Indische herinneringen van Clara Elisabeth Chevalier – 1

De Chevalier Familie

De Franse Keizer Napoleon Bonaparte werd op 18 juni 1815 definitief verslagen tijdens de slag bij Waterloo, een Belgisch plaatsje ten noorden van Brussel dat daardoor historische betekenis kreeg.
Het leger sloeg toen op de vlucht. Antoine Cezar Chevalier, edelman en kapitein bij het Franse cavalerie, besloot Frankrijk te verlaten. Per schip zeilde hij met zijn familie naar het zuidoosten en ging maanden later voor anker bij het eiland Nias voor de westkust van Sumatra, het voormalig Nederlands-Indië.

Antoine Cesar Chevalier - Paps

Antoine Cesar Chevalier – Paps

Mams - Jacqueline Chevalier - Beljaars

Mams – Jacqueline Chevalier – Beljaars

Vervolgens besloot de familie Chevalier zich in tweeën op te splitsen; onze stamvader Antoine Cezar Chevalier besloot tot de oversteek naar west Sumatra en lande bij de plaats Sibolga, later de hoofdplaats van de residentie Tapanulie. De rest van de Chevalier familie zeilde door naar het eiland Java, waar een nieuw bestaan werd opgebouwd.
Op 8 maart 1835 is overgrootvader Antoine Cezar Chevalier te Batavia in het huwelijk getreden met de Belgische Coletta Cecillia Romanville Velu waarna zij zich op west Sumatra, Fort de Kock (Bukittinggi) vestigden. Zij kregen 8 kinderen, waar van de jongste Henri Alphons Chevalier mijn opa was.
Opa Henri Alphons Chevalier werd op 24 oktober 1848 te Padang, Sumatra geboren en is in 1884 te Padang Pandjang in het huwelijk getreden met Clara Rozenburg. Opa en oma kregen 11 kinderen, waarvan de drie na oudste, Ceasar Antoine Chevalier, mijn vader is. Pa is met mijn moeder Jacqueline Beljaars op 28 mei 1903 te Padang in het huwelijk getreden en kregen 9 gezonde kinderen. Ik was het 7de kind en ben op 22 maart 1915 geboren.

De oudste broer van opa Henri Alphons Chevalier, Adolf Caesar Chevalier, geboren te Padang in 1839, was in het huwelijk getreden met Helena Elisabeth Lamballais Tessensohn en kregen 8 kinderen.
Dan was er nog een zusje Carolina, die nooit was getrouwd, maar wel jaren gezorgd heeft voor de zoon van haar zus. De zoon was oom Dolf en zijn moeder is in het kraambed overleden en begraven te Padang.
De familie Chevalier had trouwens op de begraafplaats te Padang een groot stuk grond gekocht dat bestemd was als familiegraf.
De familie Chevalier waren trotse afstammelingen van Frankrijk, want alle officiële teksten en ook die op de begraafplaatsen waren in de Franse taal. Alleen onze overgrootvader Antoine Cezar Chevalier en overgrootmoeder Coletta Cecillia Romanville Velu liggen in het familiegraf te Fort de Kock. Onze overgrootvader is trouwens heel oud geworden, namelijk 100 jaren en een paar maanden. En de oude Minangkabauers van Fort de Kock wisten van hem te vertellen dat hij op hoge leeftijd nog te paard reed door de stad.

Mijn vader, Ceasar Antoine Chevalier werkte eerst als Stationschef bij de spoorwegen, maar al in 1912, voordat ik werd geboren, is hij voor zichzelf als ondernemer begonnen.
Hij opende een Garage bedrijf in de Chinese wijk van Padang en was importeur van de Amerikaanse Hudson. Daarnaast was hij ook vendumeester in Padang. Door zijn zakelijke instinct maakte hij goed geld, dat in huizen en stuk land zowel in Padang, Padang Pandjang en Fort de Kock werd omgezet.
Vervolgens kocht paps voor mams het hotel restaurant Belantung, het grootste in Padang.
Bij ons huis aan de slingerlaan hadden wij, behalve garages waarin de auto’s stonden ook stallen met renpaarden.
De hengst King en de merries Rosaline, die vele wedstrijden voor paps heeft gewonnen, Liberty 3, ook een winner, Betsy 4 en moederpaard en haar veulen Wodan. Dan waren er nog 3 karbouwen, 1 stier en 2 koeien en 4 gansen. Deze laatsten dienden als wakers in de nacht. Ook een kippenren met de nodige Red leghorns, krielkippen en de ajam kebirie en andere siersoorten. Enkele hadden van heel mooie lange staarten. Bij de eenden vijver hadden we de Maleise eenden en de Manilla eenden. Deze werden speciaal gefokt voor het gerecht zwart-zuur. Met het zicht op de garage was er ook nog een konijnenhok met konijnen en marmotten.

Bij de opengalerij van de eetkamer was de kooi van de pratende beo. Hij was alleen van de eetkamer te zien en 3 kanten van de kooi waren afgeschermd met zwart leer. Kippen die geslacht werden, blijven lang na spartelen en bloeden en komen dan in de buurt van de kooi. En Beo’s kunnen niet tegen het zien van bloed. Opzij van de verblijven van de bedienden stonden 2 grote duiventillen, waaronder ook de pauwstaarten. Zeker tweemaal per jaar werden jonge duiven geslacht voor duivenpastei.
Onder de grote ramboetanboom was het hok van de grote klapper aap. Feitelijk waren het twee hokken verbonden door een dikke bamboe stam. Om de bamboe zat een metalen ring en daaraan zat een lange ketting waaraan de aap vast zat. Zo kon hij de hele dag van de ene kant naar de ander slingeren.
Als de klappers rijp waren, klom de aap voor ons in de boom om ze te plukken en wat wij fantastisch vonden, was dat hij precies altijd wist welke klappers rijp waren. Oma maakte ook zelf de klapperolie.
Dan waren er nog 2 honden, Jantje en Itor, een zwart witte kat Minet en in een koperen kooi 2 Saksische kanaries. Deze kanaries zongen altijd mee als er piano door ons werd gespeeld.

Velen jaren later, ik was al 12 jaar, werd door een grote brand in de Chinese wijk, zijn hele auto bedrijf en werkplaats in de as gelegd.
Paps kwam helemaal in het verband thuis, zijn hoofd, zijn handen en kleren, maar hij is genezen. Maar littekens aan zijn handen heeft hij tot zijn dood behouden.
Paps was echter maanden uitgeschakeld en de brand heeft zijn zaken een enorme tik gegeven.
Van de 4 auto’s heeft hij de twee Hudsons verkocht en alleen de Fiat en een truck bleven over.
Daarnaast werden de renpaarden, de 3 karbouwen en het pluimvee verkocht.
Ook het personeel kwam aan de beurt. Op een enkele na werd iedereen ontslagen, gedwongen door gebrek aan werk en inkomsten.
Paps stierf vrij jong, op 55 jarige leeftijd, op 19 mei 1937 te Padang Pandjang. Mams heeft daarentegen de oorlog meegemaakt en o.a. bij ons in Bangkinang Jappenkamp doorgebracht. Na de oorlog is ze samen met haar jongste zoon, die beroeps bij de MLD was, en zijn gezin naar de Nederland vertrokken.
Zij kon zich daar echter niet aarden, want haar wortels heeft ze moeten achterlaten.
Op een morgen werd ze door haar kleindochter, Sylvia van Bronckhorst, dochter van mijn overleden zusje Romanville Chevalier en Meindert van Bronckhorst, dood liggend op de grond, in haar kamer van het pension in Katwijk, gevonden. Jacqueline Beljaars, ons moesje, stierf op 11 maart 1951 en ligt ook in Katwijk begraven.

Speak Your Mind

*