Indische herinneringen van Clara Elisabeth Chevalier – 3

Het goede leven in Padang en omgeving van Sumatra

Naast ons mooie huis in Padang aan de Slingerlaan hadden mams en paps ook nog 2 huizen in Padang Pandjang, die in de straat gelegen waren tegenover de resident en naast de katholieke kerk.

Clair Elisabeth Geenen-Chevalier

Clair Elisabeth Geenen-Chevalier

Aan de straat Goegoe Melintang woonden toen ook onze opa Henri Alphons Chevalier en oma Clara Chevalier-Rozenburg. Tegenover hun woonde een zus van paps, tante Ciel die getrouwd was met oom Bram Israel. Een van de huizen van paps diende als een vakantiehuis.
En het waren vakanties om nooit te vergeten.
Ik zat nog op de lagere school en wij kleintjes mochten vaak een vriendje of vriendinnetje meevragen en dan gingen we met de 2 grote 7 zits Hudsons erheen. Een vriend van paps, Chatellin, oom Dollie voor ons, ging vaak ook mee. Hij kon heel goed viool spelen. Ook vrienden van de grote jongens gingen wel eens mee, zoals Arie Snackey, die goed gitaar kon spelen. De buurman, meneer Simon en zijn vrouw, die hadden het andere huis van paps gehuurd, kwamen ook en dan werd er krontjong en Hawaii muziek gemaakt en gezongen. Er werd sate geroosterd en mevrouw Simon heeft toen sate pentul gemaakt. Dit laatste is fijn gehakt rundvlees gemengd met kruiden, dat wordt geknepen om een sate stok en zo geroosterd.

Overdag gingen we vaak zwemmen in het zwembad Lubuk Ajer Minburun vaak in de volksmond ook Lubuk Mata Kutjing genoemd. Het boven bad was rechthoekig van vorm en tegen de bergwand aangebouwd. In dit water zwommen grote goudvissen.

In het midden van de bodem is een afvoer gat gemaakt dan voorzien was van gaas ter voorkoming dat de vissen ook afgevoerd werden. Dit zuivere bronwater van de bergen stroomde dan in het beneden gelegen grote zwembad met een ondiep kikkerbad gedeelte voor de kleintjes en een diep gedeelte met duikplank voor de ervaren zwemmers. Later werd ook een afvoer van de bovenzijde naar het zwembad gebouwd. Wij Chevaliers hadden vrij toegang, want onze opa Henri Alphons Chevalier heeft het hele zwemcomplex, ook voor de vissen, gebouwd.

Brug over de Anai kloof

Brug over de Anai kloof

Padang Pandjang stond bekend om zijn sate Padang (gele warme saus) en goeleh toendjang. Dit laatste was een gerecht van jonge bamboe loten en een soort zeen van de poten van de koe. Een heel bewerkelijk gerecht en werd gekookt in grote aarden potten. In die potten werd het ook naar de pasar gebracht. En dat werd alleen met witte rijst gegeten, een waar goden gerecht. Als de vakantie er opzat en wij weer naar Padang terug moesten, werd er eerst gestopt bij de pasar om de sate en de goeleh toendjang te kopen, met rijst en ketoepat en dan gingen de 2 grote auto’s de helling af naar ajer mantjoer, de grote waterval.
Deze rit duurde ongeveer 20 minuten van Padang Pandjang. Daar wordt meestal gestopt om te picknicken. Na een goed uur van onbezorgd genieten stapten mij met goed gevulde maagden weer op en reden de auto’s naar de laagvlakte, de warmte tegemoet.

Voor korte vakanties gingen wij soms naar Loeboek Selassie en sliepen een paar nachten in de Pasang Grahaan, een logeerhuis. Deze locatie was ten zuidoosten van Padang op de Boekit Barisan. De Boekit Barisan is het gebergte dan van het noorden over heel Sumatra naar het zuiden loopt, van Atjeh in het noorden tot Lampong in het zuiden. In dit keten van het gebergte waren diverse vulkanen die tot uitbarsting komen. Van het noorden naar het zuiden zijn het de Merapi, de Singabang, Korintji, de Soembing en de Dempoh.
Voor de 2 grote Hudson auto’s was het een zware rit door bergterrein en meestal werd er door paps en de chauffeurs om in de Pri te rijden. Dat was in de eerste versnelling en beide auto’s kropen de helling op. De bevolking was erg vriendelijk en waar je ook stopte kreeg je koppie toebroek aangeboden. Het was in de bergen op die hoogte ook koud.

Een uur rijden van Padang richting Padang Pandjang over het Bandjir kanaal hadden wij ook nog een groot stuk land waar vele klapper- en mangabomen op stonden. Op het land stond ook een klein huisje en paps ging het eens in de maand inspecteren. Tegelijk werd er van die dag een picknick dag van gemaakt. Ook hierbij mochten we vriendjes meenemen. Manden met eten, meestal lontong en roedjak werden meegenomen en werd dat dan aan de kant van de grote rivier gegeten.
Even voorbij het Bandjir kanaal sloegen wij een zijweg in, gaan over een brug en niet ver daar vandaan was onze picknick plaats aan de Loeboek Mintoeroen. Hier was een grasveld onder hoge bomen en kon je ook heerlijk zwemmen, daarna lekker eten en luieren.
Tegen een uur of 4 stapten we op en reden de weg af om na een paar km bij het grote stuk grond met vruchtbomen aan te komen.
Paps controleerde dan het perceel en nam met de djaga (oppasser) de stand van zaken op. Wij kinderen gingen dan op vruchten jacht, want er waren altijd wel verschillende djamboe soorten rijp of manga en tjempedah.

Speak Your Mind

*