Indische herinneringen van Clara Elisabeth Chevalier – 2

Zaken en Leven in Padang, West Sumatra

Het huis aan de Slingerlaan te Padang, waar ik in 1915 geboren ben, was een heerlijk groot huis. Mijn vader Ceasar Antoine Chevalier heeft dit huis in 1913 gekocht. Daar heb ik ook voor het eerst met mijn broer Rudie, die van het internaat uit Bandung thuis kwam, gedanst.

Church and home of the father

Kerk waar op Zondag met de Hudson naar toe reden

Ook mijn oudste broer Henri, Vent is zijn bijnaam, heeft daar zijn 21ste verjaardag in aanwezigheid van de hele tennisclub, gevierd. En vooral niet vergeten het 25 jarig huwelijks feest van mams en paps met vele vrienden en kennissen.
In 1916 kocht mijn vader ook het grote hotel en restaurant “Belantung”, dat mams ging beheren. Het was een groot complex met veel grond er om heen. De hoofdingang was aan de Belantung straat gelegen en het achter erf grensde aan de Djatilaan. Mijn jongere zus Phil en broertje Deeh zijn ook in die periode geboren. Later verschenen er nog 2 hotels in Padang, hotel Centraal en het Oranje hotel, maar die waren wat kleiner.

De Mulo waar ik op heb gezeten

Hoe mams dat allemaal heeft kunnen regelen, terwijl ze nog beviel van een dochter in 1918 en in 1921 van een zoon is bewonderenswaardig.In 1922 heeft paps het huis aan de Slingerlaan goed kunnen verhuren en zijn wij in een huurhuis aan de Djalan Dalam gaan wonen. Dit huis had aan weerszijden van het hoofdgebouw 2 paviljoens met in elk 2 woongelegenheden met eigen gemakken. Dus groot genoeg voor 4 families. Hierdoor kreeg mams het wat rustiger en kon ze wat op adem komen. Twee jaren later kwam het huis aan de Slingerlaan weer vrij en zijn wij er weer in getrokken. Hier heb ik mijn mooiste jeugd gehad.
Maar toen ik 11 jaar was heb ik daar ook mijn eerste zwarte dag in mijn leven meegemaakt. Oudere zus Colette was op haar 2de jaar al erg ziek en de dokter, die haar behandelde, heeft haar, volgens zeggen, als proefkonijn gebruikt. De injectie methode was toen pas uitgevonden en de dokter kwam iedere dag langs om haar een injectie op de zelfde plaats toe te dienen. Echter toen ze beter was kon ze niet meer lopen. Haar spieren waren beschadigd waardoor van nu af aan altijd iemand haar moest vasthouden en begeleiden bij het lopen. Haar vingers en tenen hadden grote knokkels gekregen en de knieën en elle bogen staken erg uit. Colette kon echter goed leren en ondanks haar krom getrokken vingers schreef ze erg mooi en piano spelen deed ze ook. Mams had er voor gezorgd dat ze altijd een baboe ter beschikking had, die haar met alles hielp zoals baden, aankleden, naar de wc gaan. Naar school werden we met de oude Fiat, bestuurd door Pengoeloeh, gereden. Als hij uit de garage kwam voorrijden stonden wij in de voorgalerij bij de trap op hem te wachten. Pengoeloeh kwam dan de trap op en droeg zusje voorzichtig de trap af om haar vervolgens op de voorbank te zetten.
En als wij het schoolterrein op kwamen rijden, stopte de auto altijd vlak voor de trap van de school.
Dan hielp de chauffeur ons 3 kleintjes eerst uitstappen en vervolgens tilde hij zusje voorzichtig uit de auto en droeg haar de 7 treden van de trap op en naar de galerij. Daar stonden altijd een paar klasgenootjes op haar te wachten en Pengoeloeh gaf haar dan over aan 2 meisjes met de woorden: “Pelahan, pelahan sama none”. Het was iedere dag een goedaardig gevecht welke 2 meisjes haar die dag tussen zich in mochten nemen en haar over de galerij naar haar klas mochten brengen. Als de school uitging stond de auto met Pengoeloeh of de andere chauffeur Sainan weer bij de trap en begon het ritueel, maar dan ander om. Colette was ook de mooiste uit het nest en doordat ze haast nooit buiten kon spelen had ze ook een mooie blanke huid. Ook had ze mooi blauw-zwart golvend lang haar, dat tot haar middel reikte. Colette is in ons huis in Padang aan de Slingerlaan als 16 jarige overleden en ligt begraven in het familiegraf waar ook haar overgrootmoeder Colette Cecile Romanville Velu is begraven.

Een paar dagen later beleefden we een tweede schok, een flinke aardbeving rond 2 uur in de middag.
Wij waren in de kamer en we hoorden mams roepen: “Er uit, allen er uit”. Irene Seithen, een weesmeisje, die bij ons logeerde, was de laatste die ons volgde en net toen zij de trap van 7 treden af wilde gaan veerde het huis weer terug waardoor zij van de bovenste trede naar beneden viel. Echter zonder zich te verwonden. Mams was toen bijna verpletterd door een grote glazenkast, die dreigde om te vallen, maar gelukkig terug veerde. Voor onze poort op straat reed net een sado, en paard met wagen vielen omver. Zusje is dus op tijd heen gegaan en deze tijd is mij mijn hele leven bij gebleven.

Ik was 14 jaar toen wij weer gingen verhuizen en dit keer naar de Goeroen Ketjilstraat 1, de straat waar ook de scholen aan lagen. Wie liepen alleen de straat uit om op school te zijn en ik zat toen in de 1ste Mulo.
Paps had weer gezorgd voor een groot huis, want ook hier hadden we pensiongasten, twee werkende vrouwen, namelijk Rawa en mevrouw De Scheenmaker met haar zoon en een jong stel van de KPN.
Hierna zijn wij weer verhuisd naar een huis in dezelfde straat op nummer 13. Dit was een grote woning met een paviljoen met 2 kamers, dat verhuurd werd aan 2 gasten, 2 musici, die piano en cello bespeelden. Het erf was hier veel grote en onze paarden konden weer op stal bij ons zijn. Ook was paps nog venduhouder en had parkeerruimte nodig voor 2 vrachtauto’s, de oude Fiat en Hudson.
Paps ging, na de grote brand in de Chinese wijk en het verlies van zijn garage bedrijf het wat rustiger doen.
Schuin tegenover was de meisjes MULO en ik was in mijn laatste jaar.

Speak Your Mind

*