Het aantal Indische Nederlanders en Molukkers geschat vandaag naar de bekende cijfers van de jaren 1946 tot en met 1973.

In 1940, voordat Japan bezit nam van het voormalig Nederlands-Indië (maart 1942), was de Europese bevolkingsgrootte ongeveer 250.000. Hiervan waren er tussen 80% a 90% Indische-Europeanen; dus 200.000 a 225.000. Na de capitulatie van Japan werden tussen 1945 en 1950, tijdens de bersiap periode, in een 8 maanden tijdsbestek ongeveer 20.000 vooral Indische Nederlanders op gruwelijke wijze vermoord.

Op 24 november 1945 werden onder het propaganda geschreeuw van Sutomo zijn volgelingen, de jonge permuda’s, opgehitst, waarbij vooral jacht werd gemaakt op ongewapende Nederlanders, Indische Nederlanders en Molukkers, waarbij kinderen niet werden gespaard.

Vlak na de eerste golf van emigranten (100.000), waaronder Indische Nederlanders, die zich min of meer in Nederland hadden gevestigd, werd door de toenmalige regering Drees een commissie onder leiding van Ph Werner, de secretaris-generaal van het pasgevormde ministerie van Maatschappelijk Werk, naar Indonesie gezonden. De commissie Werner moest onderzoeken, hoe een nieuwe stroom uit het voormalig Nederlands Indie kon worden voorkomen, waarbij onderscheid werd gemaakt tussen de blanda totok en de Indische van gemengd bloed. Het Nederlandse burgerrecht van de Indische Nederlander moest terzijde worden geschoven en daarvoor in de plaats kwam hun oosterse leef- en denkwijze, dat bepalend moet zijn om hun in Indonesie te houden. In eerste instantie bleef het raciale rapport van de commissie geheim. Maar de heer J van Baal, die een exemplaar kreeg, schreef aan de minister van Maatschappelijk Werk, dat Werner en de zijnen een rassenleer volgden `die in wezen van die van Hitler en Alfred Rosenberg niet veel verschilt.’ Hij parafraseerde het rapport als volgt: `Het ras der Nederlanders is superieur en wij willen alleen maar bijmenging met andere elementen, wanneer die blijken eveneens superieur te zijn.

Diverse schrijvers hebben ook gewezen op het feit dat Nederland, na hun ervaringen van de tweede wereld oorlog, aan een moeizame herbouw bezig waren.

De binnenkomst in Nederland gedurende 5 fases:

1945-1950: 100,000 Nederlanders. O.a. door de Bersiap, waarbij in een 8 maanden periode ongeveer 20,000 vooral Indische Nederlanders werden vermoord.
1950-1957: Rond de 200,000 Nederlanders, vooral ambtenaren en militair personeel, vertrokken naar Nederland.
1951- 1952 kwamen 12.500 Molukkers per boot naar Nederland; 3.500 Molukse soldaten uit het Koninklijk Nederlands-Indische Leger (KNIL) en hun gezinnen.
1957- 1958: Begin van de politieke problemen met Indonesie, vertrokken nog eens 20,000 Nederlanders naar Nederland.
1962- 1964: Nederland raakte Nieuw Guinea kwijt en 14,000 Nederlanders, waaronder een 500 tal Papoea’s vertrokken naar Nederland.
1945- 1967: De spijtoptanten. Van de 31,000 mensen die voor het Indonesische staatsburgerschap hadden gekozen, veranderden er 25,000 en werden weer Nederlander en verhuisden naar Europa.

Emigratie naar de Verenigde Staten van Amerika:
June 27, 1952), also known as the McCarran–Walter Act,

  • Vetoed by PresidentHarry S. Truman on June 25, 1952
  • Overridden by the House onJune 26, 1952 (278–113)
  • Overridden by the Senate and became law onJune 27, 1952 (57–26)

In 1951 waren er bij het Amerikaans Consulaat in Nederland al 33,500 aanvragen voor emigratie geregistreerd. Hierbij was er een wacht periode van 3 tot 5 jaren. Door de 1953 overstromingsramp in Zeeland werd het quota naar Amerika versoepeld met een extra 15,000 mogelijke Nederlandse emigranten.
In 1958 werd de Pastore-Walter Act nogmaals uitgebreid en konden nog eens 10.000 uit Nederland naar Amerika emigreren. De wet werd voor 2 jaren goed gekeurd. Van deze laatste wet hebben in de periode van 1965 tot 1973 ongeveer 30.000 personen om te emigreren gebruik gemaakt.
Tussen deze getallen van Indische Nederlanders, waren ook een 30 tal Molukse gezinnen. Dit komt uit op een 8,5%. Op 12,500 in Nederland wonende Molukkers betekend dat er ongeveer 100 tot 110 Molukkers naar Californië zijn vertrokken.
Intussen hebben diverse Amerindo’s ook niet stil gezeten en hebben families gesponsord uit Indonesie, Brazilië en ook uit Nederland.

Gedurende de jaren 1950 tot en met 1970 is het totale geschatte aantal Indische Nederlanders als emigrant naar de Verenigde Staten op 60.000.

Gedurende de zelfde periode waren er ongeveer 100 Indische mensen naar Brazilië geëmigreerd. En in 1954 vertrokken naar Australië 3631 personen en het totale aantal, inclusief de latere jaren (2005), wordt geschat op 10.000 Nederlanders.

Onderzoeker dr. Peter Post van het NIOD schat dat er tussen de 1,5 tot 2 miljoen mensen met een Indo-Europese achtergrond in Nederland wonen.
Gedurende de 5 fases emigratie kwamen er totaal 371.500 emigranten in Nederland. Van deze hoeveelheid Indische Nederlanders vertrokken er een 60.000 naar de VS. Dan moeten er in Amerika nu ongeveer 16,15% van 1.5 tot 2 miljoen zijn.
Het aantal Indische Nederlanders, of liever gezegd Amerindo’s, zal dan tussen de 242.000 en 323.000 zijn. Hiervan woont het merendeel in Southern Californië. Afgerond zullen er op het ogenblik een 300,000 Amerindos zijn

Informatie verkregen via CBS, Onderzoeker Carol Annink, Wim Willems, Sociologen J.E. Ellemers en R.E.F. Vaillant and Socioloog Boudie Rijkschroeff, Onderzoeker Dr. Peter Post van het NIOD en een team van NIDI (DE DEMOGRAFISCHE GESCHIEDENIS VAN INDISCHE NEDERLANDER)
Verder is er in Amerika door Jeroen Dewulf van de Universiteit Berkeley onderzoek verricht naar de Amerindo’s en last but not least wijlend Antropologe Greta Kwik en haar boek “The Indos of Southern California: A Preliminary Study of Ethnicity and Assimilation Among Refugee-immigrants

6 Comments

  1. Dank voor deze uiteenzetting in cijfers en jaartallen. Het aantal Molukkers dat naar US zijn gegaan, verrast mij enigszins. Fijn om te weten dat de Indische geschiedenis zelfs tot in de VS leeft.
    Het is jammer dat ik t niet meer met mijn vader kan delen. U draagt letterlijk bij aan een stuk healing doordat de lezer t inmiddels met een zekere afstand tot zich kan nemen. Keep u the good works.

  2. Beste Mw. R. Tea-Nanlohij: Het doet mij goed, dat U het waardeert. Maar van de andere kant is het wel jammer, dat de meeste Indische Nederlanders in Nederland te weinig over de grenzen kijken. Vooral de Indische Organisaties in Nederland zijn vaak Oost-Indisch doof voor hun landgenoten in het buitenland.
    Wij hebben hier in California al voor een kleine 60 jaren een klein tijdschrift, De Indo, die door mensen in 17 a 18 landen wordt gelezen. Ook ik schrijf artikelen voor dat blad. Daarnaast is er een Indisch-Amerikaans website TheIndoProject.org of .com die ook probeert de Indische in Nederland te bereiken.
    Ik kan u zeggen, dat de Indische in Amerika meer Indisch is dan de meesten in Nederland. Nogmaals dank voor uw bericht en het gaat u goed.

  3. Ik probeer uit te zoeken wat de verplaatsingen waren van mijn opa: Antonius Johannes Toussaint, ik heb foto’s gemaakt van het stamboek, maar daar staan alleen de bevorderingen, reizen van- en naar Nederland, bevorderingen, en tenslotte de ramp met de Junyo Maru. Ik zou graag willen weten waar mijn opa heeft verbleven. Voorbeeld mijn vader is geboren in Sigli, mijn tante, zijn zus in Tjimahi. Alle tips zijn welkom om de verplaatsingen in kaart te brengen

  4. Goede middag.

    Ik ben Tom Denissen en ben op zoek naar de familie Schuitemaker. Zij zijn in begin 50er jaren naar Gemert gekomen om te gaan wonen in dezelfde straat als ik, de Wassenaarstraat. De wijk, Molenakker, waarin wij woonden was speciaal gebouwd voor de repatriëringsgezinnen. Met hun zoon Stans heb ik nog mijn eerste communie gedaan en plotseling waren ze vertrokken naar Amerika, natuurlijk in mijn kinderlijk onbenul. In Gemert is nog steeds een groot samenhang gevoel van de Indo’s . Mijn vader en moeder hebben van 1936 tot en met 1950 in Indonesie gewoond, mijn vader zat bij het KNIL. In 1950 gerepatrieerd op SS Skaugum. 1 december aangekomen en 3 december ben ik geboren. Dus, gemaakt in Indonesie en geboren in Nederland. Graag zou ik weten hoe het de familie vergaan is. Hetzelfde geldt voor de familie Mezag die schuin tegenover mij woonde, dus op Wassenaarstraat 14 of 16. Ik ben dus een volbloed belanda die met Indo’s is opgegroeid en wij vormden toen al een hechte band. En nu, bijna 70 jaar later, bestaat die band nog steeds.
    Kunt u mij verder helpen?
    Bij voorbaat dank.
    Tom Denissen
    Den Helder
    Nederland

  5. Hi Tom, Leuk met je kennis te maken. Laten we eerst het hebben over Indo en Blanda. Ik denk dat je o.a. een van die 3de generatie Indo’s is die in Ned. is geboren. Jij hoort bij de groep met gemengd bloed door je aderen. Of zijn jouw ouders volledig Nederlands, dus zonder Indsch bloed?
    Daarnaast is het ook heel belangrijk hoe je karakter en aard is. Mijn jongste zus in Nederland begint nu op 66 jarige leeftijd pas te denken dat ze ook Indisch is. Maar zoals ze tot nu heeft gedragen, is ze veel meer blanda. Ik kan je zeggen dat ik volledig Indo ben. Dat komt omdat ik zowel Indie/Indonesie en Nederland volledig achter mij heb gelaten. Maar ik eet iedere dag Indisch. Vaak goed heet. Ik was 14 jaar toen wij naar Holland kwamen. Geen leuke tijd. Werd gediscrimineerd, uitgescholden, heb gevochten. Haatte de kou. Heb op jonge leeftijd al besloten niet in Nederland te blijven. Ik ben dan ook een stuk ouder dan jij. Ik ken ene Bob Schuitemaker, die in Den Haag woont. Hij zit in het bestuur dat de Bangkinang reunie jaarlijks organiseert. Zijn email is: streuniebangkinang@ziggo.nl De families in Amerika ken ik helaas niet. Maar ik zal ze proberen te vinden.
    Groet,
    Ron Geenen

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Up