Archives for January 2017

Het zwarte schaap heette de Turk

Raymond Westerling slaagde er met zijn drastische aanpak in om de terreur te breken, het verzet de kop in te drukken en de steun van de bevolking af te dwingen. De orde keerde op Zuid-Celebes terug. Volgens de historicus Willem IJzereef vielen in de drie maanden durende actie zo’n 5000 slachtoffers. Een groot deel hiervan werd echter niet door de Speciale Troepen gedood, maar door het KNIL, de kampongpolitie en strijdgroepen, die met de Nederlanders samenwerkten. Door het Indonesische verzet werden in dezelfde periode ruim 1500 mensen om het leven gebracht. De Nederlandse legerleiding zag de zuiveringsactie aanvankelijk als een groot succes.

De “40.000” van Zuid-Celebes

De gebeurtenissen op Zuid-Celebes gaf de Indonesiërs echter een sterk wapen in handen. Door Soekarno werd het optreden van Westerling met succes aangegrepen om het elan van zijn eigen troepen op te voeren en om sympathie in het buitenland voor de Indonesische Onafhankelijkheidstrijd te verkrijgen. Westerling werd er van beschuldigd tienduizenden onschuldige burgers om het leven te hebben gebracht. In de algemene vergadering van de Verenigde Naties noemde de Indonesische afgevaardigde zelfs een aantal van 40.000 doden. De “40.000” van Zuid-Celebes blijken een uitstekend propagandamiddel te zijn geweest, die tot de dag van vandaag doorwerkt. Generaal Simon Spoor achtte Raymond Westerling vanwege nieuwe excessen op West-Java en de aanhoudende negatieve publiciteit rond zijn persoon niet langer geschikt voor zijn taak als commandant. Op 16 november 1948 droeg Westerling het gezag over en kwam er een einde aan zijn militaire carrière.

Westerling heeft zijn optreden op Zuid-Celebes altijd hardnekkig verdedigd. Dat hij, als hij het nodig vond, meedogenloos te werk ging, heeft hij nooit tegengesproken. In interviews ontkende hij echter zich schuldig te hebben gemaakt aan oorlogsmisdaden. “Het invoeren van het standrecht op Zuid-Celebes was het gevolg van een zuiver menselijke redenering, alhoewel het voor veel mensen een beestachtige daad was. Maar ga je dieper op de redenering in waarom ik gedwongen was dat te doen – ik heb mezelf opzij gezet, ik heb de krijgsraad geriskeerd en de publieke opinie – dan is het de enige manier om met een minimum aan bloedvergieten de rust en orde te herstellen op Celebes. Dat is van belang, omdat overal waar botsingen zijn er maar één werkelijk slachtoffer is: het volk.”

Onverwachte bijval kreeg Raymond Westerling uit Indonesische hoek. Volgens de Indonesische ex-kolonel en militair historicus Prof. Mr. Natzir Said kan Westerling niet zondermeer als een oorlogsmisdadiger worden bestempeld. “Iedere militair weet: onder een Staat van Oorlog worden mensen ter plaatse doodgeschoten. Dat is normaal. Standrechtelijke executies werden niet alleen door Westerling uitgevoerd, maar ook aan onze zijde. Heel wat spionnen van de Nederlanders zijn door ons doodgeschoten na een onderzoek ter plaatse. We omsingelden dan zo’n desa en als die mensen zeiden: ‘Hij is een mata-mate, spion van het KNIL….naar de boom!’” Waren de standrechtelijke executies volgens Natzir moord? “Dat houdt een oordeel in”, zegt hij, “dat er iets crimineels van maakt, waar de rechter zich mee moet bemoeien. Maar dit was oorlog. Het is vaak moeilijk te begrijpen voor civiele mensen. Volgens de Conventie van Geneve mogen krijgsgevangenen niet zonder onderzoek worden doodgeschoten. Westerling hield zich daaraan, voor zover het ging om gevangenen die verklaarden tot de officiële Republikeinse strijdmachten te behoren. Maar in andere gevallen….geen pardon. Als je de daden van Westerling misdadig vindt, dan moet je ook naar zijn commandanten kijken”.

Door Fredrik Willems (deel biografie)

`Beeld van Molukkers hier is ‘n stereotype’

Molukkers in Nederland
Een artikel van NRC

Vijftig jaar geleden kwam de familie Kukupessy naar Nederland. Langzaam vervlakt de lotsverbondenheid. Maar: `De Molukker is trots, trots op zijn afkomst

Johny Kukupessy koestert een foto van zijn eerste minuten op Nederlandse bodem. Gewikkeld in witte doeken ligt hij in de armen van zijn vader, een trotse Molukse marineman in uniform. Anderhalf jaar oud was Johny destijds. Vijftig jaar later heeft hij een goede baan in de automatisering en woont hij met zijn gezin in Blaricum. Hij is naar zijn zeggen ,,volledig geïntegreerd” in de Nederlandse samenleving.

Toch noemen zijn dochters Esther (24) en Lyoba (21) zichzelf `Molukker in Nederland’. Aanvankelijk waren ze zich niet bewust van hun roots, totdat zij van anderen te horen kregen dat hun familie `als bootvluchtelingen’ in Nederland is terechtgekomen. Nu zijn ze bij alle Molukse manifestaties en bijeenkomsten te vinden en verdiepen ze zich in de geschiedenis van de Molukkers.

Weinig Nederlanders kennen dit verhaal. Esther en Lyoba merken dat vrijwel dagelijks. Het beeld dat heerst over Molukkers is gebaseerd op stereotypen, zeggen zij. ,,`Molukkers kunnen goed voetballen en muziek maken’, krijgen we altijd te horen, maar ze zijn ook `dom, brutaal, vechtjassen’.” Ook over het land van herkomst weten hun leeftijdgenoten niets. ,,Ze maken geen onderscheid tussen de Molukken en Indonesië, en dat land kennen ze alleen van de rijstvelden en de kruidnagelen.”

Sinds woensdag is een nieuwe typering aan dit rijtje toegevoegd. De integratie van de derde generatie Molukkers in de Nederlandse samenleving blijft steken, blijkt uit een onderzoek van de Rotterdamse hoogleraar J. Veenman. Taalproblemen zouden daaraan ten grondslag liggen.

Hoewel Esther en Lyoba zich absoluut niet herkennen in dat beeld – ze hebben een Nederlandse moeder en zijn in tegenstelling tot Johny niet tweetalig opgevoed – is het voor hen geen nieuws. ,,Toen ik op de middelbare school kwam, kreeg ik taallessen aangeboden”, zegt Esther. ,,De leraren gingen er automatisch van uit dat mijn grammatica tekortschoot. Daarop heb ik een taaltest afgedwongen, om het tegendeel te bewijzen.”

Lyoba heeft het nog sterker meegemaakt: zij kreeg na tien minuten op de mavo te horen dat ze naar `niet-Nederlandse hulp’ diende te gaan. ,,Ik was gigantisch boos en heb een hele heisa getrapt”, herinnert ze zich. Gedeeltelijke excuses van haar mentor kwamen pas een half jaar later. Het heeft Lyoba geïnspireerd tot het opzetten van een actie voor een school zonder racisme.

Esther kreeg na de lagere school een mavo-advies, maar ze besloot het op de havo te proberen. Inmiddels is ze, na een paar jaar logopedie gestudeerd te hebben, derdejaars op de pabo. ,,Wij leren daar om buitenlandse kinderen niet te veel te pushen. Die hebben het al moeilijk zat en het helpt bovendien nauwelijks.” Een foute aanpak volgens haar, en anders dan ze thuis gewend was. De Kukupessys hebben hun dochters namelijk altijd gestimuleerd om door te leren. Zelf had Johny graag de hbs willen volgen, maar dat bleek eind jaren ’60 niet haalbaar. ,,Een goede opleiding is ook een kwestie van geld”, zegt hij nu. Want aan motivatie om verder te komen in de maatschappij, ontbrak het hem niet. Via de mulo, avondstudies en een kandidaats rechten werkte hij zich geleidelijk op.

,,Wij moeten altijd extra ons best doen als Molukkers. Dat heb ik van huis uit meegekregen.” Kukupessy verwijst in dit verband ook naar zijn vader, die tot de kleine groep Molukkers behoort die dienden bij de marine. ,,Daar kwam je niet zomaar bij, dat was alleen weggelegd voor de beste Molukkers.” In tegenstelling tot de duizenden KNIL’ers die bij aankomst in Nederland uit militaire dienst ontslag kregen aangezegd, werden de ongeveer honderd Molukse marinemannen opgenomen bij de Koninklijke Marine. Dat betekende echter niet dat hun vernederingen bespaard bleven. ,,Toen mijn vader in 1956 met pensioen ging, werd hem het staatsburgerschap ontnomen. Het hele gezin werd daamee stateloos.”

Kukupessy vertelt het verhaal met een vuur alsof het gisteren is gebeurd. Zijn verontwaardiging is kenmerkend voor de manier waarop veel Molukkers spreken over hun ervaringen in Nederland. Het beeld dat de Molukse gemeenschap hierdoor is samengesmeed tot een hechte eenheid, is echter ook een stereotype. Het maakt nogal wat uit of je in Huizen of in Capelle aan den IJssel woont, of je KNIL’er bent of van de marine, of je half Nederlands bent of niet. Bovendien profileren Molukkers zich onderling tegenwoordig meer dan voorheen op afkomst en geloofsovertuiging. Kukupessy: ,,De onderlinge solidariteit is aan het verdwijnen. Als je tien jaar geleden een Molukker op straat tegenkwam, groette je elkaar. Er heerste nog een gevoel van lotsverbondenheid. Nu is dat vervlakt en verwaterd.”

Kukupessy maakt zich zorgen over de splitsing die hierdoor ontstaat. Ook zet hij vraagtekens bij de wijze waarop de Molukse cultuur in Nederland levend wordt gehouden. ,, Ze hebben het vandaag over cultuur, maar alles wat ik zie, is een eettentje en een standje met sarongs en speldjes. Dat noem ik folklore.” De cultuur levend houden, dat houdt volgens hem veel meer in: het respect voor ouderen moet doorgegeven worden, evenals de kennis over de adat, de traditie. ,,Wel moet het misschien gemoderniseerd worden. Op de Molukken zeggen ze dat we vijftig jaar hebben stilgestaan.”

Zijn er wellicht ook stereotypen die correct zijn? De Molukker als gevoelsmens, misschien? Kukupessy senior: ,,Een gevoelsmens, jazeker. En gezagsgetrouw, hoewel dat voor de jongeren anders ligt.” Na een korte discussie met Lyoba over de inhoud van het begrip gezagsgetrouw, komt Johny Kukupessy tot een andere typering: ,,De Molukker is trots, trots op zijn afkomst en hoeft zich voor niemand te schamen. Daar sta ik nog altijd achter.”

Westerling – Deel 7

De algemene situatie rond Medan, Sumatra

Door de afgekondigde Indonesische onafhankelijkheid op Java ontstond er in 1945 in noord Sumatra 7 actieve politieke groepen die ook hun eigen gevechtseenheden hadden, waarmee zij ten strijde trokken. Deze politieke groepen van Atjeeërs, Batakkers, Javanen, etc. waren onderling ook in een hevige machtsstrijd strijd verwikkeld en slachtten elkaar op een gruwelijke manier af.  Daar moest Westerling met zijn mannen zich dan vaak tussen in mengen voor de orde en handhaving en het beschermen van de mensen. Vooral de Chinezen vanwege hun succes in de handel, moesten het vaak ontgelden.

De politieke partijen met hun strijdende groepen waren:
Partai Nasional Indonesia (PNI) met de eenheden Napindo, Naga Terbang, Harimau Liar en HalilintarPartai Socialis Indonesia (Pesindo) met de eenheid Ksatria Pesindo (Barisan Bintang Merah)
Partai Komoenis Indonesia (PKI) met de eenheid Barisan (Lasjkar) Merah, Hizboellah, Sabilillah en Moedjahidin
Partai Krister Indonesia (Parkindo) met de eenheden Barisan Pemoeda Parkindo, Divisie Parah (Pijl- divisie)
Partai Socialis met de eenheid Pemoeda Partai Socialis
Jkatan Peladjar Indonesia met de eenheid Tentera Peladjar Indonesia (TERPI)
Poetera Negara NEHRU (Br. Indiërs) met de eenheid Tentera Poetera Negara NEHRU. Versterkt met gedeserteerde Japanse-Engelse en Brits Indische troepen.

Bij de brug Titi Papan over de rivier de Deli vonden regelmatig schermutselingen plaats. Deze brug was de verbinding tussen het opstandige westelijke gedeelte en vormde met oostelijke deel de demarcatie lijn. Daarnaast liep parallel de weg tussen Medan en Belawan. Deze verbindingsweg werd de dodenweg genoemd. Dit vanwege de constante aanvallen op konvooien. De weg werd opengehouden door verkenningen van pantserwagens met vliegtuigsteun.

Luitenant Westerling had de opdracht een geheime politiemacht onder de naam Status Blue op te bouwen. Die politiemacht rekruteerde hij uit oud KNIL militairen, die voornamelijk afkomstig waren uit het Korps Marechaussee. Verder vond rekrutering uit de volgende groepen plaats.
Tijdens de oorlog 1942-1945 kwamen vele inheemse KNIL militairen op straat te staan en waren werkeloos. Zij hielden zich bezig met allerhande karweitjes, zoals tuinieren. Deze inheemse soldaten hadden hun gezinnen en hun kinderen (anak kolong di tangsi) waren na de oorlog ook volwassen geworden.
Dan waren er nog de Strappans van de KNIL. Dit zijn langdurig inheemse gestraften, die toen hun straf als drager/koelie uitdienden. Het waren meestal mannen uit de buiten gewesten.

Op een avond melde zich plotseling een van zijn ondergrondse agenten, een Atjeher, bij Westerling in hotel de Boer. Djalil boog zich naar voren en fluisterde: “De Pasukan*-Hayrullah van de Gagak Hitam is in de kampong Petisahdua”
De Gagak Hitam (Zwarte Raven) waren een van de beruchtste terroristenbenden van Medan en omgeving. Hun kern bestond uit ex-sukarelas uit de Japanse militaire school en het uitschot uit de Bataks-Atjeh omgeving. Het waren geen nationalisten maar moorden en verkrachten hun medemens als dieren. Hun leider was Guru Jahja en een van de leiders van zijn strijdkrachten was Hayrullah, de beestmens en getraind door de Jappen. En nu meldde een man met de naam Djalil: : “De Pasukan*-Hayrullah van de Gagak Hitam is in de kampong Petisahdua”
Het ondergrondse politiekorps werd via persoonlijke boodschappen op de hoogte gebracht wat van hun de volgende nacht werd verwacht. Vroeg in de ochtend klonken plotseling het geluid van granaten en Tommyguns.  Toen was het weer stil. De gevangen vrouwen die als seksslaven werden misbruikt werden bevrijd. De Gagag Hitam en Hayrullah bestonden niet meer.

Begin Julie 1946 werd Luitenant Raymond Westerling door de Engelsen van zijn functie ontheven en op 17 juli stapt hij in het vliegtuig om zich in Batavia te melden. Ook het ondergrondse politiekorps werd door de Engelsen ontbonden.
Intussen werd op 15 april 1946 het KNIL Medan Bataljon weer opgericht door het weer oproepen in militaire dienst van de dienstplichtigen. Stadswachter, Landstormers, en het daar aanwezige gewezen inheemse KNIL militairen, vrijwilligers van diverse landaarden, bijvoorbeeld Arabieren, Klingelezen en Chinezen. Tevens werd voor de Chinese wijken een vrijwilligerskorps opgericht de “PO AN THUI” uit pure chinezen en bewapend en getraind door het KNIL.
Op 18 juli 1946 werd de naam Medan Bataljon verandert in VI Bataljon Infanterie (INF.VI). Hierbij werden vele mannen, oud Marechaussees, die onder Westerling hadden gediend, de kern.
Onder het volk stonden ze bekend als Maresosee. Deze mannen hadden o.a. ook geholpen bij het vernietigen van de beruchte bende Gagag Hitam onder leiding van Hayrullah, een prestatie van de bovenste plank.

Gagak Hitam wapen KNIL VI Bataljon Infanterie

Het Gagag Hitam wapenembleem van VI Bataljon Infanterie werd als erenaam met trots door dit korps gedragen.
Waarbij met geplaatste eergevoel de Romeinse cijfer VI in ROOD het beroemd/berucht kraagembleem “de drie bloedvingers ”van het roemruchtig Korps Marechaussee in wordt gezien.

PS: Via een lezer het volgende bericht ontvangen.
“Hier in Amerika is er een groep ex-Westerling soldaten die bij een begravenis van een Westerling wapenbroeder de erewacht houdt in de uniform van toen. Ze kregen veel bekijks bij de Amerikanen toen met de begravenis van zijn oom in Colorado Springs.”