Het verborgen leed bestaat nog steeds… en ik blijf het hardop roepen              Door:  Han Dehne

Sommige Nederlanders ergeren zich regelmatig aan de kennelijk boosheid, afkeuring en haat die in allerlei commentaren worden geuit aan het adres van Nederlanders. En ik blijf het hardop uitroepen: bij dezen wil ik duidelijk maken dat dit beslist niet de individuele Nederlanders betreft. Het is altijd bedoeld als verwijten aan de Nederlandse overheden.
Slechts een heel klein aantal Nederlandse individuen uitte zich toen erg negatief, maar dat kon alleen het gevolg zijn van het eigen oorlogsverleden ten opzichte van de Duitse overheersing en hun onbekendheid met dat wat in het voormalig Nederlands Indië werkelijk was gebeurd. Vele Indische en Molukse mensen, zijn voor een belangrijk deel slachtoffer van een geschiedenis in de Oost die door de opeenvolgende Nederlandse overheden niet naar behoren is afgehandeld. Daar gaat dit artikel over.

Menigeen kan zich dit nog wel herinneren of heeft het aan den lijve meegemaakt. Er zijn veel Indische gezinnen na de Tweede Wereldoorlog vertrokken naar de een of andere bestemming in de wereld. De meesten zijn in Nederland aangekomen, een deel is naar Nieuw-Guinea vertrokken, naar Australië, Amerika en sommigen zelfs naar Zuid-Afrika.
De repatriëring heeft heel veel gezinnen uit hun natuurlijke omgeving gehaald, ik bedoel met natuurlijke omgeving, het geboorteland. Vele gewoontes die men van jongs af aan had leren kennen moesten in de nieuwe vreemde landen, het eerst veranderd worden.
Je moest je aanpassen, assimileren, en dat ging tegen de vastgeroeste levensgewoontes in van vooral de oudere Indische en Nederlandse mensen uit de tropen. Aanpassen moest je, anders kon je niet overleven, want jouw oude “ik”, moest ineens een nieuwe “ik” worden met gevolg dat het vooral bij de oudere Indo’s en Molukkers nogal wat invloeden had. Als je jong bent, ben je iets flexibeler, hoewel het toch wel frustraties binnen in jezelf oproept als je op een ongecontroleerd moment jezelf was en je door je Hollandse omgeving op harde wijze werd gecorrigeerd. Men vond je dan eigenaardig en lieten dat dan ook blijken, ja soms met een afwijzende houding. Dus je lette er in het vervolg wel op, om niet al te zeer als vreemdeling gekenmerkt te worden. Je voelde je toch Nederlands? Je sprak de taal en kende het land en zijn cultuur op het duimpje. Piece of cake, dat aanpassen.

Maar je had een raar accent, rook vaak naar knoflook en andere kruiden, en sommige Nederlandse uitdrukkingen kende je niet Maar is dat wel zo raar? Hebben zij zich niet totaal moeten geven om “echt” aangepast te raken? Hadden zij daarbij niet iets wat tegenstribbelde in hun binnenste, dat protesteerde iedere keer als het gevoel naar boven komt, dat je jezelf aan het verloochenen was?

De oudere generatie had geen tijd om te treuren over het verlies van familie, land, beroep en belevenissen uit de oorlog. Velen moesten zich gelijk weer op het heden van toen storten omdat de situatie zo verschillend was dan die 5 of 10 jaar eerder voor de oorlog. Men kon de trauma’s opgelopen in de kampen, interneringsgebieden, vernederingen en angsten niet verwerken omdat de tijd het hun niet gunde. Van het ene ogenblik op het andere werd men geconfronteerd met de wrede naweeën van een onafhankelijkheidsoorlog. Om nog maar niet te spreken over de Jappentijd en de ontberingen in diverse interneringskampen, zeg maar gerust concentratiekampen. Maar ook zij die de “buitenkampers” worden genoemd waren net zo goed slachtoffers van hun situatie.

Er zijn heden ten dage vele ouderen die de terugslag moeten verwerken. Waar eerst trauma’s konden worden beheerst door erover te zwijgen en ze niet te tonen aan de buitenwereld, deels uit onmacht en bang voor de eigen emoties die men dan moest tonen en daardoor zichtbaar werden, en deels omdat je er met niemand over kon praten, was de kracht eruit en kost het meer moeite.

Je had geleerd om niet te zeuren, je was opgevoed met een harde discipline die openlijke emoties niet toestaat, ook uit persoonlijk veiligheidsgevoel. Daarnaast moest je leven met het gegeven dat je moest zwijgen, omdat de mensen die de oorlog in Nederland hadden meegemaakt het ook zwaar hebben gehad. De enkeling die zijn of haar verhaal uit Indië wilde doen werd al gauw het zwijgen opgelegd met als argument dat de Duitsers heel erg waren geweest en dat de mensen in Indië nog geluk hadden omdat het fruit en zo gewoon aan de bomen groeiden.

De beleving van de trauma’s uiten zich door ongecontroleerde uitbarstingen die dan vaak op de kinderen werden afgereageerd. Het gevolg was mishandelingen, verslechterde verbintenis-gevoelens, ook vaak waren de ouders emotioneel zo ver gesloten dat je niet kunt spreken van warmte en genegenheid. Dat konden veel ouderen niet meer opbrengen. Het is helaas zo dat er vele ouderen deze trauma’s in hun graf hebben meegenomen en dat deze hun levensvreugde zeer hebben beperkt.

Was het maar zo dat ze hulp hadden gezocht. Hadden zij maar de hulp gehad die men heden ten dage kan bieden in diverse opvangcentra, gespecialiseerd in traumaverwerking. Nu zijn er speciale instellingen waar men behandeld kan worden. Ik noem hierbij de stichting 45 in Oegstgeest en de Sinai-centra in Amersfoort en Amstelveen. (waar ook mijn echtgenote bijna 3 jaar is behandeld)
Maar als je denkt dat vele lotgenoten die weg zoeken dan heb je het mis. De Indische man of vrouw is te bang en te gesloten om hulp te vragen, men ervaart hulp als zwakte en als je naar een psycholoog gaat ben je getikt.

Het is de verkeerde opvatting, helaas, want hulp kan de levensvreugde bevorderen. Je angsten en de daarbij gepaard gaande isolatie van emoties die eruit willen breken laten gaan, zodat je meer toegankelijk bent voor je omgeving. Eindelijk vrij van innerlijke belevenissen van vroeger. Eindelijk rouwen om iets wat je is overkomen. Ja, eindelijk het verdriet laten gaan zoals het zich binnen in je opgesloten aanvoelt. Ik merk dat soms Indische mensen om mij heen, voornamelijk de wat ouderen, zich gedragen alsof de wereld om hen heen nog steeds vijandig is.

De vaak gecamoufleerde gesloten instelling naar anderen toe, terwijl men met een schijnvertoning van openheid de wereld, de ware belevingen onthoudt. Als getraumatiseerde kun je niet anders dan jezelf anders voordoen dan wie je bent. De wereld is vijandig en je bent altijd alert, jouw echte genegenheid en andere gevoelens zijn vaak geblokkeerd. Het liefste verblijf je dan in je huis en als men buitenshuis onaardig tegen je doet, zie je dat als een bevestiging van wat je jezelf inbeeldt.

Dit alles heeft zijn tol geëist, kinderen die hun vader als rationeel en emotieloos ervaren, problemen met uitingen van emotionele blijdschap, emotionele bindingsangst, naar anderen toe. In je leven heerst het regime van de voorzichtigheid en oplettendheid, de nachtmerries, de blokkade van zichtbare spontaniteit die anderen van je verwachten, en waardoor je vaak tegen onbegrip aan loopt dat heel vaak resulteert in een ongewilde verwijdering.

Ook het beroerde beleid van de Nederlandse overheden geeft aan dit soort gevoelens een voedingsbodem. Het niet willen erkennen van de meer dan slechte opvang in Nederland van de Indische landgenoten, is velen een doorn in het oog. Alles zijn zij kwijtgeraakt. Land, geld en goederen. Zij moesten het allemaal zelf rooien.
En dat hebben ze gedaan die moeders en vaders van toen. Er was geen tijd voor praten en denken, nee, zo snel mogelijk moest het Nederlandse leven worden opgepakt, en daarbij geen gezeur, want de Nederlanders hadden het al zo moeilijk gehad. Dus niet klagen, maar slikken en schikken.

Velen van hen waren in dienst van de overheid in Nederlands Indië, en hebben nog steeds salarissen, over de oorlogsjaren, tegoed. Ook andere betalingen die Indonesië heeft gedaan zijn nooit doorbetaald aan de rechthebbenden. Elke vorm van een eerlijke tegemoetkoming voor al die mensen die have en goed verloren hebben en in Nederland terecht zijn gekomen zijn tot op heden voortdurend in de steek gelaten.

Ik kan er niet vaak genoeg over vertellen. Het is de schande die kleeft aan de Nederlandse politiek.

De Nederlandse overheid heeft zich in allerlei zaken altijd gedistantieerd met de boodschap dat zij in dienst waren van de Nederlands-Indische overheid en dus niet van Nederland.  Soms als je daar aan denkt dan zakt mijn broek af.
Joodse Nederlanders en leden van de Roma-gemeenschap hebben destijds een ruimhartige vergoeding gekregen voor het feit dat al hun goederen verloren zijn gegaan en voor het leed dat hen is aangedaan.

De Indische Nederlanders en Molukkers die land, have en goed hebben moeten achterlaten in Indië en het leed van de Japanse bezetting en de onafhankelijkheidsstrijd van de Indonesiërs achter zich hadden.

Niets, niets en nog eens niets! Het verborgen leed bij de Indische en Molukse mensen dragen velen ongemerkt met zich mee tot het einde. Vaak dierbaren achterlatend die hun eigen ouders nimmer echt hebben leren kennen.

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Up