Archives for September 2017

Who contributed to the rebuilding of the Netherlands (1950-1957)

On December 27, 1949 Queen Juliana signed the transfer of sovereignty in the Palace on the Dam in Amsterdam, which ended the existence of the Dutch Indies. Indonesia was from now an independent state.

However, much time and many month of negotiations were spent at the Round Table conference (RTC) in The Hague. Four parties attended, namely a Dutch Delegation, a Delegation from the Republic, which was proclaimed by Soekarno on August 17, 1949, a Delegation of Federalists from other parts and islands of Indonesia, a United Nations Committee (Unci). Meetings were prolonged; proposals were rejected and replaced. One Subject brought to the table by The Netherlands was the debt issue, which required a long time.
The Netherlands subpoenas and demanded a status as a privileged trading partner. This meant that all benefits to investment and profits from about 3 billion guilders of private Dutch property investments remained Dutch and had to be transferred at an attractive rate to Netherlands. This was recorded in a financial arrangement; Finec!

However, the Netherlands was still not satisfied. They do not want to give up the island of New Guinea. They wanted New Guinea to remain a colony. Their goal was to move all the Dutch-Indo’s from the islands to their latest colony and not to the Netherlands. And they also had in mind the rich mineral resources of New Guinea such as bauxite, copper, gold and oil.
Immediately after the transfer of sovereignty the distrust grew between the partners of the Union. Both partners are not willing to understand each other. Both Drees and Luns had their own policy without taking in account the wishes of their Indonesian partners.
Meanwhile the Indonesians persisted and made New Guinea the main theme of all kind of speeches.
On the other hand, The Netherlands already made a revision to the Constitution in 1956 that New Guinea is Dutch territory. Especially the insensibility of Mr. Luns made the Geneva Conference a complete failure. The created Union between the two countries was denounced and on August 4, 1956 the Indonesian Government stopped the payment of debts to The Netherlands.

Just over a year later, due to the New Guinea problem, all Dutch properties were confiscated by the Indonesian Government.

The following statements by Mr. Lambert Giebels from the Groene Amsterdammer are false and totally misinformed the public. He wrote:

“However, in the Netherlands most people were not aware, that when Indonesia stopped paying its debts, they already had paid nearly 4 billion guilders. The residual debt was still 650 million guilders. Also during the period 1948 to 1953 The Netherlands had received 1127 billion Marshall Aid as a loan”.
“Most people in the Netherlands had in mind that thank to the Marshall Aid they could rebuild their country”. “But the Indonesian debt payment was completely overlooked. Also, during the same period, all capital income, pensions and savings were transferred from Indonesia to the Netherlands. All income of the Dutch companies were flowing to the Netherlands to cover the poor years in the fiftieth”.
“The annual contribution was an average of 8% and the New Guinea issue made a stop to it. During the period 1950 to 1957 Indonesia had contributed to the rapid post-war industrialization of the Netherlands, which was known in Europe as “Le miracle Hollandais!”

Mrs. Griselda Molemans wrote:
The real story are documented at the National Archives in College Park, Md., and those pertaining to the Treaty of Wassenaar.

The Indonesian government never paid this debt of 4,2 billion guilders. President Sukarno flat out refused to pay the amount to the former colonizer. Long after Dutch New Guinea (West Papua) was reclaimed by Indonesia in 1962, the two governments finally were on speaking terms again. It was Dutch Secretary of State Luns who proposed to be ‘magnanimous by lowering the debt of 4,2 billion guilders to 600 million guilders with interest.’ The Treaty of Wassenaar sealed this deal by which Indonesia paid the amount over 30 years and displaced families who had fled Indonesia and Dutch New Guinea between December 1st, 1957 and September 1st, 1962 could file a request for financial compensation. Hardly any rightful claimant though was informed that this request had to be submitted in the summer of 1969. (Follow tfir.nl for this specific claim against the Dutch State).

Also, only a fourth of the Marshall Aid has been implemented by Finance Minister Lieftinck who defended himself to the Federal Reserve Board that he ‘needed to build financial reserve’ and preferred to ‘transfer this reserve to the Fed bank account of the Dutch National Bank’.

 

 

Het Indisch Herinnering Centrum (IHC)

Ja, het IHC komt er aan en wel aan de Sophialaan 10 in Den Haag. En volgens de overheid namens de staatssecretaris drs. M.J. van Rijn van VWS en het demissionaire cabinet is “de start van dit flexibele programmeringsdeel ten behoeve van de collectieve erkenning van Indisch Nederland per 1 januari 2018”.

Met de recente geschiedenis in gedachten is dit het zoveelste (4de ?) project om een Indisch Centraal punt te organiseren.
Uit de informatie over het 1st IH (Indisch Huis) kan gerust gesteld worden dat het toen een ernstige corrupte organisatie was. Zowel directie als staf profiteerden en nepotisme, onrechtmatige en ondoelmatige uitgaven vonden plaats. Er was toen een absoluut non-transparant financieel beleid met nihil resultaten!

Het debacle van het IH zou de Indische gemeenschap tot nadenken en zelfreflectie moeten stemmen. Echter de samenwerking bij de ontwikkeling van een nieuw centrum gaf blijk hoezeer de gemeenschap verdeeld is.
Er waren toen diverse vrij grote Indische Organisaties. Waarom heeft niemand toen proactief gehandeld en naar de toenmalige minister gestapt om ook een rol te willen spelen? Vooral met het vooruitzicht van een overheidssubsidie. Dat is toen niet gebeurd en het gebeurd ook vandaag nog steeds niet. Hoe hebben wij Indo’s ons over al die jaren maatschappelijk en politiek uitgedrukt? Immers een Indo kan heus wel zijn mondje roeren. Was er maar een beweging na 1960/1970 in Nederland geweest die eensgezind politiek bezig was.
Wat een verschil met de Marokkanen en Turken van vandaag. Die hebben een eigen politieke party, verschijnen regelmatig op de TV en laten zich via de kranten ook regelmatig hun visie horen. En waar zijn wij?

Conclusie: Klagen helpt niet als je decennia alleen maar zwijgt. Zwijgen is typisch Indisch, dat is blijkbaar een deel van onze cultuur.

De staatssecretaris van Rijn (VWS) heeft met vertegenwoordigers van de Nederlands-Indische gemeenschap, Indisch Platform, Indisch Herinneringscentrum, Stichting Pelita en Stichting Herdenking 15 augustus 1945 afspraken gemaakt over de verankering van het Indisch verleden in de Nederlandse samenleving. Ook het Indisch Platform, Stichting Herdenking 15 Augustus 1945 en het Moluks Historisch Museum hebben reeds bevestigd hun intrek te willen nemen in de pleisterplaats.

De brief spreekt over goede afspraken en een overeenkomst. Maar wat zijn de financiële en organisatorische voorwaarden? En met het verleden in gedachten, wat zijn de exacte subsidievoorwaarden? Wie gaat hun evalueren?

De brief van het ministerie van VWS aan de tweede kamer schrijft als doelstelling o.a. een nationale of regionale dimensie hebben (dus niet puur locatie gebonden zijn); – verbindend zijn tussen de Nederlandse samenleving en voormalig Nederlands-Indië, en/of de Nederlands-Indische groeperingen onderling; – vrij zijn van politiek-historische lading;

De volledige brief: file: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2017/08/11/kamerbrief-over-collectieve-erkenning-nederlands-indische-gemeenschap

Het is vreemd dat de overheid alleen naar de Indo’s in Nederland heeft gekeken en de gemeenschap elders in de wereld gewoon is vergeten. Natuurlijk is het volledig begrijpelijk dat er geen subsidiegeld naar b.v.  de Amerindo’s vloeit. Maar iets anders is de betrokkenheid bij de formulering en opzet van het IHC.
En wat hebben de 4 betrokken Indische Organisaties daarover gezegd?
Sluit je grote gemeenschappen van Indo’s elders vooraf uit bij de gedachtenvorming over het IHC dan werk je al van meet af aan tegen de centrale doelstelling.

Ook de Amerindo’s, de Indo’s in Canada, Brazilië, Australië, Indonesië en waar ook ter wereld vormen een ondeelbaar element van de Indische gemeenschap.
Of behoren deze Indo’s niet meer tot de Indische gemeenschap en zijn zij afgescheiden van de Indische In Nederland?

De Amerindo’s in Amerika met hun eigen organisaties zoals “De Indo” en de “De Indo Project” hoor je haast niet, want zij zijn er helemaal buiten gelaten. Alsof zij niets te maken hebben met het Indisch herinneren en herdenken!

Laten we hopen dat het nieuwe IHC ook voor alle Indo’s waar ter wereld is bestemd.