Archives for May 2016

Indo Ga Weg!

indosgaweg27mei2006

De laatste tijd wordt er via Nederlandse websites en het internet door zowel de pers als het schrijvend publiek ook het een en ander over ons Indo’s geschreven en gepubliceerd.

Het volgende zullen waarschijnlijk alleen de ouderen herinneren.

In de vijftiger jaren van de vorige eeuw verschenen regelmatig op muren de geverfde boodschappen aan ons Indische Nederlanders gericht. Indo Ga Weg!

Ook vele variaties op dat thema zoals “Rot op naar je apenland” en “Ga terug naar je klapperbomen”. Er werd van alles over ons op muren en kaden gekalkt en geschilderd. Vooral in Den Haag was dit schering en inslag.

Hoe kwam het dat een deel van de Nederlandse bevolking zich zo kwaadaardig gedroeg?

Misschien niet te geloven, maar de bronnen waren een deel van de politici, de wetenschappers en zij die het toen voor het zeggen hadden.

Zij schilderden geen leuzen op muren en scholden ons niet uit. Nee, dat niet.

De toenmalige regering en de tweede kamer kwamen wel met voorstellen en regels naar buiten om te voorkomen dat de Indische Nederlanders naar Nederland kwamen. En de pers nam toen dat allemaal over en publiceerden dat in hun kranten.

Zo was er een professor Dr. W.F. Wertheim, hoogleraar, die tijdens een rede het o.a. het volgende zei: “Indische Nederlanders behoorden tot de klasse van inwoners van Indonesië”. Door Nederland te beschouwen als hun moederland – zij waren nota bene Nederlanders vanaf de 19de eeuw! – verkeerden ze in psychische nood”. Maar via psychoanalyse zouden ze leren beseffen dat zij niet in Nederland thuis hoorden, maar in Indonesië.

Secretaris-generaal P.H.M. Werner, die als jurist op het ministerie van Maatschappelijk Werk werkzaam was,  stond het advies voor het te voeren beleid ten aanzien van de Indische Nederlanders waarbij een onderscheid werd gemaakt tussen westers (blanke totok) en oosters (bruine) georiënteerde Indische Nederlanders. De oosters georiënteerde Indische Nederlanders zouden door hun lage arbeidstempo geen kans van slagen hebben op de Nederlandse arbeidsmarkt. Hij stelde een rapport (rapport Commissie-Werner) samen over de Indo-Europeanen, dat de toenmalige minister president Dr. Drees typeringen en meningen over de aard der Indo’s aantrof die hem deed denken aan “in nazi-tijd gehanteerde terminologieën”.

Daarop verdween het rapport in een lade en keek hij er niet meer naar.

Echter het kwaad was al geschied. Indo’s waren te oosters en zouden zich niet kunnen aanpassen aan de Nederlandse maatschappij. Daarnaast aten ze rijst en geen aardappelen. Bovendien konden ze deze aardappels niet naar zich toe schillen, maar van zich af.

En wat deed de pers? Die namen alles klakkeloos over!

Bangkinangreunie 24 april 2016

Op 24 april 2016 heb ik deelgenomen aan de Bangkinangreunie. Voor mijn zusje was Arnhem inmiddels te ver om te reizen en zij vroeg mij of ik interesse had.  Ik ben heel blij dat ik ja heb gezegd. Wat een fijne sfeer. Vriendelijk, hoffelijk, vrolijk en met interesse voor elkaar. Ik heb leuke mensen leren kennen. Het meest indrukwekkend moment was de onthulling van de gedenksteen. Het leek wel een teken toen de zon tijdens de plechtigheid even helder doorkwam. Wat een prachtig initiatief, een zichtbare herinnering om onze dierbaren te eren en een erkenning voor wat zij meegemaakt hebben. Een emotioneel moment, vol herinnering, droefenis, stilte en pijn. Mijn oprechte dank gaat uit naar degenen die dit mogelijk hebben gemaakt.

Ik ben zelf niet in het kamp geweest, maar tijdens mijn hele jeugd heb ik van vader, moeder en andere familieleden vele verhalen over dit beruchte kamp gehoord. Bij het voorlezen van degenen die ons zijn ontvallen, hoorde ik de naam van Sonja Urban-Wissink. Een zeer dierbare vriendin van mijn vader. Tegelijkertijd besefte ik dat de groep reünisten alleen kleiner zal worden. De aanwezigheid van een paar relatief jeugdige deelnemers was daarentegen bemoedigend en ik vroeg mij af of we jongeren niet meer kunnen betrekken. Het eten was een feest. Gelukkig stond er wat mij betreft een grote kom sambal want ik hou van extra pedis. Na de bijeenkomst was er meer tijd om de namen te lezen op de gedenksteen. Ik zag de naam van mijn grootvader, Frederik Hendrik Havinga. Het was koud en de wind waaide behoorlijk, maar niet voor mij.

 

Ron Havinga

De Nieuwe Nederlanders uit Nederland Indie

Blijf waar je bent. Nederland zit vol! De boodschap van de Nederlandse Overheid: Als u overweegt naar Nederland te komen, het is beter dat u niet komt! U als Indische Nederlanders zullen en kunnen in Nederland het nooit redden. De meeste van U hebben niet dat doorzettingsvermogen. Deze nieuwe Nederlanders hebben nooit geleerd en waren niet gewend de handen uit de mouwen te steken. Ook zijn er voor hen in Nederland geen rieele bestaansmogelijkheden.

Wie waren die Indische Nederlanders? En het bovenstaande is niet verzonnen.

In de jaren na de Japanse tweede wereldoorlog werden door de toenmalige Nederlandse regeringen, waaronder ministers, hoge ambtenaren en studiecommissies documenten en rapporten met bovenstaande vermeldingen opgesteld.

Bovenstaande visie geeft aan hoe de overheid toen over de Indische Nederlanders dacht die toen nog in het voormalig Nederlands Indie bevonden.

Juridisch waren ze gewoon Nederlander, maar toch niet welkom in Nederland.

De overheid heeft daadwerkelijk het bovenstaande geprobeerd en getracht het uittevoeren.

Onder andere door een rijksvoorschot voor de overtocht van repatrianten te weigeren of te vertragen. Ook werden de quota’s voor het verstrekken van visa’s voor spijtoptanten enorm vertraagd.

Een betrokken minister, die mede verantwoordelijk was voor de Overzeese Rijksdelen en waarvan bekend was, dat hij niet veel kennis had van Indische zaken, verkondigde dat het verstandiger was voor de Indische Nederlander om te kiezen voor het Indonesisch staatsburgerschap. Bovendien zag hij problemen met de aanpassing van de Indos binnen de arbeidsmarkt in Nederland, want ze kunnen het Nederlandse arbeidstempo toch niet aan.

Deze denkbeelden heeft in een schrijven gericht aan alle ministers en staatsecretarissen.

Eind 1950 werd in een rapport bekend over de Indische ambtenaren en andere werkkrachten. Het kwam er op neer, dat er geen toekomst voor hen was, want zelf na aanvaarding van het Indonesisch staatsburgerschap werden ze ontslagen. Echter diverse ministers waren daar niet mee eens met de gemaakte analyse en de op tafel gebrachte cijfers.

Intussen kregen de Indische Nederlanders tot 27 december 1951 de tijd om hun keuze te bepalen. Naar Nederland of het Indonesische staatdburgerschap.

De Nederlandse regering besloot tot steun aan de Indische Nederlanders in Indonesie. Dit werd echter niet gedaan uit sociale overwegingen. Immers als er geen steun in Indonesie werd verleend, dan zouden deze mensen naar Nederland willen verterekken.

Intussen was de toestand dusdanig dat het extra levensmiddelen werden verstrekt aan de armlastige Indische Nederlanders. Tot en met het jaar 1953 werd vanuit het Hoge Commissariaat constant gepoogd met name de Indo-Europeanen af te zien van repatriering naar Nederland.

Intussen werden steeds meer Indische Nederlanders ontslagen en vervangen door Indonesiers.

Daarnaast was het met de Indonesische economie heel slecht gesteld.

Intussen waren al heel wat familieleden en vrienden reeds naar Nederland vertrokken en begonnen de achterblijvers zich eenzaam en alleen te voelen. Ook werd de omgeving er niet vriendelijker op.

De werkelijkheid gaf aan dat de meesten ook niet lang hoefden na te denken en de keuze naar Nederland te vertrekken was reeds een uitgemaakte zaak.

Echter de Nederlandse overheid gaf niet op, alleen werden nu vooral de laaggeschoolden duidelijk benadert en duidelijk gemaakt dat het voor hun beter was het Indonesisch staatsburgerschap te kiezen.

Intussen werd er van Indonesische kant bij de Nederlandse bedrijven op aangedrongen om Indonesiers aantenemen. Hierdoor verloren de Nederlanders hun baan.

Op ambtelijk niveau was men in Nederland nauwelijks geneigd om de Indo-Europeanen in hun benarde positie te steunen. Het Nederlands belang was nog steeds de Indo in Indonesie te houden, want de kosten voor de overtocht waren te hoog.

De Nederlandse bevolking zag het ook niet meer zitten om meer Indo-Nederlanders toetelaten.

Een commissie onder leiding van de heer Werner werd naar Indonesie gestuurd om rapport op te stellen. De commissie zag voor de Europees ingestelden een mogelijkheid tot repatriering naar Nederland, maar voor de oosterse georienterenden was het beter om in Indonesie te blijven. Immers zijn Indonesische landskinderen al waren ze politiek en juridisch Nederlands staatsburger. Ze waren door hun trage arbeidstempo ook niet geschikt voor de Nederlandse samenleving en zouden in nederland kansloos zijn.

Intussen was het rapport van Werner in Nederland bekend. De nederlandse kerken en de tweede kamer hadden veel kritiek op de bevindingen van Werner.

Echter de overheid handhaafde haar standpunt, dat de Indische Nedrlanders in Indonesie moesten blijven.

Premier Drees stelde zich op het standpunt dat Indische Nederlanders niet in aanmerking kwamen voor een rijksvoorschot op de reiskosten.

Echter die zelfde Nederlandse regering kon de Indische Nederlanders, die al hun hebben en houden verkochten en daarmee hun reis zelf konden betalen, niet tegen houden. Het waren namelijk ook Nederlanders. Echter ook deze mensen, om hun tegen te werken, Deze mensen kregen bij aankomst in Nederland een verzorgingsregeling van een lager niveau.

Naast de verslechterde omstandigheden voor de Indische Nederlanders, werd de verhouding tussen Indonesie en Nederland er ook niet beter op.

In 1957 had het Indonesisch leger een staat van beleg afgekondigd.

In 1958 moesten buitenlanders een werkvergunning hebben en Indonesiers hadden voorrang.

In Nederland begon men in te zien, dat de toestand in Indonesie zodanig was, dat men wel verplicht was de Indische Nederlanders te helpen. De versoepeling van het beleid werd niet door het hele kabinet ondersteund. Vooral de heren Suurhof en Drees hebben zich hier tegen verzet.

Uiteindelijk werd de Nieuw Guinea kwestie Nederland en de Indische Nederlanders fataal. Nederlandse bedrijven werden genationaliseerd en Nederlanders moesten het land verlaten.