“Vodje van Luns” bleek helemaal niets waard

Robert Beckman Lapré uit Zoetermeer, Nederland, geeft antwoord op de vraag waarom Nederland vasthield aan het bezit van Nieuw-Guinea.
Nederland zocht ruimte voor hen die Indonesië na 1949 wilden
verlaten.

Bruut moslimregime vernietigt de Papoea’s” en “Nederland wilde per se Indonesië dwarszitten” waren een paar commentaren.
Na decennia wordt nu de vraag opgeworpen waarom Nederland bij de onafhankelijkheid van Indonesië op 27 december 1949 zo graag Nieuw-Guinea wilde behouden. Het antwoord is onverwacht simpel. Nederland, nog niet hersteld van de vijf oorlogsjaren en een honderden miljoenen kostend “herstel van recht en orde” in Indonesië (het oostelijk deel van het Koninkrijk der Nederlanden), wilde Nieuw-Guinea tijdelijk benutten om de te verwachten stroom van Nederlanders en Indische Nederlanders, die na de onafhankelijkheid van Indonesië op gang kwam, in het gebied onder te brengen.

Hoe hoog de nood was bij de aanvraag van paspoorten en reis bescheiden bij het Hoge Commissariaat der Nederlanden, beschrijft Hans Meyer in zijn boek “In Indië geworteld”. Daarin valt met name deze zin op: “Zelfs al had men de vereiste papieren die het Nederlanderschap aannemelijk maakten, men kreeg geen paspoort.

Premier Drees zou zelfs hebben voorgesteld Indische Nederlanders, zelfs die met een Nederlands paspoort, stelselmatig de overtocht naar Nederland te weigeren. De Nederlandse regering dacht in haar onschuld dat men bij het behouden van Nieuw-Guinea op de steun van Amerika kon rekenen.  Maar de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Foster Dulles scheepte onze minister Luns af met een stukje papier waarop hij de Amerikaanse belofte zette.

Later werd dit bekend onder de naam “het vodje van Luns”.

En nu, decennia later, zijn de Papoea’s de dupe van de grote wereldpolitiek.

Dezelfde politiek die Amerika deed kiezen voor de Republiek Indonesia, die Nederland uit Nieuw-Guinea verdreef en de Papoea’s met de regels van Indonesië opzadelde. Ruim 70 procent van de bevolking in de steden bestaat inmiddels uit niet Papoea’s. Daarbij gaat het voornamelijk om immigranten uit Java en Sulawesi. Rust en Orde worden op Nieuw-Guinea door zo’n 40.000 Indonesische militairen gehandhaafd.

De auteur, Robert Beckman Lapré, diende van augustus 1960 tot oktober 1961 in Nieuw-Guinea.

Speak Your Mind

*