Westerling en Noord Sumatra – Deel 7

De algemene situatie rond Medan, Sumatra

Door de afgekondigde Indonesische onafhankelijkheid op Java ontstond er in 1945 in noord Sumatra 7 actieve politieke groepen die ook hun eigen gevechtseenheden hadden, waarmee zij ten strijde trokken. Deze politieke groepen van Atjeeërs, Batakkers, Javanen, etc. waren onderling ook in een hevige machtsstrijd strijd verwikkeld en slachtten elkaar op een gruwelijke manier af.  Daar moest Westerling met zijn mannen zich dan vaak tussen in mengen voor de orde en handhaving en het beschermen van de mensen. Vooral de Chinezen vanwege hun succes in de handel, moesten het vaak ontgelden.

De politieke partijen met hun strijdende groepen waren:
Partai Nasional Indonesia (PNI) met de eenheden Napindo, Naga Terbang, Harimau Liar en HalilintarPartai Socialis Indonesia (Pesindo) met de eenheid Ksatria Pesindo (Barisan Bintang Merah)
Partai Komoenis Indonesia (PKI) met de eenheid Barisan (Lasjkar) Merah, Hizboellah, Sabilillah en Moedjahidin
Partai Krister Indonesia (Parkindo) met de eenheden Barisan Pemoeda Parkindo, Divisie Parah (Pijl- divisie)
Partai Socialis met de eenheid Pemoeda Partai Socialis
Jkatan Peladjar Indonesia met de eenheid Tentera Peladjar Indonesia (TERPI)
Poetera Negara NEHRU (Br. Indiërs) met de eenheid Tentera Poetera Negara NEHRU. Versterkt met gedeserteerde Japanse-Engelse en Brits Indische troepen.

Bij de brug Titi Papan over de rivier de Deli vonden regelmatig schermutselingen plaats. Deze brug was de verbinding tussen het opstandige westelijke gedeelte en vormde met oostelijke deel de demarcatie lijn. Daarnaast liep parallel de weg tussen Medan en Belawan. Deze verbindingsweg werd de dodenweg genoemd. Dit vanwege de constante aanvallen op konvooien. De weg werd opengehouden door verkenningen van pantserwagens met vliegtuigsteun.

Luitenant Westerling had de opdracht een geheime politiemacht onder de naam Status Blue op te bouwen. Die politiemacht rekruteerde hij uit oud KNIL militairen, die voornamelijk afkomstig waren uit het Korps Marechaussee. Verder vond rekrutering uit de volgende groepen plaats.
Tijdens de oorlog 1942-1945 kwamen vele inheemse KNIL militairen op straat te staan en waren werkeloos. Zij hielden zich bezig met allerhande karweitjes, zoals tuinieren. Deze inheemse soldaten hadden hun gezinnen en hun kinderen (anak kolong di tangsi) waren na de oorlog ook volwassen geworden.
Dan waren er nog de Strappans van de KNIL. Dit zijn langdurig inheemse gestraften, die toen hun straf als drager/koelie uitdienden. Het waren meestal mannen uit de buiten gewesten.

Op een avond melde zich plotseling een van zijn ondergrondse agenten, een Atjeher, bij Westerling in hotel de Boer. Djalil boog zich naar voren en fluisterde: “De Pasukan*-Hayrullah van de Gagak Hitam is in de kampong Petisahdua”
De Gagak Hitam (Zwarte Raven) waren een van de beruchtste terroristenbenden van Medan en omgeving. Hun kern bestond uit ex-sukarelas uit de Japanse militaire school en het uitschot uit de Bataks-Atjeh omgeving. Het waren geen nationalisten maar moorden en verkrachten hun medemens als dieren. Hun leider was Guru Jahja en een van de leiders van zijn strijdkrachten was Hayrullah, de beestmens en getraind door de Jappen. En nu meldde een man met de naam Djalil: : “De Pasukan*-Hayrullah van de Gagak Hitam is in de kampong Petisahdua”
Het ondergrondse politiekorps werd via persoonlijke boodschappen op de hoogte gebracht wat van hun de volgende nacht werd verwacht. Vroeg in de ochtend klonken plotseling het geluid van granaten en Tommyguns.  Toen was het weer stil. De gevangen vrouwen die als seksslaven werden misbruikt werden bevrijd. De Gagag Hitam en Hayrullah bestonden niet meer.

Begin Julie 1946 werd Luitenant Raymond Westerling door de Engelsen van zijn functie ontheven en op 17 juli stapt hij in het vliegtuig om zich in Batavia te melden. Ook het ondergrondse politiekorps werd door de Engelsen ontbonden.
Intussen werd op 15 april 1946 het KNIL Medan Bataljon weer opgericht door het weer oproepen in militaire dienst van de dienstplichtigen. Stadswachter, Landstormers, en het daar aanwezige gewezen inheemse KNIL militairen, vrijwilligers van diverse landaarden, bijvoorbeeld Arabieren, Klingelezen en Chinezen. Tevens werd voor de Chinese wijken een vrijwilligerskorps opgericht de “PO AN THUI” uit pure chinezen en bewapend en getraind door het KNIL.
Op 18 juli 1946 werd de naam Medan Bataljon verandert in VI Bataljon Infanterie (INF.VI). Hierbij werden vele mannen, oud Marechaussees, die onder Westerling hadden gediend, de kern.
Onder het volk stonden ze bekend als Maresosee. Deze mannen hadden o.a. ook geholpen bij het vernietigen van de beruchte bende Gagag Hitam onder leiding van Hayrullah, een prestatie van de bovenste plank.

Gagak Hitam wapen KNIL VI Bataljon Infanterie

Het Gagag Hitam wapenembleem van VI Bataljon Infanterie werd als erenaam met trots door dit korps gedragen.
Waarbij met geplaatste eergevoel de Romeinse cijfer VI in ROOD het beroemd/berucht kraagembleem “de drie bloedvingers ”van het roemruchtig Korps Marechaussee in wordt gezien.

PS: Via een lezer het volgende bericht ontvangen.
“Hier in Amerika is er een groep ex-Westerling soldaten die bij een begravenis van een Westerling wapenbroeder de erewacht houdt in de uniform van toen. Ze kregen veel bekijks bij de Amerikanen toen met de begravenis van zijn oom in Colorado Springs.”

 

Comments

  1. rob beckman lapre :

    Interessant artikel waarvan ik,die toch veel lees,nog niets wist.Keep up the good work!

Speak Your Mind

*