Het boekje van Vrugtman,, de kringloop van de tijd in elf handtekeningen… 1942 – 1945

Beeld van een voorbije tijd, gezin Brijl rond 1910, geheel rechts Alfred Brijl

Het verhaal van een klein boekje dat evenals zijn eigenaar het Japanse krijgsgevangenkamp Harima, Osaka overleefde.

Door Ed Vermeulen

Zoals de aarde iets teruggeeft aan een archeoloog op zoek naar het verleden en de zee aan de duiker die uit een lang verloren gewaand scheepswrak een waardevol nautisch relikwie naar boven haalt, zo gaf de zolder van een oude, in 1905 gebouwde villa in Baarn met de rustieke naam ’Rust-Lust’, een handjevol jaren geleden, via de weg naar de Baarnse Kringloop winkel, zijn geheim prijs: een klein en door de tand des tijds ietwat gehavend boekje met de titel: ’De relativiteitstheorie van Einstein’.
Geschreven door H. Heukels uit Bloemendaal en uitgegeven in het jaar A.D 1923.

https://groenegraf.blogspot.com/2017/12/het-boekje-van-vrugtmande-kringloop-van.html

Het verhaal ’Het boekje van Vrugtman, de kringloop van de tijd in elf handtekeningen’ is opgedragen aan Jacques Zeno Brijl (1927), sinds december 2008 een zeer gewaardeerde ’penfriend’, bovenal echter de man die met een niet aflatende energie door middel van het verzorgen van aanvragen van herinneringsmedailles tracht onze in de strijd in Z.O Azië gesneuvelde militairen waardige en vooral individuele aandacht te geven en aan Jan van Dulm (1934-2011), auteur van het standaardwerk ‘Geïllustreerde Atlas van de Japanse kampen in Ned. Indië 1942-1945’. Tijdens onze ontmoetingen op de Pasar Malam Besar in Den Haag (nu Tong Tong Fair), voor het eerst in 1998, werd mijn openingsvraag: ’Hoe gaat het Jan?’ altijd door hem beantwoord met: ’Een race tegen de tijd, Ed!’ 

Stadswacht Sergeant Infanterie KNIL Frederik van der Schaar

Frederik van der Schaar werd op 6 januari 1904 te Haarlem geboren als zoon van Johannes van Der Schaar en Catharina Schouten. Hij huwde een Zwitserse Margaretha Klara Schärer en hadden 3 kinderen, Frederik, Felix en Margaretha.
Sedert 1927 was Frederik werkzaam als Chemicus in dienst van de HVA op Java, vervolgens sinds mei 1934 Fabrikagechef in Garoem bij de suikerplantage op Java en sedert januari 1940 Hoofdassistent vezelonderneming Laras van de Handels Vereniging Amsterdam.

WOII – De gevechten van het Commando “Midden-Sumatra” gedurende de periode februari/maart 1942
bron: J.J. Nortier

Vuurgevechten langs de weg PRAPAT en SIBORONGBORONG

Aan de vijandzijde werden deze gevechten gevoerd door voorhoede-elementen van de “Kunishi Advance Force”. De sterkte van deze gevechtsgroep bestond uit een anderhalve bataljon, een mortier compagnie en 3 Genieën.
In de ochtend van 12 maart 1942 kreeg Luitenant K. van der Ploeg bericht van een Japanse landing bij Tandjoengitam. Hij ontving daarop van Kapitein J.J.A. van de Lande opdracht, zich met het deel van de Stadswacht dat zich te Pematangsiantar bevond, naar Prapat te vertrekken. Luitenant van der Ploeg vertrok om ongeveer 12.00 uur uit Pematansiantar en kwam ongeveer 13.30 uur in Prapat aan. De verdedigende opstelling van zijn eenheid was nu een compagnie Stadswacht te Prapat en een sectie met 4 Fiat mitrailleurs onder Commando van reserve 1ste Luitenant Art. J.H. Muntjewerf te Sioehan aan het Toba meer, ten Noorden van Prapat. En bij gevaar van afsnijding moest deze eenheid zich via het Toba meer terugtrekken met een motorvaartuig waarachter een marine sloep; voorposten waren geplaatst langs de naar Prapat leidende wegen.
Intussen was de weg tussen Pematangsiantar and Prapat ter vernieling voorbereid met ingegraven vliegtuigbommen van 300 kg.
Een verzoek om één der overvalwagens ten behoeve te stellen van de voorposten, werd door de Bataljon Commando de majoor van Aarsen, afgewezen.
Op 13 mrt. 1942 om 01.15 uur rapporteerde Sergeant 1ste Klas J. Ensink, dat een aantal Stadswachten waren gedeserteerd.
Op 13 mrt. 1942 om 13.00 uur meldde de voorpost bij Aik Naoli, de nadering van de Japanse vijand. Hierop ging Luitenant van de Ploeg over tot de hoogste graad van gevechtsvaardigheid en controleerde de vernielingen langs de naderingswegen.
Deze bleken echter maar voor een deel goed te zijn uitgevoerd.
Terwijl hij bezig was met het uitvoeren van deze controle, hoorde hij mitrailleurvuur uit de richting van Sioehan. Het detachement van Luitenant Muntjewerf had op dat moment het vuur geopend op de naderende vijand.

Fred van der Schaar – Postume het MOK

Bij dit hevige vuurgevecht sneuvelde Stadswacht Sergeant Infanterie KNIL Frederik van der SCHAAR.
De Indonesische Stadswachtsoldaten waren na het eerste schot intussen verdwenen. Luitenant van der Ploeg nam van een hoog gelegen punt de vijand waar en zag dat de eigen troepen bij Sioehan de hellingen naar het Toba Meer afdalen.
Omdat Luitenant Muntjewerf meende geen kans meer te zien om over het Toba Meer terug te trekken, en aangezien dit zou moeten gebeuren onder volledige waarneming van de Japanse vijand en binnen bereik van hun wapens, besloot hij zich met de overgebleven mannen van zijn detachement, zich aan de vijand over te geven.

Koningin Wilhelmina heeft Frederik van de Schaar ook niet vergeten en heeft het volgende schrijven aan de familie doen toekomen:

Door al het bovenstaande heeft mevrouw Margaretha van Meerwijk – van der Schaar, wonende Potterlaan 2, 2102 CD Heemstede om aan haar vader Stadswacht Sergeant Infanterie KNIL Frederik van der Schaar, alsnog postum het MOK (Mobilisatie Oorlogskruis) toe te kennen. Aan de hand van onder meer de door SAIP beschikbare informatie en de altijd geweldige inzet van de heer Jacq. Z. Brijl, Luitenant- Kolonel bd en met de medewerking van Mindef werd dit alsnog op de juiste manier bezegeld.

 

KNIL soldaat Rudy Uijleman Anthonijs

Het echte gebeuren:
http://myindoworld.com/de-overleving-van-knil-soldaat-rudy-uijleman-anthonijs/

Familie Uijleman Anthonijs met in het midden staande Rudy en rechts Meity Ungerer

Proloog:
Nog niet zo lang geleden vertelde ik Meity Ungerer en haar echtgenoot Daniel Ungerer over het liefde werk van luitenant kolonel b.d. Jacq. Z. Brijl, die alsnog een verdiende onderscheiding kan regelen voor hun overleden familielid, zijnde vader, oom en/of broer. Mijn nicht Meity Ungerer, haar moeder is een zus van mijn vader Eddie Geenen, vertelde mij toen het relaas van een van haar broers, Rudy Uijleman Anthonijs. Zij bleken alle benodigde informatie en een interview op papier in hun bezit te hebben. Rudy was een van de slachtoffers, waar nooit aandacht was besteed. Hij heeft o.a. de grootste scheepsramp, Japanse Junyo Maru, overleefd. Voordien ook de Molukken transporten.
Dezelfde dag heb ik een email met alle benodigde gegevens aan de heer Jacq. Brijl verzonden en binnen de kortste tijd kreeg ik een positief antwoord. En dit in een periode dat de heer Jacq brijl met enorme pijn, niet kon lopen en zelf medische hulp nodig had. Een paar weken geleden kreeg ik een telefoon van de Ungerer’s dat ze via de aangetekende post uit Nederland van het ministerie van Defensie een grote enveloppe hadden ontvangen, t.w. het Mobilisatie- Oorlogskruis, het Ereteken voor “Orde & Vrede” en het Demob. Insigne KNIL.

Rudy Uijleman Anthonijs:
Hij werd geboren op 21 oktober 1923 te Sawah Lunto, Sumatra geboren.
Hij werd op 12 december 1941 opgeroepen voor militaire dienst en ingedeeld bij het 1ste Infanterie Bataljon te Bandung, Java.
Hij werd op 8 maart 1942 krijgsgevangen op Cimahi, Java.
Hij werd op 25 april 1943 via Surabaya ingescheept naar Timor waar hij onder erbarmelijke omstandigheden en wrede Jappen slavenwerk moest verrichten bij de aanleg van vliegvelden.
Hij werd ruim een jaar later op transport gezet naar gevangenkamp Makassar buiten Batavia.
Hij werd uitverkoren om te voet en onder Japanse bewaking naar Tandjong Priok te gaan.
Hij werd op 12 september 1944 ingescheept en in een ruim gestopt van hellschip Junyo Maru voor transport naar de westkust van Sumatra.
Hij geraakte op 15 september 1944 in de baai van Benkoelen te water. Dit nadat de Junyo Maru door 2 torpedo’s van de onderzeeboot Tradewind was getroffen en zonk.
Hij werd na 3 dagen in zee te hebben rondgezwommen en hangend aan balken en lijken op 18 september 1944 opgepikt door een Japanse torpedojager.
Hij werd op 19 september 1944 in Emmahaven, Sumatra, van boord gehaald en per vrachtwagen vervoerd naar het militair hospitaal in Padang.
Hij werd een maand later naar Pakan Baru getransporteerd en aan het werk gezet bij de bouw van de beruchte 220 km lange dodenspoor dwars door moerasoerwoud en bergen.
Hij werd na de Japanse capitulatie bij het KNIL Infanterie Bewakingspeloton te Bangkinang ingelijfd.
Hij werd eind oktober 1945 overgeplaatst naar Padang.
Hij werd in januari 1946 op transport naar Batavia gezet en ingedeeld bij de 1ste depot te Djaga Monjet peloton onderdeel mitrailleur afdeling.
Hij werd overgeplaatst naar de Pau – Pel, B Divisie.
Hij werd overgeplaatst naar de Staf B. Divisie met toestemming opzending naar Nederland.
Hij heeft in 1946 en 1947 als militair deelgenomen aan de acties Pasar Minggoe, Depok, Tangerang, Balaradja, en omgeving Tjiandeer.
Hij heeft ook deelgenomen aan de politionele acties te Pekalongan, Pemalang, en omgeving Tegal gedurende periode 21 juli tot 4 augustus 1947.
Hij werd op 27 maart 1948 per m.s. Sloterdijk op transport naar Nederland gezet.
Hij werd in Nederland eervol ontslagen en op 22 april 1948 met groot verlof gezonden.

Het Mobilisatie Oorlogskruis

Leden van het blad “De Indo” ontvingen het Mobilisatie Oorlogskruis.

Peggy Lesquillier, juriste in Utrecht, las in het blad “De Indo” over het goede werk van Jacq. Brijl.
Zij wilde ook zo graag eerherstel voor haar vader, Arno Lesquillier, die al op jonge leeftijd als KNIL soldaat door de Jap gevangen werd genomen. Hij werd met anderen naar Nagasaki, Japan, op transport gezet. Daar zag hij op nog geen 2 km vandaan op 9 augustus de atoombom ontploffen.
Hij liep zware brandwonden op. Daarnaast liep hij ook stralingsziekte op. Desondanks heeft hij nog aan twee politionele acties deelgenomen. Vervolgens werd de familie gerepatrieerd naar Nederland en kwamen in Westerbork terecht. Jacq. Brijl is blij dat hij de kinderen van Arno Lesquillier, Peggy en haar broers, weer trots kunnen laten zijn op hun vader. Hij kijkt tevreden toe als zijn kinderen de Mobilisatie Oorlogskruis en het Ereteken voor Oorlog en Vrede uitgereikt krijgen.

Charles Meyer, wonend in Upland, Californië, was zelf pas 2 jaar oud, toen zijn vader Karel Meyer stierf.
Mevrouw J. Meyer-Düren, echtgenote, kreeg van de Nederlandse Gravendienst te Surabaja de informatie, dat het resultaat van de opgravingen op het Europese en Indonesische kerkhof te Ngawi 89 slachtoffers telde, waarvan 6 bekend en 83 onbekend.

Staande tweede van links is Karel Meyer

Trotse Charles Meyer met het postum ere metaal van zijn vader

Daarbij moet gerekend worden dat uw echtgenoot tot de onbekenden behoord. Geen van de 83 slachtoffers kon worden geïdentificeerd. Alle slachtoffers werden herbegraven op het Ereveld Kembang Kuning en op 19, 20 en 21 april 1951 onder de No.’s CCC 42 t.m. 124.
Charles, nu ook gepensioneerd, besloot met echtgenote, naar Indonesië te gaan met als einddoel de begraafplaats Kembang Kuning te bezoeken. Daar ontdekte Charles Meyer dat zijn vader Karel Meyer als KNIL soldaat was gesneuveld. Charles had diverse artikelen in het blad “De Indo” gelezen betreffende het vrijwilligers werk van Luit. Kolonel b.d. Jacq. Brijl uit Den Haag. Het resultaat was heel simpel. Charles kon j.l. december 2016 vol trots het Mobilisatie Oorlogskruis (MOK) aan echtgenote, kinderen en kleinkinderen tonen.

Edmond Frederik Weise werd op 25 januari 1922 te Koedoes, Java, geboren en stierf als KNIL soldaat op de jonge leeftijd van 21 jaren. Hij ligt begraven op het Nederlands Ereveld Leuwigajah te Cimahi waarbij het kruis aangeeft Vak III, no. 26. Zijn vader was Paul Hendrik Weise, die geboren werd op 30 december 1891, stierf op 37 jarige leeftijd te Samarinda. Hij liet zijn echtgenote Wilhelmina Paulina Kouthoofd als weduwe met 3 kinderen achter.
Na Edmond overleed ook zijn beide zussen. Bianca Edme Weise op 29 jaar en Hermanna Hetty Weise op 31

jarige leeftijd. Hermanna Hetty Weise liet een dochter, Sylvia Weise, achter. In 1957 moest ieder persoon van Nederlandse komaf, op bevel van Sukarno, Indonesie verlaten.
Grootmoeder Wilhelmina Paulina Weise en haar kleindochter Sylvia Weise vertrokken per ms. Sibajak naar Nederland. Intussen is oma Paulina Weise in 1971 op 73 jarige leeftijd in Nederland overleden, daarbij een Weise achter laten, Sylvia.
Alle gegevens betreffende Edmond Frederik Weise tot aan zijn dood als KNIL militair ontbreken tot op heden. Maar als enig erfgenaam en overgebleven persoon van de tak Weise heeft de heer Jacq. Z Brijl Sylvia Weise toch enorm blij gemaakt toen ze per post het Mobilisatie Oorlogskruis (MOK) ter ere en herdenking van haar oom Edmond Frederik Weise mocht ontvangen.

Narcisse Karel Chevalier, door de jongeren werd hij “Broer” genoemd. Hij was dan ook 8 jaren ouder dan zijn zusje Clair Elisabeth Chevalier, mijn moeder. Vader Henri Antoine Joseph Chevalier and moeder Jacqueline Beljaars van Narcisse Karel Chevalier hadden het naar omstandigheden vrij goed.
De familie had 2 Hudson auto’s, beiden een 7 zitter. En Narcis was meestal een van de bestuurders op zondag op weg naar de kerk. In de familie heerste een heel sterke familieband.
Na zijn study is Narcisse Karel Chevalier gaan werken op het kantoor van het militaire hospitaal in Padang. Door de oorlogsdreiging met Japan, werd N.K. Chevalier ook onder de wapens geroepen.

In 1942 werd hij met andere KNIL’ers gevangen genomen en op transport naar Birma gezet waar hij met velen aan de beruchte Birma spoor te werk werd gesteld. Hij heeft de slaven arbeid niet overleefd en stierf op 29-5-1945 te Chungkai, Thailand.
Toen ik bovenstaande te weten kwam, vroeg ik, Ronny Geenen en zoon van Clair Elisabeth Chevalier aan Jacq. Z. Brijl, Luit. Kol. B.D. of ik ook in aanmerking kan komen voor het MOK om mijn oom N.K. Chevalier te mogen eren. Op 12-12-2016 j.l. bracht de post een pakket met het Mobilisatie Oorlogskruis (MOK). Het gevoel van trots was op dat moment onbeschrijfelijk. Dank Jacq.

Geen woorden maar daden van Jacq. Z. Brijl

Zowel de Koninklijke Marine, als de Marine Luchtvaartdienst en de Nederlandse Koopvaardij zijn beslist trots op de familie van Jacq. Z Brijl.

Zijn oom Luitenant ter Zee 1 Naas Chömpff was bij het uitbreken van de wereld oorlog met Japan commandant op de Torpeodbootjager Piet Hein. Tijdens de zeeslag met een Japans vlooteskader verloor hij in 1942 het leven, waarvoor hij postuim de Militaire Willemsorde 4# de klasse kreeg toegekend.

Een oudere broer van vader Brijl was gezagvoerder bij de Koninklijke Pakketvaart Maatschappy.

De KPM werd ingezet voor het vervoer van militaire troepen en hum materiaal. Boy Brijl kreeg in 1947 postuum het Kruis van Verdienste toegekend.

Jacq. Z. Brijl, Luitenant Kolonel bd.

Jacq. Z. Brijl, Luitenant Kolonel bd.

De heer Jacq. Brijl heeft zelf in Nieuw Guinea en Suriname samengewerkt met de MLD, Marine Luchtvaart Dienst en het Korps Mariniers. Ook was er later een goede relatie met het 320 Squadron van vliegkamp Valkenburg. Hij was toen voorzitter van de medische hulporganisatie Horizon Holland Foundation.

Na zijn pensionering en reeds de 80 gepasseerd zette Jacq. Z Brijl zich in voor de enkele honderden vergeten militairen in het voormalig Nederlands Indie alsnog aan een eervolle onderscheiding te helpen. Immers zei die toen bereidt waren zich op te offeren voor het vaderland, verdienen die erkenning.

Bovenstaande contacten komen daarbij goed van pas. Velen hebben voor het vaderland hun leven gegeven, anderen hebben het overleefd, maar al deze moedige mensen en hun families verdienen op z’n minst de Erkenning. Hun land Nederland moet hen daar dankbaar voor zijn.

In de vijf plus jaren dat dat hij hier mee bezig is, heeft Jacq. Brijl zeker al 100 veteranen en/of hun families aan een onderscheiding geholpen. Een paar dikke mappen thuis getuigen van zijn vele successen zowel in Nederland als in de vele andere landen, zoals Australie, Canada en de Verenigde Staten. Van recenter datum ziet u hier beneden een paar voorbeelden en de heer Brijl weet niet van ophouden.

Robert Karel Diks, geboren te Balikpapan, Borneo/Kalimantan, op 29 augustus 1923.

Mobilisatie Oorlogskruis

Mobilisatie Oorlogskruis

Oorlogsherinneringskruis

Oorlogsherinneringskruis

Ereteken voor Orde en Vrede

Ereteken voor Orde en Vrede

Rang: militie soldaat 1ste klasse Genietroepen, voor de oorlog 3de Bat. Genietroepen, na de oorlog o.a. bij Genie veldcie en MT te Palembang.

Hij overleed op 7 april 1989 in Duarte, Californie. De heer BH Crawford te Zwijndrecht had de eer het Mobilisatie Oorlogskruis postuum te mogen ontvangen.

De heer Brijl met echtgenote hebben een bezoek gebracht aan Etten-Leur, waar hij, namens de minister van Defensie Jeanne Hennis-Plasschaert, in het Indisch restaurant Ruma Dani 3 onderscheidingen uitgereikt heeft aan Ritmeester bd. Frans Snip en Mw. Frances Snip-Middleton, die alsnog waren toegekend aan landstorm soldaat Infanterie KNIL Hendrik Frederick Middleton,  teweten:

Het Mobilisatie Oorlogskruis
Het Ereteken voor Orde en Vrede
Het Demobilisatie Insigne KNIL

Intussen is bekend geworden dat de uitreiking van het MOK aan wijlen militaire Sergeant 1ste klasse Jan Nieuwdorp op 29 september 2016 aanstaande in het ZMA te Washington door de militaire attache, kolonel Marcel Buis, aan zijn kleinzoon en zijn dochter, mevrouw Ela Work-Nieuwdorp, worden uitgereikt.

Daarnaast heeft luitenant-kolonel bd. Brijl en trotse drager van het Bronzen Leeuw, de op een na hoogste dapperheidsonderscheiding van Nederland, nog diverse onvoltooide aanvragen onderhanden, zoals van Peggy Lesquillier namens haar vader, die de atoombomaanval op Japan heeft overleefd.

Ook Willy Fransz namens haar echtgenoot, die in de oorlog door de Jappen als gevangene gedwongen werd slavenarbeid te plegen aan de Pakan Baru Spoor te Sumatra.Hij overleed in April 1945. Willy Fransz zelf al 95 jaren oud, woont in Greenville, North Carolina.

Het is veel werk, maar zolang hij het kan doen, doet hij het met liefde. Het motto van de heer Brijl: “Ieder mens heeft het recht op waardering”.

Johannes Arnoldus Hendrick Breymann

Johannes Arnoldus Hendrick Breymann

Johannes Arnoldus Hendrick Breymann

In early 1940 Japan also threatened to invade the Dutch East Indies.

At that time Johannes Arnoldus Hendrick Breymann was a teacher at the Queen Wilhelmina Technical University in Batavia (today Jakarta, Indonesia). He was born in Waingapu on July 17, 1910 on the island of Sumba in the former Dutch East Indies archipelago.

The call for mobilization conscription in the KNIL (Royal Dutch East Indies Army) came on December 8, 1941 and as early as March 1942, Mr. Breymann as conscripted sergeant KNIL and all his colleagues were interned in a camp on Java controlled by the Japanese army.

But on a certain day he succeeded leaving the camp and knocked at the front door of his home in Meester Cornelis, Batavia. He appeared fully dressed in military uniform and could only say goodbye to his wife, his son and his two younger daughters. It was also the last time during a 3½ year war period they had seen him.

Mother Breymann and all other mothers and their children were left behind in a very difficult period. At the beginning many mothers were able to buy food through barter and by selling furniture and other useful items they had in their homes. However, at some point, mother Breymann could no longer sustain it and she had to move in with her retired father, who was living in the Kerkstraat, near the Rehobot avenue in Batavia.

Meanwhile, Sergeant J.A.H. Breymann together with other KNIL prisoners were deported to Japan. Upon arrival, he was transferred to the Japanese Internment camp Hakodate I, where he and his comrades were forced to hard labor under very inhumane conditions.

Sergeant J.A.H. Breymann survived the war and was transferred by the liberators on September 15, 1945 to Manila in the Philippines. Here the Dutch KNIL soldiers were given the badly needed medical treatments, food, cloth and time to recuperate from the cruel period in Japan. After this badly needed, but short time, Sergeant Breymann and co-KNIL military comrades were transferred by a British ship to Batavia. The KNIL assigned him to the 1st Division Art./3de Batt. to Balikpapan in Borneo.

Mother and children were still living with Grandpa when they were notified by the Red Cross that Sergeant Breyman J.A.H. was freed, and transported from Manila, Philippines and Batavia as a KNIL man to be stationed in Balikpapan, Borneo.

Mother and children managed to travel with a cargo ship from Batavia to Balikpapan where they found their father in good health; a particularly happy time for all.

After Indonesia became independent the Breymann family repatriated to the Netherlands and not much later they immigrated to the United States.

In the city Grants Pass of the state of Oregon the family built themselves a new life, and father Breymann went to work as a teacher again. There he also died and found his resting place on February 1983.

Not so long ago son Robert Breymann and his wife experience a very special day. They were given in honor and memory of Mr John Arnodus Hendrick Breymann the Mobilization-War Cross (MOK), including the Medal of “Order and Peace “+ the demobinsigne KNIL, which was established in 1948 by Queen Wilhelmina. This Mobilization-War Cross was made possible through the efforts of the Dutch East Indies veteran lieutenant-colonel bd Jacques Brijl, who despite his age, still find time to work and reward the forgotten Dutch KNIL soldiers and their families.

KNIL soldaat krijgt Oorlogskruis na 71 jaar!

KNIL Mobilisatie-Oorlogskruis

Als Landstorm soldaat tweede klasse der Infanterie werd Adrianus van Ingen tijdens de Tweede Wereld Oorlog door Japanners gevangen genomen en op 25 april 1943 vanuit Singapore per boot vervoerd naar Japan waar hij en anderen op 20 mei 1943 in kamp Fukuoka kamp No. 16, B werden geïnterneerd.

Zijn vader Martinus van Ingen, geboren te Vleuten (Utrecht) kwam in dienst van de KNIL en was van beroep Korporaal ziekenverpleger in Bandung. Hij huwde een ongeveer 33 jarige Inlandse vrouw met de naam Roos, die in Kediri bij Bandung was geboren.
Samen kregen ze 8 kinderen waar bij Adrianus, die op 14 februari 1907 te Ngawi (Bandung) de oudste was.
Als volwassen man werkte Adrianus bij de heer Busé, bioscoopbeheerder van o.a. Elita. Gedurende die periode voor de oorlog was hij Islamitisch gehuwd met Omoh uit Tjikapoendoeng Kolot te Bandung, die hem 5 zonen schonk.
De 5 zonen zijn:
Bertus van Ingen, geboren 26 februari 1934
Hendrik van Ingen, geboren 23 juni 1936
Harry van Ingen, geboren 13 augustus 1938
Willem van Ingen, geboren 12 april 1940
Albert van Ingen, geboren 11 november 1942

Toen de oorlog dreigde werd vader Adrianus van Ingen door de KNIL opgeroepen en ingedeeld als landstormsoldaat 2de klasse te Bandung. De heer Busé heeft moeder Omoh en kinderen geadviseerd om zo gauw mogelijk naar Nederland te vertrekken. Hij zag het toen al in dat er met de Nederlandse naam “van Ingen” geen toekomst mogelijkheden waren in het toenmalige Nederlands-Indië.
Gedurende de Japanse bezetting heeft de familie in een afgelegen dorp bij hun grootmoeder doorgebracht. Ook de periode na de oorlog ten tijde van kapitein Westerling in Bandung was het een angstige periode voor moeder Omoh en haar 5 kinderen.

Vader Adrianus moest intussen met andere landgenoten, maar ook Engelsen en Amerikanen, als slaven dwangarbeid in de mijnen van Fukuoka, Japan verrichten. Intussen was hij door het zware werk, gebrek aan voedsel en medicijnen, ziek geworden en het medisch rapport vermelde “Groupous Pneumonia”. De vermoedelijke doodsoorzaak was een explosie in de mijn, waarbij Adrianus van Ingen ook zijn rug brak. Hij stierf op 1 maart 1944 te 02:30 uur.

Zijn asresten zijn later overgedragen aan het Centraal Bureau Gravendienst te Batavia, Java en heden heeft Adrianus van Ingen een rustplaats gevonden op Menteng Pulo te Jakarta.
Intussen zijn moeder Omoh en haar kinderen met de hulp van ooms en tantes medio 1965 in Nederland aangekomen en hebben allen zich een goede plaats in de maatschappij verworven.

Helaas heeft niemand van de familie een foto van vader en grootvader Adrianus van Ingen, waardoor ook niemand weet hoe hij er heeft uitgezien.
Ik vond dat ik persoonlijk er iets moest doen en besloot mijn vriend Albert en zijn vrouw Henriëtte in contact te brengen met Indië-veteraan Lt-kolonel b.d. Jacques Z. Brijl, die zich ondanks zijn hoge leeftijd nog regelmatig inzet voor het toekennen van decoraties aan vergeten Indië-veteranen. De heer Brijl is zelf onder andere drager van de Bronzen Leeuw, dat de een na hoogste militaire onderscheiding voor moed, is.
De laatste jaren heb ik de heer Brijl als een bijzonder integer mens leren kennen. Zijn missie is het voordragen van ex-militairen van het KNIL voor een onderscheiding, zoals het Mobilisatie Oorlogskruis (MOK). En hierbij dient vermeldt te worden, dat de heer Brijl alles belangeloos doet en dat het ministerie van Defensie de beslissende factor is.
Woensdag 9 december 2015 j.l. werden de heer en mevrouw Brijl per militair auto naar het huis van de familie van A. van Ingen in Alphen a/d Rijn gereden.

Namens de minister van Defensie werd op deze middag door de heer Brijl in aanwezigheid van beide echtgenoten het Mobilisatie Oorlogskruis uitgereikt aan de heer Albert van Ingen. Een gelukkige Albert heeft de versierselen van de postuum aan zijn vader Landstormsoldaat 1ste klas KNIL Adrianus van Ingen, toegekende onderscheiding, in ontvangst genomen.

Posthumous honored with the Mobilization War Cross

Johannes Jacobus WINSSER has been posthumous honored with the Mobilization War Cross!

The family Francois Marie Winsser-Laarhuis consisted out of father, mother and 5 children, 3 girls and 2 boys. All the 5 children were born in the home town of their parents, the city of Semarang in the former Dutch-Indies.
Grandfather Frans Winsser has first served as a military in the Royal Dutch Indies Army and made it to Non-Commission Officer (NCO). After his military service he joined the police corps of Semarang and became superintendent of police.

Grandpa Frans Winsser

Grandpa Frans Winsser

Family Winsser-Laarhuis, standing beside his mother is Jan Winsser

Family Winsser-Laarhuis, standing beside his mother is Jan Winsser

 

Grandfather Frans Winsser Family Francois Marie Winsser-Laarhuis
standing beside his mother is Jan Winsser
His youngest son Johannes Jacobus Winsser was born on March 30, 1913 in Semarang.
Jan Winsser decided to join the KNIL as a professional and hold the position of European Brigade Titular in the Dutch Infantry.
At the age of 24 he got married to his lovely wife Suze Pauline Jeekel. Suze Pauline Jeekel herself was born in Delanggu, in the region Klaten, which is located on Mid-Java between Jogjakarta and Surakarta.
What exactly happened during the Japanese occupation, but Jan (Johannes Jacobus) Winsser became a Japanese prisoner of war on March 8, 1942.
He was one of the many chosen Dutch KNIL soldiers transported like cattle by the Japanese under terrible heat and with nearly no food and water by open trucks trains and boats to Burma where they had to build and work like slaves on the Burma Railway at the orders of the Empire of Japan. This railway, which is 258 miles long (415 km) long, is also known as the Death railway between Ban Pong, Thailand and Thanbyuzayat, Burma.
After above mentioned ordeal he was moved by the Japanese military to a Japanese concentration camp in Raha, South Celebes where he died on April 11, 1945, just a couple months before the end of the war.

Johannes Jacobus Winsser was honored with the MOK

Johannes Jacobus Winsser was honored with the MOK

Meanwhile his wife Suze Pauline Jeekel and her 3 children, the girls Gertrude and Sylvia and their son Ronny, had to survive a horrible and cruel war. They were welcome by Aunt Jeane Riekerk, who had a large house in the country just outside Cimahi.
Directly after world war two was ended and the Japanese capitulation was a fact the bersiap broke out and especially young Indonesian, part trained by Japanese, want their independence and went after the Dutch-Indo’s, most women and children. Suddenly news was spread; that a British ship did arrived in Semarang with prisoners of war from the Thailand-Burma railway and Suze Pauline decided also to go with her 3 children to Semarang. At the harbor they found out that the ship had no prisoners of war, but British and Indian military personnel and soldiers, who had to stabilize the peace in Semarang and surrounding areas.
Moments later the Indonesian permudas attacked the people in Semarang and at the harbor and for the safety of the women and their children they were all moved to board a British ship (possibly the Sussex). Suze Pauline and her children were then transported to Thailand. In Thailand she found out that her husband was no longer a laborer and much later also that he had died. She then was shipped back to Batavia, and from there to the Netherlands. Meanwhile she got remarried to Mr. Somers and together they had another 5 children. Then the opportunity came and they decided to leave the Netherlands for America and arrived in California.
Today Suze Pauline Somers-Jeekel still lives at the age of 97 among her family.
Huib Otto, the son of one of the sisters of Jan Winsser, have never met uncle Jan. But he found it important for the family to apply for the MOK.
Per The Minister of Defense a letter dated June 11, 2015, including the Mobilization War Cross and Certificate, was sent by certified mail to the daughter of J.J. Winsser, Mrs. Sylvia P. Kailola-Winsser in Cerritos, California.
Last but not least, like many families before, the Winsser families were honored because of the tirelessness work and devotion of Jacques Z. Brijl, Luitenant-kolonel bd, drg. “Bronzen Leeuw”.

Mobilisatie Oorlogskruis

Mobilisatie Oorlogskruis voor de KNIL soldaten en/of nabestaanden.

U, die hem nog niet kennen, wil ik graag voorstellen aan Jacques Zeno Brijl, Luitenant- Kolonel b.d. van de Koninklijke Landmacht. Ondanks zijn ver gevorderde leeftijd, hij is zelf geboren in 1927, gaat hij door met zijn missie: in dit geval het voordragen van ex-militairen van het KNIL, die slaven arbeid hebben moeten verrichten aan zowel de Birma als de Pakan Baru, Sumatra spoorweg, voor een onderscheiding. Intussen hebben ruim 40 families deze onderscheiding mogen ontvangen.
En hierbij dient vermeldt te worden, dat de heer Brijl alles belangeloos doet en dat het ministerie van Defensie de beslissende factor is.

In beginsel zijn er een paar eisen van het MinDef, zoals o.a. moet de overleden KNIL -militair op zijn minst een minimum aantal maanden in dienst van het KNIL zijn geweest; de familie die voor hun (groot) vader een onderscheiding toegekend willen hebben moeten beslist de (klein)zonen en/of dochters zijn van de overledene. Dus beslist geen neven en nichten. Een uitzondering kan mogelijk gemaakt worden, wanneer er geen (klein)zonen en/of dochters zijn van de overledene.
De verzoeker/ster moet dan zoveel mogelijk gegevens verstrekken betreffende zijn/haar volledige naam, als ook de volledige adresgegevens plus telefoon en email, de familierelatie en zoveel mogelijk gegevens van de betrokken (groot)vader, etc. die tijdens WOII is overleden.

Als betrokkene ook na 1945 bij de KNIL heeft gediend, dan is het niet uitgesloten, dat hij in die periode al onderscheidingen toegekend heeft gekregen. Blijkt dat niet het geval te zijn, dan kan de heer Brijl proberen middels een verzoek aan MinDef, of aan de overleden militair alsnog een “bintang” kan worden toegekend en die aan zijn verzoeker/ster (bijv. aangetekend via de Post)
wordt toegezonden. Maar dat is volledig afhankelijk van de beslissing van MinDef.

Er is een regeling getroffen waarbij het MinDef de heer Jacques Zeno Brijl heeft aangewezen als de enige persoon, die vooralsnog namens Defensie, deze onderscheidingen mag uitreiken.
De heer Brijl probeert echter wel zo veel mogelijk een Burgemeester of een andere hoge militaire autoriteit erbij te betrekken, om te proberen om de uitreiking zo EERVOL mogelijk te laten verlopen.

Mocht U een (groot)vader met bovenstaande ervaring hebben of een familie weten, die aan de voorwaarden voldoet, dan mag U of deze familie direct kontakt zoeken met de heer Brijl en hij is beslist bereid moeite te doen en te proberen U of een familie alsnog aan een postume onderscheiding voor hun (groot)vader helpen.

Hier beneden zijn de gegevens:

Afz. Jacq. Z. Brijl
dr. R.J. Fruinstraat 40
2552 LD den Haag.-
The Netherlands
Email: bimbo.b@casema.nl

Ook kunt U de volgende personen benaderen en/of de volgende sites open klikken om gegevens te vinden betreffende uw (groot)vader:
Dhr. Michiel Schwartzenberg
070-4455823
Oorlogsnazorg

Ook kunt U om hulp vragen voor de benodigde gegevens aan Henk Beekhuis van MinDef via zijn email: h.beekhuis@planet.nl

Voor documenten, kampkaart en namenlijsten op de verschillende aanwezige websites:
http://www.japansekrijgsgevangenkampen.nl/
http://www.japanseburgerkampen.nl/
http://www.bersiapkampen.nl/
http://www.gahetna..nl/ (via deze site kunt U aanvraag doen naar een kampkaart, het is de moeite waard) En welke gegevens hiervoor nodig zijn, kunt U ook op deze site lezen.

P.S.: Tijdens Veteranendag op 28 juni jI. Op het Binnenhof in Den Haag werd dhr. Brijl een hoge onderscheiding, het Ereteken voor Verdienste in Goud, overhandigd door Minister van Defensie Hennis Plasschaert
Verguld was dhr. Brijl ook met de felicitaties van Koning Willem-Alexander die hem persoonlijk een hand kwam geven en een praatje maakte.

Translate »