Geschiedenis en overleving van Edward G. Welcker.

De ondergang van Hr. Ms. De Ruyter in de slag van de Java Zee.

Voorwoord: zondag, 19 februari 2017 j.l. had ik de eer Ed Welcker te mogen ontmoeten. Heb een paar dagen er voor telefonisch contact gehad met zijn zoon Ernest, die mij ook uitnodigde om langs te komen. Daar had ik het genoegen zijn dochter Yvonne te ontmoeten, die mij vooral aan veel informatie heeft geholpen en een gesprek aan te gaan met haar vader, die in de leeftijd van 98 jaar is.

Het verhaal hier beneden heb ik zoveel mogelijk in takt gehouden.
Ronny Geenen, Glendora, CA (20-2-2017)

Edward Gilles Welcker, geb. 15-10-1918

Ed Welcker werd op 15 oktober 1918 in Magelang, nu Indonesië, geboren.
Zijn vader, Praktijk Ingenieur (Pring), werkte als opzichter bij het Nederlands Indisch Spoor (NIS).
Van 1924 tot 1932 bezocht Ed de Rooms Katholieke Lagere School in Yogjakarta. In die tijd had de lagere school nog zeven klassen. Hierna volgde een opleiding van vijf jaar aan de Koningin Wilhelmina school (KWS) in Batavia (nu Jakarta) op de afdeling Bouw en Waterbouwkunde.
In 1937 vervolgde hij zijn opleiding voor 1 ½ jaar op het IVEVO (Instituut voor elektrotechniek vakopleiding). Net als zijn vader kon hij toen in dienst treden bij het NIS. Dit werd in 1939 opgevolgd door een oproep van de Koninklijke Marine om zijn militaire dienstplicht te vervullen.
Zijn eerste militaire opleiding kreeg hij in de Marine kazerne op Gubeng, waar hij na een maand matroos werd. Bij de Technische Opleidingen Koninklijke Marine in Ujung gelegen kreeg hij zijn vakopleiding tot elektromonteur dat, vanwege zijn vooropleiding, slechts een half jaar in beslag nam. Hierna werd hij als elektromonteur Zee milicien op Hr. Ms. De Ruyter geplaatst.

Kruiser de Ruyter

Het jaar 1942 was een roerige tijd en de oorlogsdreiging werd goed gevoeld. Oefeningen met het eskader in de Java zee, rond Bali, enz. Op 27 februari 1942 ging Ed, na baksgewijs (appel) naar zijn post, de voor elektrische centrale. Zijn taak: de elektriciteit verdelen naar de verschillende delen van het schip.
Het zelfde werd gedaan door zijn collega in de achter elektrische centrale. De verdeling werd centraal geregeld. Rond 16:00 uur werd Ed afgelost door Adjudant Electromonteur Langendoen.
Hij kreeg toen opdracht om naar Vuurtoren I te gaan om te assisteren bij het laden van de 15 cm granaten. Hier zag hij Indonesische matrozen, gehurkt, alsof zij bevangen waren door vrees, totaal overstuur, bevend en stijf. Zij konden het laden van de granaten niet meer aan.
Hoogstwaarschijnlijk zijn zij oververmoeid of door angst overvallen.. Ed en anderen moesten hen vervangen tot ongeveer 18:30 uur, het begon toen al donker te worden. Vervolgens kreeg Ed opdracht naar het stuurboord zoeklicht te gaan. Deze werkpost lag hoger, onder de commandotoren (zie foto de Ruyter) zodat Ed een goed overzicht had over de stuurboordzijde van het schip. De vloot was bezig met een scherpe stuurboordmanoeuvre uit te voeren en Ed kon goed zien hoe Hr. Ms. Java in vlammen opging en in enkele minuten zonk.
Ed zag ook de torpedobellenbaan die onder een hoek van 45 graden op zijn schip afkwam. Hr. Ms. De Ruyter werd midscheeps getroffen en verloren meteen snelheid. Kennelijk was de tandwielkamer beschadigd die de schroeven moesten aandrijven. De vlammen sloegen over het dek en niet lang daarna stond het afweergeschutplatform in vuur en vlam. Granaten ontploften als vuurwerk.

Kruiser de Ruyter

Ed ging toen naar de hijskraan om te helpen de sloepen te strijken. Er was echter geen elektriciteit en de afwezigheid hiervan melde hij direct aan de Bootsman. De sloepen werden toen met de hand gestreken. Iedereen kreeg toen van commandant KLTZ E.E.B. Lacomblé de opdracht om het schip te verlaten. De commandant dankte iedereen en nam afscheid van hen, staande op de brug. Er was geen paniek onder de bemanning, iedereen wist zijn taak te volbrengen.
Ed Haalde toen zijn zwemvest op de speciaal daarvoor aangegeven plaats, sprong overboord bij de boeg aan bakboord en zwom naar het vlot waarop hij was ingedeeld. De zee was zo woelig dat het vlot kapseisde en Ed besloot met hulp van zijn zwemvest zich maar drijvende te houden. Zo heeft Ed de hele dag in de brandende zon in zee gedreven totdat hij rond 17:00 uur dooe een Japanse torpedobootjager werd opgevist.

Aan boord werd goed behandeld. Zijn door de zon gebrande huid werd met zalf behandeld en hij kreeg zacht voedsel te eten. De volgende dag rond 19:00 uur moest hij zich bij de Japanse commandant melden die hem ondervroeg. Hierbij zag hij Ed’s Mido polshorloge dat Ed kort tevoren in Surabaya gekocht had. De Japanse commandant vroeg Ed of hij het horloge van hem mocht kopen. Ed dacht even na————–ze hebben hem een goede behandeling gegeven aan boord————Zijn antwoord:” Neen, u kunt hem niet kopen, maar ik geef het u als een gift, u mag het hebben” en hij overhandigde zijn horloge aan de Japanse commandant.

De volgende dag werd Ed overgebracht naar een andere torpedojager waar hij de andere opgeviste Marinemensen uit de sloep ontmoette. Voordat hij op de andere torpedojager stapte kreeg hij een plunjezak aangereikt en een briefje die hij aan de Japanner kon laten zien. Op die andere torpedojager wilde men weten wat de plunjezak bevatte. Ed toonde de jap het briefje en de nip stapte beleefd weg. Wat er op het briefje stond heeft Ed nooit geweten. De plunjezak bevatte kleren, sigaretten (ofschoon Ed niet rookte) en Japans beschuit.

Tijdens dit transport ontmoette Ed ook Adjudant Electromonteur Langendoen die hem zijn verwonding liet zien: zijn buik was opengereten. Zo goed en zo kwaad als het ging verpleegde Ed zijn superieur daarbij gebruikmakend van de nieuwe kleren uit de plunjezak. Zo belandden ze dan allemaal in de tuin van de wedana in Kragan bij Rembang. Zij konden bivakkeren in de tuin, slapen op de grond zonder de deken of hoofdkussen. Er was ook geen wasgelegenheid. Hier werd de Adjudant Langendoen in de garage gehuisvest, dat als ziekenboeg in gebruik werd genomen. Er waren geen bedden, geen ligmatjes zodat de patiënten in het begin op de cementen vloer vol olie en vet gelegd moesten worden.
Als Ed geen corvee deed dan verpleegde hij Adjudant Langendoen zo goed mogelijk. Dit corvee bestond uit het ontladen van de landingsvaartuigen op de landingsplaats Kalipang, ongeveer een kwartier lopen van het huis van de wedana. Drie dagen later, tijdens een corveedienst van Ed , is de Adjudant Elektromonteur Langedoen overleden.

Een medegevangene van kamp Kragan, de dienstplichtige matroos-monteur K.L. Topée verklaarde na de oorlog voor de hoorcommissie: “In het begin van onze kamptijd hebben wij zeer veel te danken gehad aan de milicien-matroos-monteur Welcker, die met veel risico voor eigen leven, het kamp herhaalde malen heimelijk verliet, om voor ons voedsel bij elkaar te krijgen”.
Tijdens deze “voedseltochten” kreeg Ed hulp van de lokale bevolking: Ze gaven Ed wat zijzelf hadden.
De bevolking stond sympathiek tegenover de gevangenen. Ed kreeg zelf een fiets om te vluchten. Hij heeft het niet gedaan uit vrees voor represailles tegen zijn ouders.
Ook de wedana was pro-rood/wit/blauw en wilde de Nederlandse driekleur niet strijken. Hiervoor werd hij, zijn vrouw en dochter in hun kippenhok door de Nip opgesloten. Later werden ze door zijn bevolking bevrijd. Het is deze vlag van de wedana die door Sergeant Machinist Soeratman later demonstratief werd verscheurd.

Populaire corveediensten waren:

  1. Water halen want men had dan contact met de buitenwereld en men kon zich bij de put ook wassen
  2. Hout hakken voor de Japanse keuken, waar de mannen af en toe de etensresten van de bewakers kreeg.

Ook melde Topée dat de Indonesiërs onder de krijgsgevangenen opvarenden van Hr. Ms. De Ruyter zich in Kragan bijna allemaal openlijk distantieerden van de Nederlanders. Eerder al waren ze weinig coöperatief geweest toen men probeerde roeiend de kust van Java te bereiken. In het kamp heeft de Inlandse Sergeant Machinist Soeratman duidelijk zijn anti-Nederlandse stemming laten blijken, door de Nederlandse vlag te verscheuren, waarbij de rest van de Inlandse bemanning lachend stond toe te kijken. Twee Inheemse schepelingen deden er niet aan mee: de Inlandse ziekenverpleger Mandalika en de Inlandse Stoker-Olieman Boenandir.
Later werden alle krijgsgevangen van kamp “huis van de wedana” te Kragan per konvooi overgeplaatst naar kamp Jaarmarkt te Surabaya.

Op Hr. Ms. De Ruyter waren ook Amerikaanse seiners gedetacheerd. Zij moesten het contact met de Amerikaanse, Australische en Engelse schepen onderhouden. Een van hen, D.S. Rafalovich, trok altijd met Ed op, ook toen ze van kamp Kragan overgeplaatst werden naar kamp Jaarmarkt in Surabaya.
Uiteindelijk werden zij eind 1943 toch gescheiden: de Amerikanen gingen naar Japan en Ed werd naar Thailand overgeplaatst, waar hij aan de Burmaspoorweg moest werken. Ook deze ellendige periode met de vaak sadistische Jappen heeft Ed Welcker overleefd.

Na de capitulatie van Japan ging Ed in augustus 1945 met een groep van zeven Marine mensen met de KPM terug naar Batavia (Jakarta). Hij werd gestationeerd in Semarang en gedetacheerd aan de haven waar hij patrouillediensten moest onderhouden.

Op 27 februari 1947 trouwde Ed in Semarang met Gusta, Cornelia Frieser en na de bruiloft ging het bruidspaar op huwelijksreis naar Bandung. Een bevriende piloot gaf hen de gelegenheid mee te vliegen.
In die tijd was het bijna onmogelijk om over de weg van Semarang naar Bandung te reizen.
Het bruidspaar was een dag in Bandung toen de MP Ed al kwam ophalen om hem terug te brengen naar Surabaya. Hij moest zich weer melden aan boord van Hr. Ms. Abraham Crijnsen. Men had een Elektromonteur nodig. Ed werd ook bevorderd tot Korporaal Elektromonteur Zee Milicien. Bij zijn weten is hij de enige Marine dienstplichtige die deze rang heeft.

Op 5maart 1948 ging Ed met groot verlof van de Koninklijke Marine waar hij in totaal 12 jaar in heeft gezeten en begon zijn burger carrière bij de Biliton Maatschappij. Ed was toen inmiddels dertig jaar oud.

Het volgende ligt Ed na aan het hart en daarom moet het ook van zijn hart:

  1. In 1997 las Ed in het blad “De Indo” dat uitkomt in Californië dat de Koninklijke Marine in Rotterdam een reünie organiseerde voor de overlevenden van de slag in de Java zee. Persoonlijk heeft hij nooit een uitnodiging ontvangen. Naar aanleiding van wat hij in De Indo heeft gelezen, heeft hij zichzelf aangemeld als een van de overlevenden. Samen met zijn dochter Yvonne is hij er heen gegaan.
  2. Hij ontmoette daar Niek Koppen, de maker van de filmdocumentaire over de slag in de Java zee, die Ed ontweek. Deze documentaire met verhalen van overlevenden door hunzelf verteld is op de Nederlandse TV geweest. Ed is nooit benaderd zijn belevenissen te vertellen. Wel ging het verhaal de ronde dat Ed geen interesse heeft getoond in een interview voor de film.
  3. Als tafelgenoot had hij dhr. Van Zeeland, die tegen Ed zei: “Jullie zijn zo verspreid, het is moeilijk u te vinden”. In die tijd was Ed nog Nederlands Staatsburger en stond als zodanig ingeschreven bij het Consulaat van het Koninkrijk der Nederlanden in Los Angeles. Ed’s Antwoord: “De inspecteur van de belastingen in Nederland heeft mij wel gevonden!” Hierna heeft Ed nooit meer iets van de Koninklijke Marine gehoord. Waarom heeft dhr. Van Zeeland Ed’s relaas voor de Marine verzwegen?
  4. Twee verzoeken om ontslag uit de krijgsdienst voor carrière-opbouw in de burgermaatschappij zijn tot op heden nooit beantwoord. Uiteindelijk, op verzoek van de Biliton Maatschappij, kon Ed de dienst verlaten.
  5. Op de dag dat Ed de dienst ging verlaten werd hem verzocht nog een paar dagen te blijven. Hij bleef maar de reden waarom werd hem pas later duidelijk. Hij werd drie dagen onder quarantaine gesteld. Ed werd door een Marineofficier ondervraagd en beloofde niets over zijn belevenissen te vertellen zoals de positie van de schepen. Is het daarom dat de heren Koppen en van Zeeland hem negeerden?
  6. Verzoek voor WUV voor hem en zijn vrouw zijn negatief beantwoord. Zij hebben beiden nooit een uitkering gekregen.
  7. Ed was als kroongetuige voor Boenandir, die erkend werd als een van de overlevenden van de Slag van de Java zee en nu ook een uitkering van de WUV ontvangt.

 Nawoord: In de knusse huiskamer van Ed en Corrie Welcker in West-Covina heb ik, Benno Apon, dit interview mogen afnemen. Al die jaren hebben bovenstaande 7 punten zwaar op Ed’s borst gedrukt.
Het was voor hem een opluchting dat hij zich bij mij en dus ook bij u, lezer(s) kon luchten.
Zoals hij het zelf zegt: zijn leven is veranderd en persoonlijk ben ik blij dat “De Indo” Ed’s gemoedstand in positieve zin heeft gekeerd.

Benno Apon
Whittier, CA

Comments

  1. Thank you, Ronny. It was a pleasure to meet and greet you with my dad and sister, Yvonne.

  2. Proud on him. What a interesting story.

  3. De Nederlandse regering heeft zich weer van hun beste kant laten zien Wat een slemielen. Mensen als Ed moeten geprezen worden voor hun Verdiensten. Ed al is het maar klein UNE CHAPEAU.

  4. Mimi Smith -Hospers :

    Dank u voor het delen van uw verhaal, mooi dat het beschreven staat ben hier blij mee .
    Ook voor de persoon Ed zelf lijkt mij dit erg verlichtend. Petje af .

  5. Mijn dank voor dit verhaal. Een goede vriend van mijn moeder was reserve officer op het admiraalschip De Ruyter en ging daarmee ten onder in de Java Zee. Ik dacht dat er geen overlevenden waren. Hulde aan Ed.

    • Hi Ronny,
      Geen dank. Ik was zelf ook erg onder de indruk, toen ik bij de familie Welcker werd uitgenodigd en bij Ed aan zijn bed kon zitten en met hem praten.
      Echter ik kreeg ook op 3 maart j.l. van zijn zoon dat Ed op die dag toch overleden is. Hij kreeg een zware hart aanval, maar stierf rustig en zonder pijn.
      Hij werd 98 jaar en 4 1/2 maand.
      Groet.

Speak Your Mind

*