Archives for December 2016


In order to capture the Queen of the Netherlands and the government, the German army launched operation Fall Gelb on May 10th 1940, where for the first time in modern warfare thousands of paratroopers were deployed in large numbers. The airports Ypenburg, Valkenburg and Ockenburg were among the first attack targets. Kees Oversier (88), then cadet with the Garde Regiment Grenadiers, fought near Ockenburg in The Hague, where the airport was recaptured from the Germans.

It was around four o’clock in the morning of May 10 when hundreds of German paratroopers were dropped around Ockenburg. Kees Oversier, who as a 19-year-old Reservist Cadet Officer and section commander of the 1st Company of the 1st Battalion Grenadiers was stationed a few kilometres north of the airport, said that they were completely taken by surprise by the airborne troops. “We had never been trained for an attack from the air.”

Awakened by the sound of airplanes he immediately reported to Reservist Captain Muller Massis, the company commander. “Ammunition was distributed and we made ourselves ready to advance on the enemy. Where they were, we did not know exactly, but we did go in the direction of the airport Ockenburg in Loosduinen. In any case, we had to ensure that the enemy forces could not advance towards the center of The Hague. In those days communications were very poor, there was little coordination thus allowing anyone acting on their own initiative. However, also a lot of courage was displayed. Knowledge of the strength of the airborne troops we did not have. ”

German Preponderance

The airport itself was guarded and defended by troops of the 22nd Depot Company under Captain Boot.

Oversier: “There were roughly a hundred men who had only been in service for three months. They courageously stood firm and given us an opportunity to mobilize and march on”. While the Depot troops battered the German paratroopers and planes with rifles and faltering machine guns, several German transport aircraft still saw a quick opportunity to land, with the result that within a short time about four hundred Germans landed in and around the airport and immediately opened fire on the Dutch troops. Because of their superiority, the Germans managed to capture the airport early in the morning. The Depot troops lost 24 men and 13 were wounded in this attack. Because of the shelling the airport was out of order; it was one big disaster with twenty plane wrecks blocking the runway, making further German landings impossible. Led by General-Lieutenant Graf von Sponeck the Germans spread out in groups into the surrounding woods. In the meantime Dutch troops had begun encirclement of the woods.

Retake Airport

 Grenadiers and Jagers were quickly given orders to move up to the airport to recapture it. On the north side of Ockenburg the 1st Battalion Grenadier was in action, south-west of the airport, at Monster, the 1st Battalion Jagers. To the east, at Loosduinen, positions where a Grenadiers Section of the 47th Machine Gun Company, 47 PAG (anti-tank guns) and some reinforcements were stationed. The 1 Company Grenadiers, with among others, Oversier marched around eight o’clock in the morning of the 10th of May towards Loosduinen and the airport.

“Civilians were applauding us along the way, glad we went to fight the Germans. The ammunition car soon fell into enemy hands, and there were many skirmishes with the Germans. In the neighbourhood of Loosduinen we came under heavy fire, killing several soldiers and injuring our captain Muller Massis. Command was then transferred to Reservist 1st Lt. Verspyck Mijnssen and I was given responsibility for another section. Now I had as a 19-year-old man suddenly sixty men under me, all fathers with families who were called up during the mobilization. ”

Kees Oversier

War Over

 The next day, on May 12, the Grenadiers, in cooperation with the Jagers, were ordered to clear the entire wooded area around Ockenburg. “I have seen dead German paratroopers hanging in the trees. We also came across a number of motor bikes of the DKW brand, which I myself have ridden. The Germans had all sorts of things with them. I heard that they even had a white horse with them one of the planes to parade and mark their triumphal entry. That day we drew further through the woods to Monster, but by then our war was over and done”.

The parachute troops of Graf von Sponeck had regrouped and did not linger here but had moved toward Wateringen. There they fought on properly. Our task came to an end on that third day though, when Rotterdam was bombed and we as winners became the losers. For that we did cry.”

In the Militaire Spectator of August 1941 the fighting around Ockenburg was discussed in detail. The article also mentions the bold attack on the Belvedere by Kees Oversier: ‘Said Ensign behaved here very brave and showed a lot of prudence.’ ‘Fort this courage I received from my Queen Wilhelmina the Bronze Cross, which, in 1946 was awarded to me in the Dutch East Indies. “I was there, since March 1946, after traveling around the world, as staff officer and head of the Combat Intelligence with the Tiger Brigade in Semarang and Salatiga.

But the Bronze Cross is not the only award that Oversier received. During the war he was actively involved in Dordrecht with the underground resistance and he hid, among others, an American pilot who later could flee through the Biesbosch to the liberated south. For that Oversier received the Verzetsherdenkingskruis (Resistance Commemorative Cross) and even an award from General Eisenhower and the British Air Chief Marshal.

Oversier, when folding the old topographic maps of The Hague dunes and airport Ockenburg, says he can look back on an exciting military episode from his life in the Grenadiers, retiring as reserve Major. But when he talks about those days in May 1940, the bombing of Rotterdam and the subsequent capitulation, his voice falters. It keeps sticking in his throat. Never forgotten.

Van overwinnaars naar verliezers door Anne Salomons uit: Checkpoint nr. 4 / mei 2009. Vertaald door John Papenhuyzen op verzoek van Jacques Brijl.

‘Troostmeisjes waren noodzakelijk tijdens WOII’ meldt:

Onder meer in China en Zuid-Korea is commotie ontstaan over een uitspraak van Toru Hashimoto, de burgemeester van de Japanse stad Osaka. Volgens deze burgemeester waren prostituees tijdens de Tweede Wereldoorlog noodzakelijk. Zonder de prostituees zouden de Japanse militairen de discipline niet hebben kunnen bewaren.

De uitspraak ligt uiterst gevoelig omdat de Japanners tijdens de oorlog duizenden vrouwen dwongen tot prostitutie.

Het aantal vrouwen dat zich moest prostitueren wordt geschat op zo’n tweehonderdduizend. In voormalige Nederlands-Indië zouden ongeveer twintigduizend vrouwen gedwongen zijn tot prostitutie.


De vrouwen en meisjes die door de Japanse overheid beschikbaar werden gesteld aan aan militairen die het keizerrijk dienden, werden ook wel troostmeisjes genoemd. De militairen waren ver van huis en moesten daarom ‘getroost’ worden. De vrouwen die voor deze ‘troost’ moesten zorgen werden in de meeste gevallen gedwongen zich te prostitueren en systematisch verkracht. De Japanse bezetter zag gecontroleerde seks in militaire bordelen als een pragmatische maatregel om geslachtsziekten en grootschalige verkrachtingen te voorkomen.

De burgemeester van Osaka heeft nu gezegd dat de prostituees noodzakelijk waren. “Voor militairen die hun leven waagden was een troostmeisjessysteem noodzakelijk om hen tot rust te laten komen”, aldus de burgemeester. “Dat is voor iedereen duidelijk”.

Chinese en Zuid-Koreaanse overheidsvertegenwoordigers hebben hun teleurstelling over de uitspraken inmiddels geuit. Volgens Zuid-Korea blijkt uit de opmerkingen dat de burgemeester een slecht historisch besef heeft en geen respect heeft voor vrouwenrechten.

‘Geen bewijs’

De uitlating van de burgemeester van Osaka staat niet helemaal op zichzelf. In Japan zijn veel nationalistische politici niet blij met de excuses die het land in 1993 voor de seksslavernij aanbood. Volgens hen is er geen bewijs dat de vrouwen gedwongen werden tot seks met Japanse soldaten en zou er ook geen sprake zijn geweest van stelselmatig misbruik.


Westerling en Noord Sumatra – Deel 6

Geïnterneerden uit de kampen naar Medan.

De uitgesproken proclamatie van de Republiek Indonesia had tot nu toe weinig indruk gemaakt op de Sumatranen. Ze hadden veel meer last van de terroriserende bendes en vroegen zich af wanneer de Nederlandse troepen zouden landen. Westerling wist dat en er snel gehandeld moest worden, voordat het geduld op is en de mening veranderde.
Japan beschikte op Sumatra nog steeds over een strijdmacht van ongeveer 70,000 man waarvan 50,000 gelegerd waren rond Pemantansiantar, ongeveer een 100 km beneden Medan.
Van de Nederlanders behorende bij Force 136 waren er slechts 25 man.
En intussen werd de dreiging van de terroristen steeds groter.
Westerling bedacht een plan en legde het voor aan zijn baas Carl Brondgeest.
Ten eerste moest de intussen gevormde ondergrondse politie groep van Westerling de positie in en rond Medan handhaven.
De namen en posities van de benden waren bij Westerling bekend en die moesten spoedig de leegstaande gevangenis Soekamoelia gaan vullen.

Het doel was tweeledig:
Een veiliger omgeving voor de geïnterneerden en POW in Medan.
Reactie peiling van de Japanners. Immers de Engelsen in Colombo hadden hun verantwoordelijk gesteld voor de rust en vrede hier ter plaatse. Het transport zou gedeeltelijk per spoor en ook per truck moeten gebeuren.
Op het zelfde tijdstip van de evacuatie moest er een methode gevonden worden om de rivaliteit tussen de benden aan te wakkeren, vooral langs het spoor en de route die de trucks namen.

Het transport moest begeleid worden door de verantwoordelijke, maar betrouwbare Japanners.

Westerling werd door een aantal hoge Japanse officieren door zijn optreden met respect behandeld. Daarnaast trad hij hun altijd op een vriendelijke manier tegemoet. Hij besloot een paar van de hoogste officieren zoals Kapitein Hundjo en Major Imamura, in het hotel de Boer voor een etentje met veel drank uit te nodigen.
Tijdens het diner sprak hij over zijn en hun familie, waarna aan het einde hij over ging op de situatie van de gevangenen. Het plan werkte en hij kreeg de volledige steun en beschikking van vervoer.

De volgende stap was het verzenden en bezorgen van beledigende brieven en pamfletten en het verspreiden van geruchten via zijn ondergrondse politie.

De volgende dag begon de machinerie van Westerling te draaien. De zuivering van Medan en omgeving verliep, op enkele schermutselingen na, voorspoedig. Daarbij kregen de mannen van Westerling heel wat extra wapens in handen. Daarnaast kregen ze ook diverse documenten, propagandamateriaal en een paar stempels van P.K.I. en P.K.R. in handen. Dit laatste kwam Ray goed van past bij het verspreiden van de valse geruchten om de verschillen en vetes aan te wakkeren.

Tevreden ging Westerling naar bed.

De volgende dag werd hij door Victor verrast, want enkele Nederlandse politiemannen stonden achter hem. Deze mannen wisten ongezien hun kamp te verlaten Onder hen was Inspecteur Generaal Boon van Ochsee, Commissaris Suurbiers en de Inspecteurs van der Plank, Leenhardts en Hooijdonk. Hun aanwezigheid betekende een aanvulling van het kader van zijn ondergrondse politie macht.

Als op 3 oktober de extremisten met elkaar slaags raakten, begon de evacuatie van alle kampen; zowel per trein als per vrachtwagen.
Westerling was bij dit transport niet aanwezig en liet het gebeuren aan de Jappen over.

De geïnterneerden en P.O.W.’s werden beschermd door Japanse soldaten van het Keizerlijke Japanse leger en arriveerden veilig in Medan.
Zonder incidenten werd op 9 oktober de evacuatie voltooid.


Westerling en Noord Sumatra – Deel 5

Ray Westerling komt in aktie

Nadat Ray Westerling door Carl Brondgeest van de heersende situatie rond Medan op de hoogte was gebracht, werd besloten dat de Majoor zijn opdrachten en berichten zal blijven doorgeven aan de Engelsen in Colombo. Intussen ging Ray zijn meegekregen opdracht op eigen houtje uitvoeren, namelijk een ondergrondse politiemacht organiseren, buiten de Japanners om.

Twee weken geleden werd hier “All Clear” gegeven, waarbij uit Java berichten kwamen over de proclamatie van een onafhankelijk Republiek Indonesië en de daar reeds uitgebroken rebellie van permudas en ploppers. Hier liepen de Jappen nog steeds zwaar gewapend rond. De bevolking in Medan wist nog steeds niet waar ze aan toe zijn. Ray Westerling besloot, met alle risico van dien, een wandeling door de stad Medan te maken om het volk te peilen.

Na deze nachtelijke conversatie besloten beiden naar bed te gaan.

Met de rode baret op, de pistool op zijn heup, begon Westerling vroeg in de ochtend aan zijn wandeling door Medan. Het enige verkeer bestond uit Japanse vrachtwagens met vijandig kijkende Jappen. De plaatselijke bevolking stond of zat aan de kant en begroeten hem met een glimlach en een lichte beleefde buiging. Iets verder in de Chinese wijk werd hij stormachtig ontvangen. Kwam er eindelijk orde en vrede?

Uit het publiek trad een Indische jongen naar voren. Westerling herkende hem als de bediende van Majoor Brondgeest. Hij stelde zich aan Westerling voor als Victor Sihombing en vertelde hem dat hij de afgelopen nacht met Molukse korporaal Sariwatting had gesproken. Sariwatting zei mij dat ik U alleen moest zien te spreken. Westerling zei hem om 3 uur bij hem op de kamer te komen melden.

Verder lopend zag hij in de straat een opstootje. Een Indiaman stond wild te gebaren terwijl Jappen bezig waren het meubilair uit zijn huis te halen en het op hun truck te laden. Bij de truck stond een officier. De Indiaman vertelde aan Westerling wat er aan de hand was. Westerling liep toen recht op de Japanse officier af, de hand op zijn revolver, en beval hem het meubilair terug te brengen. Na een heftige aarzeling beval de Japanse officier zijn manschappen de hele inboedel terug te brengen. Toen de inboedel van de Indiër weer teruggebracht was, vroeg Westerling aan de Japanse officier, wie die opdracht had gegeven om de meubelen te nemen. Het hoofdkwartier, zei de officier.

Westerling maakte hem duidelijk dat hij nu het hoofdkwartier vertegenwoordigde, stak zijn hand uit en bedankte hem.

Om 3 uur in de middag meldt Victor zich bij Luit. Westerling op zijn kamer in hotel de Boer. Victor vertelde, dat hij eigenlijk de enige overlevende van de familie was. Na de inval van de Jappen in 1942, werd zijn familie, die als pro-Nederlands bekend stond, deels door de Jappen, deel door de Sukarelas, uitgemoord. Enkelen, zoals zijn vader en broer, waren op een afschuwelijke manier afgemaakt. Ik kon nog net op het nippertje ontsnappen.

Westerling was overtuigd van de jongen en gaf hem een opdracht, die hij met niemand mocht delen. Ook niet met Majoor Brondgeest of korporaal Sariwatting.
Intussen kreeg de luitenant van uit Colombo een dringen verzoek om uit te zoeken wat er precies is gebeurd met Generaal-Majoor Overakker. Nadat R.T. Overakker en kolonel V. Gosenson door de Jappen geïnterneerd werden, belanden beiden in een gevangenis in Medan en sindsdien is er niets meer van hen vernomen.
Het onderzoek leidde tot een botsing met de directeur van de gevangenis van Medan Soekamoelia.
Bij het binnentreden van Westerling zat deze vette directeur met een paar Japanse officieren aan de sake.
Toen Westerling hem om de benodigde informatie vroeg, vervloekte hij de luitenant. Met een beweging werd hij over de tafel getrokken en neergeslagen. Het sake feest was over en de zaak opgelost.
Generaal Overakker en kolonel Gosenson waren gevonden. Zij waren onthoofd.

Roelof Theodorus Overakker werd geboren op 9 jan., 1890 in Haarlem. In 1912 behaalde hij zijn diploma aan het KMA en vertrok naar Nederlands-Indië. Overakker kwam door zijn optreden in hoog aanzien bij de militaire autoriteiten en werd ook bij de civiele autoriteiten gewaardeerd. Naast Overakker zou ook Victor Gosenson een belangrijke rol gaan spelen in de oorlog tegen Japan. Victor Gosenson werd op 26 mei, 1888 in Bandjarmasin en kwam uit een Indisch gezin. Ook hij heeft met succes zijn studie aan het KMA volbracht. Gosenson wist zich in korte tijd te bewijzen en snel bevordert. Hij werd overgeplaatst naar noord Sumatra en werd daar lid van het beruchte Korps Marechaussee in Atheh, een elite korps. Door zijn kennis en ervaring was hij van grote waarde voor het KNIL. Op 9 feb, 1942 werd kolonel Overakker van Java naar Sumatra overgeplaatst. Direct hierna werd hij bevordert tot generaal-majoor en commandant over Midden-Sumatra. Kolonel Gosenson was commandant van Atjeh en onderhorigheden. Met een grote overmacht aan manschappen en wapens werd Java en zuid-Sumatra verovert. Overakker en Gosenson besloten door te strijden. Mede door het overlopen van de Atjeeërs naar de Jappen werd het een onmogelijke taak voor het KNIL leger en op 28 maart 1942 gaven ze zich over aan luitenant-kolonel Kitayaman.

Van nu af aan besloot Westerling harder tegen de Jappen op te treden.

Kapitein Hundjo, die uitstekend Engels sprak, had de leiding over de Jappen in hotel de Boer. Hij had persoonlijk een wacht voor de kamer van Westerling geplaatst. Van de luitenant kreeg Hundjo de opdracht de bewaker voor zijn deur te verwijderen, wat niet direct gebeurde. De volgende dag pakte een boze luitenant de Japanse bewaker met geweer en al beet en smeet hem van de trappen naar beneden.
Daarna ging Luit. Westerling zelf een stap verder en beval Kapitein Hudjo voor een auto te zorgen, die morgen voor de deur diende te staan.

De volgende morgen stond een Hudson voor de deur.


Westerling en Noord Sumatra – Deel 4

Operatie Status Blue

Op 16 augustus werd een officier van Force 136 met zijn team bij Pangkalanbrandan gedropt. Carl Brondgeest was van beroep werktuigkundig ingenieur en door zijn werkzaamheden in China sprak hij naast de moderne talen ook verschillende Chinese dialecten en was expert in oosterse aangelegenheden. De situatie in Medan en noord Sumatra was zodanig dat hij zijn bevindingen doorgaf aan Colombo, waar de Nederlanders onder aanvoering van de Engelsen werkten.
Brondgeest, met zijn ervaring, zag al gauw de bui hangen en drong op versterking vanuit Colombo.
Hij drong aan op spoedige maatregelen ter versterking van de troepenmacht, maar de Engelsen toonden geen haast. Trouwens, door het verdrag dat Nederland in Londen met de Engelsen tekende, hadden de Nederlanders van Force 136 in Medan niets te vertellen en werden volledig genegeerd.

En de Japanners hadden alleen naar de Engelsen, die in Colombo zaten,  te luisteren.
Alleen werd op 8 september 1945 de paracommando luitenant Raymond Westerling ontboden bij de commandant Nederlandse Inlichtingendienst te Colombo, kapitein tz. Wingender en kreeg van deze orders voor een zeer geheime operatie met de naam Status Blue, de opbouw van een ondergrondse politiemacht.
Westerling werd 3 dagen later met zijn team van 4 man, bestaande uit de Nederlands De Leeuw, Quinten, de Ambonees Sariwatting en de Engelsman Captain Turkhead per vliegtuig gedropt.
De Engelsman Turkhead werd op het laatste moment door het Engels gezag in Colombo aan zijn team toegevoegd. Zeer waarschijnlijk als spion.

Westerling melde zich na de landing bij majoor Carl Brondgeest terwijl de Jappen onder leiding van hun kapitein Hundjo, die goed Engels sprak, hen van een afstand opnamen. Hij werd ondergebracht in hotel de Boer.

Die zelfde nacht hadden Carl Brondgeest en Raymond Westerling een lang gesprek. Een gesprek waarbij Westerling van de toestand in Medan en omgeving volledig op de hoogte werd gebracht. Gedurende dit gesprek werd aan de overkant in een ander gebouw, waar veel licht brandde door de Japanse officieren hun aanstaande repatriëring gevierd.

Op de vraag van Westerling: “Wie heeft eigenlijk de oorlog gewonnen?” Een goede vraag, was het antwoord van Carl. “Wij in ieder geval niet”. “De Engelsen spelen een spelletje en de Jappen spelen met hen mee”.

In Colombo was aan het hoofd van de Anglo Dutch Country Section (ADCS) Kapitein en luitenant ter Zee C.J. Wingender en zijn directe medewerker Scheepens.
Scheepens had in Colombo Westerling uitgenodigd voor een borrel en daarbij hem ook over de verhoudingen van de Engelsen jegens de Nederlanders ingelicht. Het kwam er op neer dat de Engelsen in geen enkel opzicht te vertrouwen waren.

Majoor Carl Brondgeest haalde toen een paar gedecodeerde telegram formulieren tevoorschijn en liet ze Westerling zien. De eerste is gedateerd op 30 augustus 1945 en hij leest: …… are not repeat not empowered accept Japanese surrender or make formal negotiations stop give no promises or guarantees at all to japs…….

Het tweede formulier leest : you are not repeat not empowered accept Japanese surrender or start negotiations them…….. and so on. De afzender was Mounbatten persoonlijk.

Met andere woorden, sprak Brondgeest, alles gebeurt langs mij, over mij en zonder mij.

Op twee andere plaatsen een paar 100 km verder waren nog eens 2 andere Nederlandse officieren van Force 136, de heren Sisselaar en Lefrandt met een radioverbindingsapparaat neergezet. Echter Carl Brondgeest wist niet waar, want de radio verbindingsapparaten konden alleen met Colombo communiceren en niet onderling.

Mountbatten heeft persoonlijk de zorg van het gezag aan de Jappen opgedragen.

En het volk in de straat zagen daardoor de Jappen blijven rond paraderen, nog even zwaar bewapend en met een even grote bek als voorheen.



Westerling en Noord Sumatra – Deel 3

Het Engels-Nederlands Verdrag

Op 24 augustus 1945 werd er in London een Engels-Nederlands verdrag ondertekend waarin de bevrijding van Nederlands Oost-Indië in twee fasen zou plaats vinden. Eerst de militaire fase; daarin had het S.E.A.C. (South East Asia Command) van admiraal Mounbatten de volledige macht. Van dat moment waren de beslissingen van hem onaantastbaar en bevelen bindend. In de tweede fase mochten de Nederlanders hun eigen zaken mogen regelen.
Deze overeenkomst kwam de Nederlanders heel duur te staan. Zelf de Nederlandse regering in ballingschap verloor haar zeggenschap. Van dat ogenblik af weigerden de Engelsen elke militaire inmenging van Nederland. Daarnaast behartigden de Engelsen eerst hun eigen belangen.
Door de gecreëerde problemen werden de tienduizenden gevangen van de Japanners (sadistische kwelgeesten), waar onder vele vrouwen en kinderen, die nog leden in verloederde kampen, helemaal vergeten.

In oktober 1944 werden de concentratiekampen gehergroepeerd. Mannen en jonge jongens vanaf 11 jaar werden ondergebracht in het kamp Si Ringo-Ringo. Alle vrouwen, meisjes en kinderen werden achter het prikkeldraad van kamp Aek Pamienka gestopt. De Europeanen kwamen terecht in kamp Padang Halaban.
Op 25 augustus liet de kamp commandant in Si Ringo-Ringo de mensen weten dat de oorlog spoedig zal eindigen, liet sigaretten, medicijnen en voedsel uitdelen, maar zei niets over de capitulatie van dat zelfde Japan. Op de zelfde dag werd door de Jap het zelfde spelletje in het vrouwenkamp gespeeld.

En ook op de zelfde dag pleegde de Japanse verantwoordelijke man voor alle concentratiekampen, luitenant-kolonel Ito, harakiri.

Echter de Nederlandse gevangenen zouden nog lang moeten wachten voordat ze de kampen konden verlaten. De aandacht van Groot-Brittannië ging alleen uit naar de Engelse en Australische soldaten en burgers die gevangen hebben gezeten in Malakka, Siam, Birma en Indonesie.
Op 1 september 1945 wandelden 2 officieren van Force 136, de Britse majoor Lodge en de Nederlandse luitenant Sisselaar, het kamp Si Ringo-Ringo binnen. Daar werd aan de gevangen medegedeeld, dat de Jappen van nu af hun moesten beschermen.
Immers de Sukarelas hadden al laten weten dat ze alle blanda’s wilden afmaken.





Westerling en Noord Sumatra – Deel 2


Medio 1944 werden door het geweld van de Amerikanen de Jappen verder over alle linies in de verdediging gedrongen. Om de Indische archipel te verdedigen hadden daarom de Jappen vanaf september 1943 een gewapende Indonesische burgerwacht opgericht, de Tentara Sukarela Pembala Tanah-Air, vertaald het “Vrijwilligers korps van Verdedigers voor het Vaderland”. Naast de vrijwilligers werden ook jongemannen met harde hand gedwongen. Als kader werden ook inheemse KNIL militairen geronseld. Bij weigering stond de doodstraf. En de executies werden door de Sukarelas, vaak onder dwang uitgevoerd. Tegen het einde van de oorlog in 1945 telde deze “Indonesische groep” zo’n 120000 man. Een groep van nationalisten en avonturiers, maar ook van gefrustreerden, wraakzoekers en pure misdadigers. Deze groep zal later de basis vormen van het Indonesische leger, maar ook de basis van een terreurbeweging, die o.a. tijdens de bersiap en jaren er na op verschrikkelijke manier huishielden onder de blanken, de Indo’s en onder hun eigen weerloze volk.

Op 1 maart 1945 richte de Japanse opperbevelhebber van Java een comité op onder leiding van Soekarno en Hatta. Op 7 maart 1945 wordt Soekarno door maarschalk graaf Terauchi, Japans opperbevelhebber voor zuidoost Azie, naar Dalat, Indo-China ontboden. Op 11 augustus 1945 ontwerpen ze samen de officiële proclamatie voor de onafhankelijkheid van Indonesië, dat plaats moest vinden op 24 augustus 1945.
Soekarno is nu voor de Jappen het symbool van het antikolonialisme geworden.

De eigenlijke leider van deze Japanse manipulatie was viceadmiraal Mayeda, ondercommandant van de Japanse marine en hoofd van de Japanse inlichtingendiensten der marine in Indonesië.
Mayeda was ook zeer communistisch gezind. Soekarno en Hatta, met de steun van de communisten, besloten tot de revolutie en de volgende dag, 17 augustus 1945, las Soekarno de onafhankelijkheidsverklaring voor en bevestigde de nieuwe Indonesische Republiek.
De jeugdbewegingen holden de straten op en schreeuwden de kreet: MERDEKA! Dit laatste hadden de Jappen niet verwacht en door de Kempeitai, de Japanse geheime politie, werden de Sukarela-eenheden officieel ontbonden. Echter deze fanatieke jongeren waren reeds met hun wapens ondergronds verdwenen.
De Sukarelas veranderden in kleine bendes en noemden zich op voorstel van Soekarno, Bung (het communistische kameraad) Deze jongere groepen veranderden in gewapende niets ontziende bendes met namen als Zwarte Buffels, Zwarte Raven, Wrekende Tijgers, Bataljon de Doods, Legioen der Zelfmoord Commando’s, enz. Plundering, verkrachting, afpersing en gruwelijke mishandeling was de gewoonte van de dag geworden.


Westerling en Noord Sumatra – Deel 1

Opleiding in Engeland

Kapitein Raymond Westerling

Raymond Paul Pierre Westerling kwam op 31 augustus 1919 in Turkije ter wereld, in een Hollandse familie die al voor drie generaties in Istanbul woont. Zijn Hollandse vader was antiquair. Zijn Griekse moeder was afkomstig uit een voorname familie en van haar leerde hij de Griekse taal. Hij was een goede student en verslond alle boeken, die hij in zijn handen kreeg. Vooral oorlogsboeken.

Omdat hij de Nederlandse nationaliteit bezat, melde hij op 22 jarige leeftijd bij de Nederlandse Consul in Istanbul. Maar dat lukte in eerste instantie niet. Via omwegen belande hij uiteindelijk in Engeland waar hij ingedeeld werd bij de Prinses Irene Brigade in Wolverhampton. Echter dat leven beviel hem niet en hij melde zich voor de commando opleiding. Begin juni 1942 kwam hij in de Commando Basic Training Centre van Achnacarry in Schotland. Hier verwierf hij de Groene Baret. Een paar maanden later werd hij aangesteld als hulpinstructeur voor de nieuw lichting. Hij werd de rechterarm van sergeant Bissel, hoofdinspecteur en gespecialiseerd in unarmed combat.

Zeven weken later werd hij bevorderd tot korporaal en aangesteld als vaste instructeur unarmed combat and silent killing. Op bevel van de commandant, kolonel Lester, werd Westerling aangesteld als instructeur toughness training, unarmed combat en silent killing voor het hele No. 10 Commando.

Toen het bekend werd dat de No. 2 Dutch Troop naar India zal worden overgebracht, melde Westerling zich ook.
Tijdens een verblijf in Coconada, India, werd Westerling aangewezen als persoonlijke lijfwacht van Lord Louis Mountbatten. Hiena werd het onderdeel plotseling overgeplaatst naar Belgoan. Onder de meedogenloze leiding van ervaren instructeurs leerde Westerling zich bewegen, overleven en vechten in de potdichte, grote hitte van de oerwouden van Z.O.-Azië. Na die training werd de complete No. 2 Dutch Troop inclusief Westerling weer teruggestuurd naar Engeland.

De No. 2 Troop werd opgesplitst en korporaal Westerling komt onder bevel van de Nederlandse Geheime Dienst in London. Daar kreeg hij ook een para opleiding en verwierf de rode baret van de Special Air Services (SAS). Er na volgde de training cursus: sabotage en explosieven. En uiteindelijk ook nog training bij de Britse Contraspionage. Het was een complete allround training, waarna hij bevordert werd tot Sergeant.

Oktober 1944 werd sergeant Westerling ingedeeld bij de staf van Prins Bernhard te Brussel.
Medio maart 1945 raakte sergeant-major Westerling door de ontploffing van een V1 zwaar gewond.
Hij belande in een hospitaal in Engeland. Als hij uit het ziekenhuis wordt ontslagen is ook de oorlog in Europa over.

Maar in Azië nog lang niet.


Het Mobilisatie Oorlogskruis

Leden van het blad “De Indo” ontvingen het Mobilisatie Oorlogskruis.

Peggy Lesquillier, juriste in Utrecht, las in het blad “De Indo” over het goede werk van Jacq. Brijl.
Zij wilde ook zo graag eerherstel voor haar vader, Arno Lesquillier, die al op jonge leeftijd als KNIL soldaat door de Jap gevangen werd genomen. Hij werd met anderen naar Nagasaki, Japan, op transport gezet. Daar zag hij op nog geen 2 km vandaan op 9 augustus de atoombom ontploffen.
Hij liep zware brandwonden op. Daarnaast liep hij ook stralingsziekte op. Desondanks heeft hij nog aan twee politionele acties deelgenomen. Vervolgens werd de familie gerepatrieerd naar Nederland en kwamen in Westerbork terecht. Jacq. Brijl is blij dat hij de kinderen van Arno Lesquillier, Peggy en haar broers, weer trots kunnen laten zijn op hun vader. Hij kijkt tevreden toe als zijn kinderen de Mobilisatie Oorlogskruis en het Ereteken voor Oorlog en Vrede uitgereikt krijgen.

Charles Meyer, wonend in Upland, Californië, was zelf pas 2 jaar oud, toen zijn vader Karel Meyer stierf.
Mevrouw J. Meyer-Düren, echtgenote, kreeg van de Nederlandse Gravendienst te Surabaja de informatie, dat het resultaat van de opgravingen op het Europese en Indonesische kerkhof te Ngawi 89 slachtoffers telde, waarvan 6 bekend en 83 onbekend.

Staande tweede van links is Karel Meyer

Trotse Charles Meyer met het postum ere metaal van zijn vader

Daarbij moet gerekend worden dat uw echtgenoot tot de onbekenden behoord. Geen van de 83 slachtoffers kon worden geïdentificeerd. Alle slachtoffers werden herbegraven op het Ereveld Kembang Kuning en op 19, 20 en 21 april 1951 onder de No.’s CCC 42 t.m. 124.
Charles, nu ook gepensioneerd, besloot met echtgenote, naar Indonesië te gaan met als einddoel de begraafplaats Kembang Kuning te bezoeken. Daar ontdekte Charles Meyer dat zijn vader Karel Meyer als KNIL soldaat was gesneuveld. Charles had diverse artikelen in het blad “De Indo” gelezen betreffende het vrijwilligers werk van Luit. Kolonel b.d. Jacq. Brijl uit Den Haag. Het resultaat was heel simpel. Charles kon j.l. december 2016 vol trots het Mobilisatie Oorlogskruis (MOK) aan echtgenote, kinderen en kleinkinderen tonen.

Edmond Frederik Weise werd op 25 januari 1922 te Koedoes, Java, geboren en stierf als KNIL soldaat op de jonge leeftijd van 21 jaren. Hij ligt begraven op het Nederlands Ereveld Leuwigajah te Cimahi waarbij het kruis aangeeft Vak III, no. 26. Zijn vader was Paul Hendrik Weise, die geboren werd op 30 december 1891, stierf op 37 jarige leeftijd te Samarinda. Hij liet zijn echtgenote Wilhelmina Paulina Kouthoofd als weduwe met 3 kinderen achter.
Na Edmond overleed ook zijn beide zussen. Bianca Edme Weise op 29 jaar en Hermanna Hetty Weise op 31

jarige leeftijd. Hermanna Hetty Weise liet een dochter, Sylvia Weise, achter. In 1957 moest ieder persoon van Nederlandse komaf, op bevel van Sukarno, Indonesie verlaten.
Grootmoeder Wilhelmina Paulina Weise en haar kleindochter Sylvia Weise vertrokken per ms. Sibajak naar Nederland. Intussen is oma Paulina Weise in 1971 op 73 jarige leeftijd in Nederland overleden, daarbij een Weise achter laten, Sylvia.
Alle gegevens betreffende Edmond Frederik Weise tot aan zijn dood als KNIL militair ontbreken tot op heden. Maar als enig erfgenaam en overgebleven persoon van de tak Weise heeft de heer Jacq. Z Brijl Sylvia Weise toch enorm blij gemaakt toen ze per post het Mobilisatie Oorlogskruis (MOK) ter ere en herdenking van haar oom Edmond Frederik Weise mocht ontvangen.

Narcisse Karel Chevalier, door de jongeren werd hij “Broer” genoemd. Hij was dan ook 8 jaren ouder dan zijn zusje Clair Elisabeth Chevalier, mijn moeder. Vader Henri Antoine Joseph Chevalier and moeder Jacqueline Beljaars van Narcisse Karel Chevalier hadden het naar omstandigheden vrij goed.
De familie had 2 Hudson auto’s, beiden een 7 zitter. En Narcis was meestal een van de bestuurders op zondag op weg naar de kerk. In de familie heerste een heel sterke familieband.
Na zijn study is Narcisse Karel Chevalier gaan werken op het kantoor van het militaire hospitaal in Padang. Door de oorlogsdreiging met Japan, werd N.K. Chevalier ook onder de wapens geroepen.

In 1942 werd hij met andere KNIL’ers gevangen genomen en op transport naar Birma gezet waar hij met velen aan de beruchte Birma spoor te werk werd gesteld. Hij heeft de slaven arbeid niet overleefd en stierf op 29-5-1945 te Chungkai, Thailand.
Toen ik bovenstaande te weten kwam, vroeg ik, Ronny Geenen en zoon van Clair Elisabeth Chevalier aan Jacq. Z. Brijl, Luit. Kol. B.D. of ik ook in aanmerking kan komen voor het MOK om mijn oom N.K. Chevalier te mogen eren. Op 12-12-2016 j.l. bracht de post een pakket met het Mobilisatie Oorlogskruis (MOK). Het gevoel van trots was op dat moment onbeschrijfelijk. Dank Jacq.