Alkmaarse Politie tegen Indische Familie

Een vreemd optreden van de Alkmaarse Politie tegen Indische familie.

De heer Louis le Febre, nu in de leeftijd van 84 en wonend in Born, Nederland en tevens mijn zwager vertelde mij onlangs het volgende verhaal.
Vader Adriaan le Febre had al voor de oorlog een goede betrekking bij de spoorwegen en in 1946 werd hij in Batavia als hoofdopzichter aangesteld om orde op zaken te stellen. De hele familie bestaande uit Pa, Ma, 5 dochters en 1 zoon verhuisden van Padang, west Sumatra naar Batavia, Java.
Hij had orders gegeven om diverse loodsen schoon te maken en tijdens deze opruiming vonden een paar koelies in een hoek en onder andere rommel 3 brandkasten. Dit werd aan de heer A le Febre medegedeeld.
Hij en een collega van de afdeling financiën, de heer Alexander  bekeken deze kluizen en besloten de politie er van op de hoogte te stellen.
Kolonel F. Kroese, die in Batavia commandant is van alle militaire technische werkplaatsen in Indie met een paar manschappen, de heer Aleksander van de afdeling financiën van de Spoorwegen en Hoofdopzichter le Febre begaven zich naar de plek van de brandkasten, maar geen van de heren konden deze kasten ook openen. Echter de heer le Febre wist daar raad op, want hij kende een Indo, die jaren ervaring had met dit type kluizen.
Deze man echter wilde voor zijn werk wel betaald worden en dat werd dan ook afgesproken.
Hij slaagde inderdaad er in deze brandkasten te openen en die zaten vol met juwelen. De politie wilde toen de man die de kluizen wist te openen, zonder betaling wegsturen.
Deze Indische man nam het niet en wist de kluizen, door snel ingrijpen, weer in het slot te krijgen en dat tot ergernis van de commissaris van politie.
De Indo werd opgedragen deze zware kasten weer te openen, en na lang onderhandelen, waarbij er eerst 1500 gulden op tafel moest komen, heeft de man weer de brandkasten geopend. De commissaris vertelde dat hij een sterk vermoeden had dat dit de juwelen waren die de Jappen van hun gevangenen hadden gestolen.
Een poos later lekte het uit dat zowel de politie commissaris Croese en de heer Alexander zich een deel van de juwelen hadden toegeëigend. Beide heren werden hiervoor gestraft en eindigden in de gevangenis. Een paar jaar later is de heer Croese van ellende in de gevangenis ook overleden.

De heer Adriaan le Febre had voor de oorlog toezegging gekregen om met verlof naar Nederland te mogen. Door het uitbreken van de oorlog ging dit niet door.
Intussen werd het leven na 1947 steeds moeilijker en gevaarlijker door de opstandige permoeda’s die overal Indischen en Nederlanders zochten en vermoorden. Daarbij was hun zoon Louis op dat moment 18 jaar en liep de kans opgeroepen te worden om in het KNIL te komen dienen. De familie le Febre, bestaande uit vader, moeder, 5 meisjes en een jongen, besloten van hun verlofregeling gebruik te maken en Batavia achter te laten. In oktober 1948 vertrokken ze per boot naar Nederland. In Alkmaar wachtte voor hun al een huis en in Rotterdam werd de reis per trein naar Alkmaar voortgezet. De volgende dag werd er aan de deur gebeld en de plaatselijke politie stond voor de deur.
Of meneer Adriaan le Febre en zoon Louis maar mee wilden komen, want de plaatselijke Commissaris van Politie wilde met hun praten.
Op het bureau werden ze beiden welkom gegeten en tevens werd hen medegedeeld, dat ze letterlijk niets van wat ze in Nederlands Indië hebben meegemaakt aan anderen mochten vertellen.

WAAROM ALKMAARSE POLITIE?

Direct na het einde van de tweede wereld oorlog en de capitulatie van Japan brak er een periode aan waarin alles mogelijk was, doordat elke vorm van gezag ontbrak. Gedurende deze periode werd er gesproken van de Nakamura-schat. De diefstal van 5 koffers vol juwelen, vele zilveren staven en een paar honderdduizend guldens uit een centrale pandhuis, waarbij een ieder met wat gezag er een graantje uit wilde pikken. Deze personen werden vertegenwoordigd door Japanners, Indonesische woekeraars, en Britse en Nederlandse officieren, ambtenaren en ook burgers.
Vervolgens werden alle informatie en documenten hierover zeer waarschijnlijk vernietigd en de hele toedracht in de doofpot gestopt.

WAT WEET DE ALKMAARSE POLITIE?