Indo’s uit Padang

Nog voor de invoering van de ethische politiek (1901), was een groep zelfbewuste Indo’s opgestaan, de Padangers. Zij lieten van zich horen in de krant, het Padangsch Handelsblad. Hun opvattingen waren die van Jong Indië, een beweging die zélf gelijke burgerrechten voor IndoEuropeanen en de autochtone bevolking claimde en daarvoor niet langer op hulp van totoks rekende. Indo’s en hun broedervolk moesten het voor het zeggen krijgen in Indië, Nederland moest ophouden met zijn exploitatiestaatkunde. De oorlog in Atjeh was daar een voorbeeld Opvattingen in kranten van Indische Nederlanders in Indonesië over de repatriëring BIJLAGE 3 Master thesis Kirsten Vos 2007 FHKW- Media & journalistiek – 10 – van: die was slechts een poging van Nederland een nieuwe bevolkingsgroep uit te kunnen buiten. De Padangers waren trots op hun gemengdheid en kozen de scheldwoorden Indo en sinjo als geuzennamen. Met hun opvattingen weken zij af van gangbare denkbeelden van veel Indo-Europeanen, die juist vonden dat zij bij de Nederlandse bevolking hoorden. Deze Indo’s vonden het wenselijker geen openlijke kritiek op Nederland te uiten, omdat zij zich van dat land afhankelijk voelden voor hun bestaan. Daarnaast waren zij juridisch gelijkgesteld aan de Europeanen en hadden het recht dezelfde behandeling te krijgen. Daar deden zij een beroep op bij de totoks. Padangers weken ook af van opvattingen van totoks en succesvolle Indo-Europeanen, die hun eisen ontkrachtten of veroordeelden als minachtend en wraakzuchtig tegen Nederland. Sociale status had te maken met meer dan huidskleur, namelijk met het succes dat een persoon van zijn leven gemaakt heeft en de bewijzen die hij daarvoor heeft. Indo’s die dat nog niet bereikt hadden en totoks die voor hen opkwamen, vonden deze ‘succesvollen’ arrogant omdat zij niet meer omkeken naar hun soortgenoten als zij het eenmaal gemaakt hadden.

Uit: Master thesis Kirsten Vos 2007

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Up