werden meer dan 42,000 Europese militairen van de KNIL en Koninklijke Marine gevangen genomen, ongeveer 25,000 Indische, Molukse en Indonesische, ongeveer 15,200 Britse en Brits Indiërs, ongeveer 5,600 Australiërs en ongeveer 1,100 Amerikanen.

Het aantal burgers in japanse concentratiekampen, bestaande uit mannen, vrouwen en kinderen werd geschat op 100,000. Deze gevangenen werden in ongeveer 200 jappenkampen in het voormalig Nederlands Indie onder erbarmelijke omstandigheden gevangen gehouden.

Twee tot vier maanden later stierven in Hiroshima tussen de 90,000 en 146,000 en in Nagasaki tussen de 129,000 en 226,000 mensen.

De experts moeten zelf erkennen dat de 2 atoombommen veel meer levens hebben gered dan ze hebben vernietigd.

Dit komt neer op ongeveer de helft van het gecombineerde dodental in Hiroshima en Nagasaki – en dat is voordat we de enorme verdere verliezen (aan beide kanten) gaan overwegen die een langdurige landoorlog zou hebben veroorzaakt.

Gegevens via The Prisoners List door Richard Kandler
Gegevens van het NIOD en Gravenstichting.

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Up