Gedicht: Wat is een Indo?

Gedicht: Wat is een Indo?

Verdreven van ons zonnig geboorteland
Zijn wij samen hier gestrand
Om elkaar te vinden in dat ene bloed
Indo , een Ardjoeno vol edele moed.
Indo, half Europees, half Aziaat
Indo, wereldburger, apart, Gods eigen piraat
Indo, bescheiden als de melati
Indo, djahat als de piso blati
Indo, opschepper als de sri Goenting
Indo, scherp als een beling
Indo, pienter boesoek als de oeler welang
Indo, gul en daarom altijd koerang oeang
Indo, lenig als een monjet
Indo, indolent als een kampret
Indo, wantrouwend als een matjan toetoel
Indo, een wajang van Njai Loroh Kidoel
Indo, mysterieus als de tropennacht
Indo, een tempel van stille kracht
Indo, snel gekwetst als de ries koetjing
Indo, strijd ontwijkend als de bruine loewing
Indo, lankmoedig als de perkoetoet
Indo, goedlachs als si Gendoet
Indo, schuw als een kadal
Indo, sluw, vindt altijd wel een akal
Akal boeloes wel te verstaan,
Als edele Nimrod staat hij bovenaan.
Indo, muzikaal als de tjoetjarawah
Indo, rijk als de padi op de sawah
Indo, trots als een merak
Indo, tevreden met pedoh en warme kerak
Indo, rijstepikker als de glatik
Indo, een bijzonder patroon als Tjangs fijne batik
Indo, een nostagie als de zang van de tonggeret
Indo, gezellig dongeng als de djalak oeret
Indo, een shag, een stopfles, koppi toebroek, slaapbroek en kebaja
Indo, fantast, dromer, denker, geslepen boeaja
Indo, een bamboe, een kali, een botol tjebok
Indo, stil, geduldig, meditatief als een blekok
Indo, inventief als de manjar
Indo, een zwerver tussen Dublin en kali Anjar
Indo, kunstzinnig als de angrek boelan
Indo, een lied, een traan, een gamelan
Indo, sterk als een karbouw
Indo, door d’eeuwen trouw
Indo, mysticus onder de waringin boom
Indo, ontwakend uit zijn lange droom
Indo, niet meer vertrapt, vernederd als een semoet
Maar Indo, bewust een kleurrijk wezen van dat gemengde bloed

Indo’s aller landen frank en vrij
Beseft, dit alles, dat zijn wij.

Geschreven door Rita Schenkhuizen in 1964.