KNIL soldaat Rudy Uijleman Anthonijs

Het echte gebeuren:
http://myindoworld.com/de-overleving-van-knil-soldaat-rudy-uijleman-anthonijs/

Familie Uijleman Anthonijs met in het midden staande Rudy en rechts Meity Ungerer

Proloog:
Nog niet zo lang geleden vertelde ik Meity Ungerer en haar echtgenoot Daniel Ungerer over het liefde werk van luitenant kolonel b.d. Jacq. Z. Brijl, die alsnog een verdiende onderscheiding kan regelen voor hun overleden familielid, zijnde vader, oom en/of broer. Mijn nicht Meity Ungerer, haar moeder is een zus van mijn vader Eddie Geenen, vertelde mij toen het relaas van een van haar broers, Rudy Uijleman Anthonijs. Zij bleken alle benodigde informatie en een interview op papier in hun bezit te hebben. Rudy was een van de slachtoffers, waar nooit aandacht was besteed. Hij heeft o.a. de grootste scheepsramp, Japanse Junyo Maru, overleefd. Voordien ook de Molukken transporten.
Dezelfde dag heb ik een email met alle benodigde gegevens aan de heer Jacq. Brijl verzonden en binnen de kortste tijd kreeg ik een positief antwoord. En dit in een periode dat de heer Jacq brijl met enorme pijn, niet kon lopen en zelf medische hulp nodig had. Een paar weken geleden kreeg ik een telefoon van de Ungerer’s dat ze via de aangetekende post uit Nederland van het ministerie van Defensie een grote enveloppe hadden ontvangen, t.w. het Mobilisatie- Oorlogskruis, het Ereteken voor “Orde & Vrede” en het Demob. Insigne KNIL.

Rudy Uijleman Anthonijs:
Hij werd geboren op 21 oktober 1923 te Sawah Lunto, Sumatra geboren.
Hij werd op 12 december 1941 opgeroepen voor militaire dienst en ingedeeld bij het 1ste Infanterie Bataljon te Bandung, Java.
Hij werd op 8 maart 1942 krijgsgevangen op Cimahi, Java.
Hij werd op 25 april 1943 via Surabaya ingescheept naar Timor waar hij onder erbarmelijke omstandigheden en wrede Jappen slavenwerk moest verrichten bij de aanleg van vliegvelden.
Hij werd ruim een jaar later op transport gezet naar gevangenkamp Makassar buiten Batavia.
Hij werd uitverkoren om te voet en onder Japanse bewaking naar Tandjong Priok te gaan.
Hij werd op 12 september 1944 ingescheept en in een ruim gestopt van hellschip Junyo Maru voor transport naar de westkust van Sumatra.
Hij geraakte op 15 september 1944 in de baai van Benkoelen te water. Dit nadat de Junyo Maru door 2 torpedo’s van de onderzeeboot Tradewind was getroffen en zonk.
Hij werd na 3 dagen in zee te hebben rondgezwommen en hangend aan balken en lijken op 18 september 1944 opgepikt door een Japanse torpedojager.
Hij werd op 19 september 1944 in Emmahaven, Sumatra, van boord gehaald en per vrachtwagen vervoerd naar het militair hospitaal in Padang.
Hij werd een maand later naar Pakan Baru getransporteerd en aan het werk gezet bij de bouw van de beruchte 220 km lange dodenspoor dwars door moerasoerwoud en bergen.
Hij werd na de Japanse capitulatie bij het KNIL Infanterie Bewakingspeloton te Bangkinang ingelijfd.
Hij werd eind oktober 1945 overgeplaatst naar Padang.
Hij werd in januari 1946 op transport naar Batavia gezet en ingedeeld bij de 1ste depot te Djaga Monjet peloton onderdeel mitrailleur afdeling.
Hij werd overgeplaatst naar de Pau – Pel, B Divisie.
Hij werd overgeplaatst naar de Staf B. Divisie met toestemming opzending naar Nederland.
Hij heeft in 1946 en 1947 als militair deelgenomen aan de acties Pasar Minggoe, Depok, Tangerang, Balaradja, en omgeving Tjiandeer.
Hij heeft ook deelgenomen aan de politionele acties te Pekalongan, Pemalang, en omgeving Tegal gedurende periode 21 juli tot 4 augustus 1947.
Hij werd op 27 maart 1948 per m.s. Sloterdijk op transport naar Nederland gezet.
Hij werd in Nederland eervol ontslagen en op 22 april 1948 met groot verlof gezonden.

Comments

  1. mijn vader hendrik van der kolk zat ook op deze boot gevangen als kapitein van de KNIL
    bij torpedering zijn er heel veel die niet weg konden komen verdronken,deze boot voerde ook geen rode kruis vlag
    zelf zaten we in het kamp BANGKINANG

    • Meneer van der Kolk: Helaas komt uw naam mij niet bekend voor. Heb met moeder, grootmoeder, broertje en zusjes ook in Bangkinang als gevangenen van de Jap doorgebracht. Wat u schrijft over de Junyo Maru boot is waar. Ik ben van 36 en dus vrij jong in het kamp. Mijn nicht, Meity Uijleman is 8 jaren ouder.
      Ik zal haar eens vragen naar uw naam.
      In ieder geval dank voor uw commentaar.

Speak Your Mind

*