De Nieuwe Nederlanders uit Nederland Indie

Blijf waar je bent. Nederland zit vol! De boodschap van de Nederlandse Overheid: Als u overweegt naar Nederland te komen, het is beter dat u niet komt! U als Indische Nederlanders zullen en kunnen in Nederland het nooit redden. De meeste van U hebben niet dat doorzettingsvermogen. Deze nieuwe Nederlanders hebben nooit geleerd en waren niet gewend de handen uit de mouwen te steken. Ook zijn er voor hen in Nederland geen rieele bestaansmogelijkheden.

Wie waren die Indische Nederlanders? En het bovenstaande is niet verzonnen.

In de jaren na de Japanse tweede wereldoorlog werden door de toenmalige Nederlandse regeringen, waaronder ministers, hoge ambtenaren en studiecommissies documenten en rapporten met bovenstaande vermeldingen opgesteld.

Bovenstaande visie geeft aan hoe de overheid toen over de Indische Nederlanders dacht die toen nog in het voormalig Nederlands Indie bevonden.

Juridisch waren ze gewoon Nederlander, maar toch niet welkom in Nederland.

De overheid heeft daadwerkelijk het bovenstaande geprobeerd en getracht het uittevoeren.

Onder andere door een rijksvoorschot voor de overtocht van repatrianten te weigeren of te vertragen. Ook werden de quota’s voor het verstrekken van visa’s voor spijtoptanten enorm vertraagd.

Een betrokken minister, die mede verantwoordelijk was voor de Overzeese Rijksdelen en waarvan bekend was, dat hij niet veel kennis had van Indische zaken, verkondigde dat het verstandiger was voor de Indische Nederlander om te kiezen voor het Indonesisch staatsburgerschap. Bovendien zag hij problemen met de aanpassing van de Indos binnen de arbeidsmarkt in Nederland, want ze kunnen het Nederlandse arbeidstempo toch niet aan.

Deze denkbeelden heeft in een schrijven gericht aan alle ministers en staatsecretarissen.

Eind 1950 werd in een rapport bekend over de Indische ambtenaren en andere werkkrachten. Het kwam er op neer, dat er geen toekomst voor hen was, want zelf na aanvaarding van het Indonesisch staatsburgerschap werden ze ontslagen. Echter diverse ministers waren daar niet mee eens met de gemaakte analyse en de op tafel gebrachte cijfers.

Intussen kregen de Indische Nederlanders tot 27 december 1951 de tijd om hun keuze te bepalen. Naar Nederland of het Indonesische staatdburgerschap.

De Nederlandse regering besloot tot steun aan de Indische Nederlanders in Indonesie. Dit werd echter niet gedaan uit sociale overwegingen. Immers als er geen steun in Indonesie werd verleend, dan zouden deze mensen naar Nederland willen verterekken.

Intussen was de toestand dusdanig dat het extra levensmiddelen werden verstrekt aan de armlastige Indische Nederlanders. Tot en met het jaar 1953 werd vanuit het Hoge Commissariaat constant gepoogd met name de Indo-Europeanen af te zien van repatriering naar Nederland.

Intussen werden steeds meer Indische Nederlanders ontslagen en vervangen door Indonesiers.

Daarnaast was het met de Indonesische economie heel slecht gesteld.

Intussen waren al heel wat familieleden en vrienden reeds naar Nederland vertrokken en begonnen de achterblijvers zich eenzaam en alleen te voelen. Ook werd de omgeving er niet vriendelijker op.

De werkelijkheid gaf aan dat de meesten ook niet lang hoefden na te denken en de keuze naar Nederland te vertrekken was reeds een uitgemaakte zaak.

Echter de Nederlandse overheid gaf niet op, alleen werden nu vooral de laaggeschoolden duidelijk benadert en duidelijk gemaakt dat het voor hun beter was het Indonesisch staatsburgerschap te kiezen.

Intussen werd er van Indonesische kant bij de Nederlandse bedrijven op aangedrongen om Indonesiers aantenemen. Hierdoor verloren de Nederlanders hun baan.

Op ambtelijk niveau was men in Nederland nauwelijks geneigd om de Indo-Europeanen in hun benarde positie te steunen. Het Nederlands belang was nog steeds de Indo in Indonesie te houden, want de kosten voor de overtocht waren te hoog.

De Nederlandse bevolking zag het ook niet meer zitten om meer Indo-Nederlanders toetelaten.

Een commissie onder leiding van de heer Werner werd naar Indonesie gestuurd om rapport op te stellen. De commissie zag voor de Europees ingestelden een mogelijkheid tot repatriering naar Nederland, maar voor de oosterse georienterenden was het beter om in Indonesie te blijven. Immers zijn Indonesische landskinderen al waren ze politiek en juridisch Nederlands staatsburger. Ze waren door hun trage arbeidstempo ook niet geschikt voor de Nederlandse samenleving en zouden in nederland kansloos zijn.

Intussen was het rapport van Werner in Nederland bekend. De nederlandse kerken en de tweede kamer hadden veel kritiek op de bevindingen van Werner.

Echter de overheid handhaafde haar standpunt, dat de Indische Nedrlanders in Indonesie moesten blijven.

Premier Drees stelde zich op het standpunt dat Indische Nederlanders niet in aanmerking kwamen voor een rijksvoorschot op de reiskosten.

Echter die zelfde Nederlandse regering kon de Indische Nederlanders, die al hun hebben en houden verkochten en daarmee hun reis zelf konden betalen, niet tegen houden. Het waren namelijk ook Nederlanders. Echter ook deze mensen, om hun tegen te werken, Deze mensen kregen bij aankomst in Nederland een verzorgingsregeling van een lager niveau.

Naast de verslechterde omstandigheden voor de Indische Nederlanders, werd de verhouding tussen Indonesie en Nederland er ook niet beter op.

In 1957 had het Indonesisch leger een staat van beleg afgekondigd.

In 1958 moesten buitenlanders een werkvergunning hebben en Indonesiers hadden voorrang.

In Nederland begon men in te zien, dat de toestand in Indonesie zodanig was, dat men wel verplicht was de Indische Nederlanders te helpen. De versoepeling van het beleid werd niet door het hele kabinet ondersteund. Vooral de heren Suurhof en Drees hebben zich hier tegen verzet.

Uiteindelijk werd de Nieuw Guinea kwestie Nederland en de Indische Nederlanders fataal. Nederlandse bedrijven werden genationaliseerd en Nederlanders moesten het land verlaten.

Speak Your Mind

*