Bersiap-Soekarno

Machtsvacuüm-Bersiap-Soekarno na Japanse capitulatie

Sukarno bij Hirohito

Sukarno bij Hirohito

Op 8 november 1944, vond er een grote demonstratie te Batavia plaats. Soekarno hield een vurige rede en zei onder meer: “Onze jongens moeten zo nodig bereid zijn de Indonesische bodem te besproeien met hun bloed en tranen opdat het land vruchtbaar en welvarend wordt.”
Op 11 augustus 1945 sprak Soekarno op het hoofdkwartier van de Japanse Opperbevelhebber van Zuid-Oost Azie hierbij de woorden: “Ongetwijfeld is deze gave, dit verlenen van de onafhankelijkheid, een gunst van de meest heilige majesteit, de Tenno Heiko, voortgekomen uit diens oneindige wijsheid en wij wensen onze eeuwige dank daarvoor uit te drukken”.

Op 15 augustus 1945 capituleerde Japan en op 17 augustus 1945 werd onder leiding van Soekarno en Hatta de Republiek Indonesië uitgeroepen. Doordat er op dat moment geen geallieerde strijdkrachten aanwezig waren die het gezag van de Japanse militairen konden overnemen kreeg de Republiek tijd en gelegenheid aan invloed te winnen en macht uit te oefenen. Pas op 29 september 1945 kwam een detachement Britse troepen ter sterkte van nog geen duizend man te Batavia aan.

Al ver voor de capitulatie van Japan weerklonk overal in de steden, de kampongs en de desa’s de Japanse oorlogspropagandazender door luidsprekerhuisjes, die in opdracht van Soekarno waar mogelijk geplaatst waren. Op 8 augustus sprak Soekarno: “Amerika, Nederland en Engeland vechten nu tot het uiterste om hier terug te keren. Strijd tot de dood om hen te vernietigen”. Door een gebrek aan aanwezigheid van beschermende troepen konden de op handen zijnde bloedbaden zich na de capitulatie van Japan in alle gruwelijkheid gaan voltrekken.

Medio 1945 was door de Japanners PETA opgericht, een door hen geleid vrijwilligersleger, bestaande uit Indonesiërs. Dit nieuwe jongerenleger bestond uit 38.000 man en was ingedeeld in bataljons van 500 personen. Daarnaast waren er nog de Indonesische hulptroepen, de zogenaamde heiho’s. Al die jongeren leerden dat Nederland, Engeland en Amerika hun vijanden waren en Japan hun vriend. Generaal Soetomo, bijgenaamd Boeng Tomo, zorgde ervoor dat het voor vrouwen en kinderen levensgevaarlijk was de interneringskampen te verlaten. Feitelijk was men nergens meer veilig.

De eerste bersiap periode onder leiding van Soekarno en generaal Soetomo was begonnen waarbij Nederlanders, Chinezen, Ambonezen, Timorezen, Menadonezen en Indonesiërs, vlak na de Tweede Wereldoorlog en voor de onafhankelijkheid van Indonesië op gruwelijke wijze en op grote schaal vermoord werden.
Na de eerste bersiap volgde een tweede periode in juli-augustus 1947, toen, mede onder invloed van de activiteiten rond de Eerste Politionele Actie, een golf van nieuwe moordpartijen plaatsvond onder (Indische) Nederlanders en Indonesiërs, die loyaal bleven met Nederland bleven.