Deel 1 – De slag in de Java zee

Tjip Boenandir, Stoker-Olieman op Hr. Ms. De Ruyter

Dit jaar 2017 herdenken wij dat wij 72 jaar geleden bevrijd werden van de Japanse onderdrukkers.
De oorlog in de Indische archipel begon met de slag in de Java zee op 27 februari 1942, dat is 75 jaar geleden. Goddank, waren er ook bemanningsleden van onze vloot die deze rampzalige zeeslag hebben overleefd. Een van hen, Edward G Welcker, nu woonachtig in Orange Country, Californië is in de leeftijd van 98 jaar. Een ander overlevende woonde in Malang, Oost Java, is intussen ook in Malang in de leeftijd van 90 jaar in december 2010 overleden. Een paar jaar geleden heeft hij zijn ervaringen met de hulp van Benno Apon op papier gezet en een kopie aan Ed Welcker gegeven. Zijn relaas, aangepast aan de dag van vandaag, volgt hier beneden:

Mijn naam is Tjip Boenandir. Ik ben geboren aan de voet van de Gunung Kelud, de vulkaan in de buurt van Blitar. Op mijn geboortedag in 1919 was er ook een uitbarsting van deze vuurspuwende berg. Aangezien er in die tijd geen geboorteaktes werden uitgegeven werd mijn geboortedatum gesteld op 20 juni 1920. Ik heb de HIS, Hollands Inlandse School, doorlopen en kwam op de Ambachtsschool in Malang op de Europese afdeling van de Metaalbewerking. Nadat ik deze opleiding heb voltooid waren er overal plakkaten: “Saja orang Marine, ikutlah saja”. (“Ik ben een Marineman, ga met mij mee”.)
Zodoende ben ik bij de Koninklijke Marine terecht gekomen.

In 1937 kreeg ik aan boord van het Marine opleidingsschip “Soerabaja” te Surabaya mijn opleiding tot Stoker. Hierna werd ik als Stoker Tweede Klas met Stamboeknummer 2589 geplaatst aan boord van Hr. Ms. “de Ruyter” als lid van het machinekamerpersoneel. Hier heb ik flink aangepakt en werd bevorderd tot Stoker Eerste Klas. Daarna volgde mijn bevordering tot Stoker Olieman.

Toen de tweede wereldoorlog uitbrak zat ik ook op Hr. Ms. De Ruyter. We voeren uit naar de Java zee en tijdens de confrontatie met de Japanse vloot heb ik alle manoeuvres en wendingen van ons schip doorstaan. Ik heb mijn post onder het pantserdek niet verlaten.

Op 27 februari 1942, even na 23:30 uur werd het achterschip door een torpedo getroffen. Dit ging gepaard met veel lawaai en een harde knal. De stoomdruk daalde tot nul en onder het pantserdek werd het pikdonker. Ik bevond mij in de voorste machinekamer en met al mijn energie probeerde ik bovendeks te komen. Na veel botsingen en omwegen vanwege geblokkeerde waterdichte schotten kwam ik aan dek. Aan stuurboord begon de munitiebergplaats te ontploffen, lichtkogels schoten als vuurpijlen de lucht in. Met moeite wist men aan bakboord een werksloep te strijken. De capaciteit van 20 personen werd bijna driemaal overschreden. Belicht door de ontploffende seinkogels kwam ik ook in de sloep. Een officier, mijnheer H. Bennink, Ltz 1st klas, gaf commando om alles van gewicht over board te gooien en de sloep zo licht mogelijk te maken.

Het achterschip van Hr. Ms. De Ruyter was toen al gezonken, het voorschip was nog boven water zichtbaar. Met onze handen roeiden wij zover mogelijk van het schip te komen. In de verte konden wij het geschreeuw van de bemanningsleden horen die op het schip achter zijn gebleven. Na ongeveer twee uren konden wij nog zien hoe onze Hr. Ms. De Ruyter in de schemering van de nieuwe dag ten onder ging.

Later op die dag kwam een Amerikaanse onderzeeboot boven water om twee Amerikaanse seiners van de sloep te halen. De onderzeeër ging vlug onder, immers er vlogen nog Japanse vliegtuigen rond.
Van hen hoorden wij onze locatie: ongeveer 60 mijl ten noorden van Semarang.

Twee etmalen dreven wij roerloos in de lekkende sloep, zonder eten en weinig water uit het sloepreservoir. De zon scheen onbarmhartig fel.
We werden door een Japanse torpedobootjager opgevist en als gevangen behandeld. De sloep werd door de Jappen vernietigd.

 

Comments

  1. Thank you for this deeply sad and very brave memory !!!

Speak Your Mind

*