Archives for August 2016

Geen woorden maar daden van Jacq. Z. Brijl

Zowel de Koninklijke Marine, als de Marine Luchtvaartdienst en de Nederlandse Koopvaardij zijn beslist trots op de familie van Jacq. Z Brijl.

Zijn oom Luitenant ter Zee 1 Naas Chömpff was bij het uitbreken van de wereld oorlog met Japan commandant op de Torpeodbootjager Piet Hein. Tijdens de zeeslag met een Japans vlooteskader verloor hij in 1942 het leven, waarvoor hij postuim de Militaire Willemsorde 4# de klasse kreeg toegekend.

Een oudere broer van vader Brijl was gezagvoerder bij de Koninklijke Pakketvaart Maatschappy.

De KPM werd ingezet voor het vervoer van militaire troepen en hum materiaal. Boy Brijl kreeg in 1947 postuum het Kruis van Verdienste toegekend.

Jacq. Z. Brijl, Luitenant Kolonel bd.

Jacq. Z. Brijl, Luitenant Kolonel bd.

De heer Jacq. Brijl heeft zelf in Nieuw Guinea en Suriname samengewerkt met de MLD, Marine Luchtvaart Dienst en het Korps Mariniers. Ook was er later een goede relatie met het 320 Squadron van vliegkamp Valkenburg. Hij was toen voorzitter van de medische hulporganisatie Horizon Holland Foundation.

Na zijn pensionering en reeds de 80 gepasseerd zette Jacq. Z Brijl zich in voor de enkele honderden vergeten militairen in het voormalig Nederlands Indie alsnog aan een eervolle onderscheiding te helpen. Immers zei die toen bereidt waren zich op te offeren voor het vaderland, verdienen die erkenning.

Bovenstaande contacten komen daarbij goed van pas. Velen hebben voor het vaderland hun leven gegeven, anderen hebben het overleefd, maar al deze moedige mensen en hun families verdienen op z’n minst de Erkenning. Hun land Nederland moet hen daar dankbaar voor zijn.

In de vijf plus jaren dat dat hij hier mee bezig is, heeft Jacq. Brijl zeker al 100 veteranen en/of hun families aan een onderscheiding geholpen. Een paar dikke mappen thuis getuigen van zijn vele successen zowel in Nederland als in de vele andere landen, zoals Australie, Canada en de Verenigde Staten. Van recenter datum ziet u hier beneden een paar voorbeelden en de heer Brijl weet niet van ophouden.

Robert Karel Diks, geboren te Balikpapan, Borneo/Kalimantan, op 29 augustus 1923.

Mobilisatie Oorlogskruis

Mobilisatie Oorlogskruis

Oorlogsherinneringskruis

Oorlogsherinneringskruis

Ereteken voor Orde en Vrede

Ereteken voor Orde en Vrede

Rang: militie soldaat 1ste klasse Genietroepen, voor de oorlog 3de Bat. Genietroepen, na de oorlog o.a. bij Genie veldcie en MT te Palembang.

Hij overleed op 7 april 1989 in Duarte, Californie. De heer BH Crawford te Zwijndrecht had de eer het Mobilisatie Oorlogskruis postuum te mogen ontvangen.

De heer Brijl met echtgenote hebben een bezoek gebracht aan Etten-Leur, waar hij, namens de minister van Defensie Jeanne Hennis-Plasschaert, in het Indisch restaurant Ruma Dani 3 onderscheidingen uitgereikt heeft aan Ritmeester bd. Frans Snip en Mw. Frances Snip-Middleton, die alsnog waren toegekend aan landstorm soldaat Infanterie KNIL Hendrik Frederick Middleton,  teweten:

Het Mobilisatie Oorlogskruis
Het Ereteken voor Orde en Vrede
Het Demobilisatie Insigne KNIL

Intussen is bekend geworden dat de uitreiking van het MOK aan wijlen militaire Sergeant 1ste klasse Jan Nieuwdorp op 29 september 2016 aanstaande in het ZMA te Washington door de militaire attache, kolonel Marcel Buis, aan zijn kleinzoon en zijn dochter, mevrouw Ela Work-Nieuwdorp, worden uitgereikt.

Daarnaast heeft luitenant-kolonel bd. Brijl en trotse drager van het Bronzen Leeuw, de op een na hoogste dapperheidsonderscheiding van Nederland, nog diverse onvoltooide aanvragen onderhanden, zoals van Peggy Lesquillier namens haar vader, die de atoombomaanval op Japan heeft overleefd.

Ook Willy Fransz namens haar echtgenoot, die in de oorlog door de Jappen als gevangene gedwongen werd slavenarbeid te plegen aan de Pakan Baru Spoor te Sumatra.Hij overleed in April 1945. Willy Fransz zelf al 95 jaren oud, woont in Greenville, North Carolina.

Het is veel werk, maar zolang hij het kan doen, doet hij het met liefde. Het motto van de heer Brijl: “Ieder mens heeft het recht op waardering”.

Kunaicho: verschrikking voor iedere journalist

Koninklijk Huis-verslaggever Antoin Peeters over wat hem opvalt in het nieuws.

Laat ik het eens hebben over de Kunaicho, het Agentschap van de Keizerlijke Hofhouding. Ik moet het even van me afschrijven namelijk. Het is de grootste verschrikking voor iedere journalist. De meeste collega’s zullen er hoogstwaarschijnlijk nooit iets mee te maken krijgen en mijn advies luidt: houden zo! Ik ben er na twee dagen Japan volledig klaar mee en zelfs de meegereisde medewerkers van de RVD liggen inmiddels aan de beademing.

“Ik ben inmiddels drie keer op het terrein geweest van de keizer, het is voor een journalist zo ongeveer de hel op aarde.” 

Echt, ik ben als Koninklijk Huis-verslaggever best wat gewend. Regeltjes, pasjes, persvakken, dit kan niet, dat kan niet: het is ‘part of the job’. Er is altijd wel een beetje ‘strijd’ met de Rijksvoorlichtingsdienst, maar vergeleken met de Kunaicho zijn RVD’ers je allerbeste vrienden. We waren er ook al voor gewaarschuwd. Het agentschap van de keizer is oppermachtig en berucht. Zij zijn er om de eeuwenoude keizerlijke tradities in stand te houden en dat gaat ten koste van alles. Zelfs de keizer is ondergeschikt aan de Kunaicho. Het instituut is het allerbelangrijkste en wie dat vertegenwoordigt is niet zo relevant, als het maar een man is in de keizerlijke lijn van troonopvolgers.

Ik ben inmiddels drie keer op het terrein geweest van de keizer, het is voor een journalist zo ongeveer de hel op aarde. Overal lopen mannetjes in zwarte, slecht zittende pakken. Ze lopen met pakken papier en plattegronden en doen erg druk met druk doen. We staan op lijsten, dan weer niet, krijgen pasjes en gekleurde lintjes. Er zit voor ons totaal geen logica in en voor de medewerkers van het agentschap, 1050 (!) man sterk, eigenlijk ook niet. We mogen vrijwel niets – alleen ademhalen mag nog net. Een slokje water drinken? “Sorry sir, that’s not allowed.” En maar blijven lachen en buigen. We worden van hot naar her gestuurd en elke keer als we bij een nieuw persvak aankomen, zijn we óf te laat óf staan er tweehonderd Japanse journalisten in de weg. Die snappen het kennelijk wel.

Twee collega’s van de NOS die ontbreken op een nieuw, vaag namenlijstje, worden letterlijk opgesloten in een kantoortje, wel met koffie en vage hapjes overigens. Een mannetje wordt voor de deur gezet om ze te bewaken. Als de welkomstceremonie begint, word ik ineens naar de uitgang gedirigeerd. Ik probeer nog duidelijk te maken dat ik daar elf uur voor in een vliegtuig heb gezeten, maar het heeft geen zin. Terwijl het Wilhelmus klinkt, mag ik vertrekken. “Sorry, thank you!” Want tja, ik was op dat moment nou eenmaal ‘geel’, en ‘geel’ mag alleen de aankomst zien. ‘Rood’ is voor de ceremonie. Had ik maar ‘rood’ én ‘geel’ moeten hebben, of ‘groen’. Helder toch?

“Ik mag kijken naar de keizer die een hand geeft aan onze koning. Maar o wee als ik daar een foto van maak.”

Ik heb nog nooit zo veel journalisten zien ontploffen. Collega Marc van der Linden wordt witheet als een mannetje vertelt dat hij te laat is voor het persvak in de eetzaal. De reden van onze late aankomst is dat een ander mannetje ons een uur zoet houdt met een niet gevraagde rondleiding door de catacomben van het paleis (zie onderstaande foto). Radio-collega Menno Reemeijer vliegt er bijna eentje aan als hem duidelijk wordt gemaakt dat hij zijn microfoon niet mag aansluiten. Waarom niet? Van radioverslaggevers heeft de Kunachio nog nooit gehoord. Astrid Kersseboom doet nog een verwoede poging om een ‘stand-upper’ bij de hoofdingang op te nemen. Kansloos. De RVD’ers doen intussen wat ze kunnen. “You’re not flexible”, roepen ze naar hun Japanse collega’s. Maar het helpt allemaal geen snars.

Het agentschap leeft in de prehistorie. Ik ben in hun ogen geen tv-verslaggever die – zoals het normaal gaat – met zijn cameraman verhaaltjes maakt. Normaal ben je een team, in Japan leven wij gescheiden van elkaar. Mijn cameraman Peter wordt constant bij me vandaan getrokken en naar andere plekken gebracht. En ik? Ik ben gepromoveerd tot  ‘pen-journalist’. Ik behoor me op te stellen in rijen van drie en mag alleen een pen vasthouden, wat mijn Japanse collega’s dan ook keurig doen. Vervolgens mag ik kijken naar de keizer die een hand geeft aan onze koning. Maar o wee als ik daar een foto van maak. Dan is er direct dikke stress. Ik besluit het toch te doen, denkend aan al die enge Japanse vechtsporten. Maar ik ga ervoor, leve de persvrijheid! Dan maar de martelkamer!  Er komen vijf mannetjes om me heen staan. Ze raken me niet aan, maar werpen enkel een truttig blaadje voor de lens van mijn smartphone. Ze doen druk, maar verder gebeurt er niets. Het voelt als een overwinning. Dat een journalist in 2014 met tablets en iPhones werkt en daarmee zelfs foto’s maakt, is binnen de keizerlijke muren nog niet doorgedrongen.

“Ik wil hier weg, het opengaan van de keizerlijke poort voelt als een bevrijding. Wegwezen hier.”

Heel erg professioneel komt het allemaal ook niet over. Als ik kennelijk weer met een verkeerd kleurtje meeloop, word ik direct teruggestuurd. Vervolgens loop ik met twee collega’s moederziel door de donkere gangen van het paleis. Niemand te zien, ik kan alle kanten op. Gelukkig vinden we de uitgang, snel naar de bus. Ik wil hier weg, het opengaan van de keizerlijke poort voelt als een bevrijding. Wegwezen hier. Mocht de keizer ooit nog naar Nederland komen, dan reken ik op zoete wraak van de RVD!

Japanse gastvrijheid? Misschien voor de koning en koningin. Ik wil er niks meer mee te maken hebben!

 

Bertus Jawa / CZ

Bertus de Jong

Bertus de Jong

It was the year 1964, the place was The Hague, Netherlands and the location was the workshop of Van Anrooy at the Loosduinsekade. Two young man were developing a monoposto HvB race car.  Han van der Blij was the designer/builder and Bertus De Jong was the mechanic, who took care of the engine. It was a success story from day one.

But Bertus was also an enthusiastic racer of ISDT (International Six Days Trial) and other off-road bikes, like the Side-back three-wheel motorcycle racing, popular in the Netherlands and Belgium. A Czech Motokov bike racing Team saw the successful racer and soon he was invited to join the team, racing Jawas and CZs. Bertus was also a very talented mechanic and made name for himself on both counts.

In the mid 60’s the Czech company Motokov wanted to expand their business reputation with Jawa and CZ bikes.

Bertus was also well versed in the English language and was sent to the United States to teach American mechanics. He kept on giving classes to American mechanics out west who were working on the Jawas and CZs for Motokov and later to American Jawa. But Bertus soon started also his own business, Bertus Jawa/CZ, doing race preparation work, selling machines, various enterprises, etc. He opened his store at 701 Glendora Ave, La Puente, CA 91744, outside of Los Angeles, and nearly all race enthusiasts know where to find him.

In the beginning years he also treated fans to an exhibition of European side-back, three wheel motorcycle racing. Bertus de Jong and England’s Trevor Harisson put one time a demonstration during a race intermission.

AS the years passed his businesses expand and he raced less and less. He devoted more and more time to fabricating scarce parts, redesign and rebuild poorly made ones and doing engine works. Gradually Bertus built up an inventory of spare parts, like air boxes, clutch tools, brake levers, seat foams, and covers, and dozens of small unique bits that have endeared him to off-road racers.

In the mid 70’s Jawa pulled out of the American market and the same did CZ in the early 90’s. Bertus decided to buy out dealer stocks. Over the years about 350 dealers in the west of the United States.

All these stocks have been transferred to the shelves in his workshop in City of Industry. All these parts are joining the gradually growing lists of specially made and manufactured items. Also crates that followed him home from European trips of European manufacturers now fill his shop and spill out into two semi-trailers, a variety of crates and boxes and a “bone-yard” full with old Jawa’s and CZ’s, to die for.

Bertus does not work on computers, but any racer can reach him by phone. He has not a walk-in shop, but call him and he opens up his workplace. He is there by himself and often working in the machine shop. And if you walk in you find yourself surrounded by parts, whole bikes, half-finished bikes, pictures, memorabilia and much more parts. Bertus can talk for hours about what he loves, the Jawa’s and the CZ’s. Each piece and every bit, every bike or part has its own story. Hours passed by and you learn more and more about the history and these typical racing machines. Wonderful stories from a self-assured Dutchman. There are stories everywhere mixed with customer’s projects and orders moving along toward completion. Bertus consider his job a hobby and he keep working into late at night. Each year he rebuilds many engines, sends thousands of dollars’ worth of parts around the world, especially to Australia, and visits Europe several times.

If you need help with your Jawa or CZ, Bertus can help you. Just let him do the work and do not tell him what to do. And if you likes Jawa or CZ and you are in the LA area and likes to visit his motorcycle shop, you better call him. He refuse to work with computers. His number is known by many bike racers but here is the number: 626-330-2326.

Johannes Arnoldus Hendrick Breymann

Johannes Arnoldus Hendrick Breymann

Johannes Arnoldus Hendrick Breymann

In early 1940 Japan also threatened to invade the Dutch East Indies.

At that time Johannes Arnoldus Hendrick Breymann was a teacher at the Queen Wilhelmina Technical University in Batavia (today Jakarta, Indonesia). He was born in Waingapu on July 17, 1910 on the island of Sumba in the former Dutch East Indies archipelago.

The call for mobilization conscription in the KNIL (Royal Dutch East Indies Army) came on December 8, 1941 and as early as March 1942, Mr. Breymann as conscripted sergeant KNIL and all his colleagues were interned in a camp on Java controlled by the Japanese army.

But on a certain day he succeeded leaving the camp and knocked at the front door of his home in Meester Cornelis, Batavia. He appeared fully dressed in military uniform and could only say goodbye to his wife, his son and his two younger daughters. It was also the last time during a 3½ year war period they had seen him.

Mother Breymann and all other mothers and their children were left behind in a very difficult period. At the beginning many mothers were able to buy food through barter and by selling furniture and other useful items they had in their homes. However, at some point, mother Breymann could no longer sustain it and she had to move in with her retired father, who was living in the Kerkstraat, near the Rehobot avenue in Batavia.

Meanwhile, Sergeant J.A.H. Breymann together with other KNIL prisoners were deported to Japan. Upon arrival, he was transferred to the Japanese Internment camp Hakodate I, where he and his comrades were forced to hard labor under very inhumane conditions.

Sergeant J.A.H. Breymann survived the war and was transferred by the liberators on September 15, 1945 to Manila in the Philippines. Here the Dutch KNIL soldiers were given the badly needed medical treatments, food, cloth and time to recuperate from the cruel period in Japan. After this badly needed, but short time, Sergeant Breymann and co-KNIL military comrades were transferred by a British ship to Batavia. The KNIL assigned him to the 1st Division Art./3de Batt. to Balikpapan in Borneo.

Mother and children were still living with Grandpa when they were notified by the Red Cross that Sergeant Breyman J.A.H. was freed, and transported from Manila, Philippines and Batavia as a KNIL man to be stationed in Balikpapan, Borneo.

Mother and children managed to travel with a cargo ship from Batavia to Balikpapan where they found their father in good health; a particularly happy time for all.

After Indonesia became independent the Breymann family repatriated to the Netherlands and not much later they immigrated to the United States.

In the city Grants Pass of the state of Oregon the family built themselves a new life, and father Breymann went to work as a teacher again. There he also died and found his resting place on February 1983.

Not so long ago son Robert Breymann and his wife experience a very special day. They were given in honor and memory of Mr John Arnodus Hendrick Breymann the Mobilization-War Cross (MOK), including the Medal of “Order and Peace “+ the demobinsigne KNIL, which was established in 1948 by Queen Wilhelmina. This Mobilization-War Cross was made possible through the efforts of the Dutch East Indies veteran lieutenant-colonel bd Jacques Brijl, who despite his age, still find time to work and reward the forgotten Dutch KNIL soldiers and their families.