De grootste Juwelenroof in de geschiedenis van Nederlands-Indië

Juwelen

Juwelen

Alle juwelen, sieraden, geld en andere waardevolle dingen die gedurende de Tweede Wereldoorlog door Indische Nederlanders en Indonesiers werden als pand ondergebracht in ruil voor voedsel om in leven te blijven, werden geroofd.

Op 15 augustus 1945 kwam de Japanse kapitein Hiroshi Nakamura met begeleiding aan bij het pandhuis dat aan de Kramat was gelegen. Hij had met de chef van het pandhuis afgesproken dat de juwelen en diamanten uit de brandkasten overgeheveld worden in 5 koffers. En nadat de koffers vol waren, werden ook nog eens een paar manden gevuld.
De buit moest naar het kantoor van Nomura, Nakamura’s chef, aan het Koningsplein worden gebracht.
Echter Nakamura besloot de hele buit eerst naar zijn eigen huis te brengen om alles eerst te sorteren. Zijn minnares Carla Wolff en een vriend helpen hem met het uitzoeken van de juwelen en de volgende dag lagen 5 gelijkwaardige hopen van juwelen. Apart lag ook een hoop juwelen, geselecteerd door Carla voor haar eigen toekomst. Nakamura stemde toe.

Een paar dagen later brengt hij haar ook nog geld ter waarde van 200.000 guldens en een paar staven zilver om in de safe te bewaren, dat bestemd was voor de vier Japanse interneringskampen.

Een Chinese vriend van Nakamura helpt hem de schat naar een veel veiliger plaats te vervoeren en het grootste deel van de schat en het geld wordt in een grote safe opgesloten. De zilveren staven krijgen een andere plaats.

Carla houdt zelf wat van de juwelen achter de hand en klets honderd uit over haar rijkdom. Bijna iedereen in haar omgeving moest het weten hoe rijk ze was. Een paar vriendinnen krijgen allemaal een cadeautje. Ook Nakamura maakt zich erg verdacht bij de Britten. Hoe komt hij aan zoveel geld en macht. Per slot was hij slechts een kapitein!

Nakamura wordt gearresteerd en verhoord. Tijdens deze verhoren kwamen de Engelsen achter de juwelenroof. Tijdens het verhoor kwam naar voren dat er 5 koffers met juwelen ieder ter waarde van 100,000 gulden, in handen waren gegeven aan 5 Japanse kampcommandanten om het leven daar te bekostigen. Zowel Nomura als Nakamura wisten echter niet met zekerheid of deze koffers ook in de desbetreffende kampen waren aangekomen of door de desbetreffende commandanten waren verkocht. Alleen in Bandoeng duiken verhalen op over juwelen en dat ze in het bezit waren van Japanners en KNIL militairen. Een onderzoek levert niets op.
Intussen wordt ook de Chinese vriend van de kapitein gearresteerd. Dit vanwege wapensmokkel. Carla de Wolff wordt nu bang en vraagt Nakamura de juwelen uit de grote safe weg te halen en bij haar in de achtertuin te begraven. Alleen het geld blijft in de safe.

Carla’s loslippigheid had dramatische gevolgen. Uiteindelijk werd ze gearresteerd door de Britse Kapitein Morton, die het hele verhaal van Maurice Noach, een NEFIS employé, krijgt te horen.
Na een lang verhoor slaat Carla door en verteld hem alles.
De juwelen zitten in twee petroleumblikken die zijn volgestort met gestolde was. Morton, zijn adjudant sergeant Dawson, Noach en Ulrich nemen de blikken mee inclusief de 200,000 gulden uit de safe.
Het grootste deel van de juwelen belandt in handen van de Britse betaalmeester. Morton en Dawson hielden het geld en aardig wat juwelen achter de hand. Noach en een medewerker Ulrich krijgen 50,000 gulden en wat juwelen als beloning.
De officier van justitie te Batavia, Mr. Ed Brunsveld van Hulten komt via Ulrich in contact met Carla Wolff, die intussen was vrijgelaten door Morton. Zij verteld Brunsveld alles wat er heeft plaats gevonden. Brunsveld begint een onderzoek, ook bij de Britten. In Singapore heeft hij een ontmoeting met kolonel Sharp, chef van de Special Investigation Branch.
Kolonel Sharp voelt zich genoodzaakt naar Batavia aftereizen. Morton en Williams worden beiden gearresteerd en voor de krijgsraad gebracht. Morton komt door gebrek aan bewijs vrij, Williams krijgt ontslag en dwangarbeid van een jaar.
Intussen heeft ook nog een poging gewaagd het begraven deel van Carla te verkopen. Zij vraagt de hulp van pandhuisbaas Kroon. Brunsveld komt hier achter, laat hun arresteren en beiden belanden in de gevangenis.
Een van de weinige die wist te ontsnappen is de vriend van Carla, die haar had geholpen bij het sorteren van de juwelen uit de koffers. Zijn naam is Bram Roukens. Hij is naar Nederland vertrokken en blijkt onvindbaar. Sergeant Dawson vertrok naar Engeland, waar hij later werd gearresteerd.

Brunsveld brengt de volgende gevangenen voor de balie: Carla Wolff, Renee Ulrich, Maurits Noach, Ong Wie Soon, Tio Wie Koen en JPB Kroon. De opgegraven juwelen van Carla Wolff zijn intussen door de Britse Betaalmeester geschat op 331,000 gulden en daarnaast de kontanten op 144,000 gulden.
Voor het gerecht bleef Carla alles ontkennen. Ook het bezit van 270,000 gulden dat volgens haar van Nakamura was. Intussen werd het deel dat aan de Paymaster door Morton werd overhandigd geschat op 475,000 gulden.
Carla krijgt 8 maanden, Noach en Ulrich, die bekent hebben, krijgen 14 maanden en 8 maanden.
De rechters onder leiding van Mr. LF de Groot gaan alles goed na op basis van de verklaringen van Carla en de mensen die betrokken waren bij de operatie in het pandhuis. Nomura wordt nog maals stevig verhoord over zijn standpunt dat het hier om een Japans bezit ging. Al die juwelen en kostbaarheden waren immers het bezit van de arme Indonesiërs en de Indo-Europeanen, die hun bezittingen verpand hadden in de hoop later het terug te krijgen.

De verhoren hebben echter nooit de volledige gegevens van de schat opgeleverd en de waarde kon ook nooit worden vastgelegd. Het werd wel geschat op vele miljoenen. In een kranten knipsel werd zelf een bedrag van 9,000,000 Engelse ponden genoemd.

De rechtbank acht beide beklaagden schuldig aan plundering en veroordeelt Nakamura tot een gevangenisstraf van tien jaar en Nomura tot een straf van vijf jaar.

In 1949 werden de straffen van deze twee gevangenen door het wettige Indonesische gezag drastisch vermindert en de heren konden vrij naar huis.
Carla Wolff kwam in 1947 vrij en na een paar jaar vertrok ze naar Nederland. Een dochter van Carla, die in Jakarta woonde, vroeg haar toen al zieke moeder, in 1985 over te komen.
Carla Wolff stierf dat jaar op 77 jarige leeftijd.

Informatie gegevens van oude kranten uit het oude Nederlands Indie en een nieuw artikel van Peter Schumacher op het internet.