Deel 2 – Tjip Boenandir als gevangene van de Japanners

Op 3 maart 1942 werden wij in Kragan in de buurt van Rempang (Midden Java) aan land gezet. Hier wilden de Jappen hun landing uitvoeren.

Wij werden verzameld op het erf van de wedana en bivakkeerden daar als krijgsgevangenen onder permanente Japanse bewaking. Het erf was groot en beplant met asembomen met een heg van “pohon Luntas”. Bewegingsvrijheid was er niet en de hele maand sliepen wij open en bloot onder de asembomen op de grond zonder tikar (slaapmat). Er was geen sanitaire of medische hulp. Wonden werden met kranten verbonden om de vliegen op afstand te houden. Op het erf werden wc’s uitgegraven en bij een diepte van 60 cm kwam het water al boven vanwege onze ligging dicht bij zee.

Bijna ieder morgen moesten wij 4 tot 5 km lopen om de plek op het strand te bereiken waar wij de Japanse schepen moesten lossen. Kisten, vaten en andere collies moesten wij van de landingsvaartuigen naar het strand dragen.
Tweemaal per dag kregen wij eten: halfgare rijst met een beetje suiker. Bestek kregen wij niet, dus gebruikten wij oud papier van schriften, enz. als bord en aten met de hand. Wij werden daarbij nog gedwongen om snel te eten om te voorkomen dat vliegen met de rijst meegingen!
In deze periode overleden drie lotgenoten die op het erf van de wedana werden begraven.

Wij waren in Kragan met ongeveer 80 gevangenen. Op zekere dag moesten enkelen van ons onder gewapende begeleiding ongeveer 1 ½ kilometer een kampong in om uit een put drinkwater te halen.
De hele maand kregen wij geen kleren behalve een gonjezak van een vierkante meter. Tijdens onze corvee vouwden wij deze gonjezak op en plaatsten het op onze schouder en nek ter bescherming bij het dragen van de zware kisten als wij corvee op het strand hadden.
De hele maand in Kragan zonder mandiën, tandenborstel, warme thee of koffie. Alleen het ongekookte water.

Terug naar Surabaya.
Op goede vrijdag, 3 april 1942, kreeg iedereen een set KNIL uniform compleet met bamboehoed. Er stonden 14 vrachtwagens gereed en wij moesten afscheid nemen van kamp Kragan om in konvooi naar Surabaya te vertrekken. In Tjepoe werd een uurtje halt gehouden voor het middagmaal. Het bleek het zelfde rantsoen te zijn dat wij ook in Kragan kregen: half gare rijst met wat suiker. Bij gebrek aan borden gebruikten wij ook hier beschreven bladzijden uit schriften als bord en aten met onze handen. Uit een houten vat dronken wij ons koude putwater.

In Surabaya werden we naar het interneringskamp Jaarmarkt getransporteerd. Het COVIM, een Europese vrouwenclub, hoorde dat overlevenden van Hr. Ms. De Ruyter en Hr. Ms. Java waren aangekomen. Van de Japanners kreeg deze club toestemming ons te ontvangen. Ongeveer 19:30 uur kwamen wij het kamp binnen en werden achter de grote poort verzameld. De COVIM dames kwamen en gaven ons o.a. kleren, odol tandpasta, tandenborstel, een zinken bord, lepel en zeep. Speciaal voor de drenkelingen van Hr. Ms. De Ruyter en Hr. Ms. Java een kopkussen (bantal). Wij sliepen niet meer op de harde grond zoals in Kragan, maar op bamboo balé-balés (bed van bamboe).
Kamp Jaarmarkt was een groot kamp met ongeveer duizend geïnterneerden, merendeel Knil’ers. In de eerste weken was de voeding redelijk, maar daarna kregen wij dagelijks een beetje pap. De zieken werden door een Japanse dokter behandeld. Zelf kreeg ik toen malaria en kreeg daar pillen voor.

(Hier heeft mijn broer mij gevonden en van buiten het kamp naar mij gewuifd. Hij mocht het kamp niet in. Dit heeft hij mijn moeder in Malang verteld die heel erg van slag was toen ze hoorde van het zinken van Hr. Ms. De Ruyter).

Tot 1943 bleef ik in het kamp en ik moest een formulier ondertekenen dat ik voor de Japanners moest werken. Vanwege mijn dienst vak van Stoker Olieman zou ik een baan krijgen als machinist.
Dit bleek later niet waar te zijn, want met 10 andere niet Europese gevangenen, die ook niet van de Koninklijke Marine waren, werd ik ’s avonds naar een kazerne van het Knil op Gunungsari gebracht waar wij in een lege goedang (opberg ruimte) konden slapen. (De andere gevangen waren inheemse gevangen die o.a. bij de stadswacht hoorden). Deze kazerne werd nu door de Jappen gebruikt. De volgende ochtend kregen we orders om de hele kazerne schoon te maken en te houden. Zo werden wij verplichte schoonmaakarbeiders. Alle orders werden in gebaren taal gegeven, immers wij verstonden geen Japans.
Naast de Japanse kazerne stond een andere Knil kazerne dat gebruikt werd als interneringskamp voor Europeanen. Met een Japanse chauffeur moest ik dikwijls met de vrachtauto naar de pasar. Wij moesten dan de kerandjangs (manden) met sajoeran (groenten) in de truck dragen en bij de kazerne weer uit de truck halen en naar de dapoer (keuken) dragen.
Beetje bij beetje begon ik Japans te leren om mishandeling te ontlopen. Goddank, is dat mij nooit overkomen.

De Japanse soldaten werden overgeplaatst en ik kreeg werk in de werkplaats DAI 10360 Butai “Don Bosco” in Surabaya. Don Bosco is een katholieke school en het hoofdgebouw en het hoofdgebouw werd als hoofdkantoor. Op het grote erf werd een semipermanente werkplaats opgetrokken waar ik wapens moest repareren. Hier werd ik in de gelegenheid om na vast werken (Maritiem: het beëindigen van de dagtaak) een cursus Japans te volgen. Ook kreeg ik permissie om in een garage van een van de in beslag genomen huizen rond Don Bosco te slapen.

(De parochie Don Bosco staat in de woonwijk Sawahan. Hier heeft zijn moeder Boenandir twee of driemaal opgezocht. Toen hij zijn moeder vertelde dat hij na de oorlog weer wilde varen was haar antwoord: “Dat is goed, maar je moet eerst gaan trouwen”. Rap ging zij op weg om voor zoon een bruid te zoeken die zij ook vond! Haar bedoeling was dat haar zoon, als hij eenmaal getrouwd was, niet meer naar zee ging)

Comments

  1. He is my father

    • Dear Siswondho,
      I am so glad you replied to my article on my website. As you might have read the stories I have written, I receive the stories from the familie Welcker, which was written by a person of Benno Apon. I just adjusted everything to the year 2017. The problem that I have is his birth day. Do you know when he was born and where? I also like to know when he died and where he was buried.
      I really hope you will update me and please let me know any correction I have to make. I write articles to honor people, who has been victims of the years 1940-1950.
      I really appreciate your help.
      Best greetings, Ron

Speak Your Mind

*