Archives for May 2015

Less fortunate in Indonesia

Boarding-schools in Kebonagung, Malang

Many small Dutch non-governmental organizations (NGO), sometimes even private ones that has been setup by a family, are assisting and providing medical, agricultural and educational assistance to projects in Indonesia. One of these organizations is Horizon Holland Foundation supported by Jacq. Z Brijl, retired L.C. of the Dutch Army. Of the half millions of children living in boarding-houses only about 6% are orphans. Many parents are too poor to take care of their children.

One of the projects, supported by Horizon Holland Foundation is boarding-schools for girls and for boys called Asrama Anak Anak in Kebonagung district Malang, Java, Indonesia. This project, the two boarding houses, was built with the help of local people and sponsors in 2005. Today there are 40 students living on the small campus, all children from the street, who have been displaced and sometimes also abused. Three of them are now college students. Half million children from Indonesia are living under the same circumstances in boarding houses and only 6% of them are orphans. Many parents are too poor to feed and take care of their infants. Hananto Jonatan, Chairman Church Council in Malang, is the driving force behind these (boys-girls) boarding schools.

Peter Logman is a simple Indo, who is very unselfish and committed helping the poor and disabled children in Indonesia. Today he volunteers as a coordinator for Pelita and for the Indo dining table at the nursing home Rumah Kita Wageningen. He also organizes the Pasar event at Bronbeek and the proceeds are all going to the two boarding homes and schools.

Peter Logman ready to step on the Matrix

Peter Logman ready to step on the Matrix

On Sunday, May 10, 2015 Peter, as a 65 years active sportsman, decided to climb stairs on the Matrix exercise machine at the sport center Aerofit in Didam, the Netherland. His goal was climbing 4000 stairs with on each ankle a weight of 2kg. He managed to accomplish this grueling exercise in about 42 minutes. His accomplishment was also broadcast on television, but most important was the objective support for the boarding schools in Malang Kebonagung district.

Peter Logman on his way to the 4000 stairs up

Peter Logman on his way to the 4000 stairs

Hopefully you also feel the need to support Peter Logman with his project Asrama Anak anak in Kebonagung, Malang, please send your donation to:

Weeskinderen Kebonagung (Malang)
REKNR: NL61 INGB 000 240 0060
And I thank you,
Peter Logman
E-mail: sl.lotus@online.nl

Verwateren van de Indo cultuur

Interessante beschouwing (gedachte) over de Indo’s !

Het verwateren van de Indische cultuur is onvermijdelijk, maar het hoeft geen reden tot verdriet te zijn.
Op de lange termijn wordt alleen nog in eigen kring iets aan de eigen identiteit gedaan !!!

Zestig jaar geleden droeg Nederland de soevereiniteit van Nederlands-Indië over aan Indonesië. De meeste Indo’s besloten dat er geen plaats meer voor hen was in het onafhankelijke Indonesië en vertrokken naar Nederland. Hoe is het ze sindsdien vergaan in ons land? En is de Indische cultuur aan het uitsterven?
’Je bent Indisch? O, je bedoelt Indonesisch!” De meeste Indo’s zal deze opmerking bekend voorkomen. Indo’s, mensen van gemengd Nederlands-Indonesische komaf, vormen een van de grootste etnische minderheidsgroepen van ons land (zie kader). Tussen 1945 en 1965 kwamen circa 200.000 Indo’s naar Nederland, omdat er geen plaats meer voor hen was in het postkoloniale Indonesië.
Toch blijken veel autochtone Nederlanders weinig te weten over Indo’s. „De gemiddelde Nederlander blijkt vaak niet op het idee te komen dat iemand Indisch is. En als ze horen dat dat het geval is, zeggen ze vaak: ’O, Indonesisch’. Ze weten vaak niet wat het verschil is tussen Indisch en Indonesisch”, vertelt dr. Marlene de Vries, die voor het Instituut voor Migratie- en Etnische Studies van de Universiteit van Amsterdam onderzoek deed naar jongere generatie Indo’s in Nederland. Niet voor niets verzucht een Indische vrouw in De Vries’ boek ’Indisch is een gevoel’: „Het lijkt wel of we niet bestaan.”
Ook in het huidige debat over de multiculturele samenleving worden Indo’s zelden genoemd, zoals ook grootschalig onderzoek naar de integratie van deze groep ontbreekt. Dat een dergelijk onderzoek nooit heeft plaatsgevonden, heeft ermee te maken dat de Indische integratie redelijk probleemloos is verlopen. Niet zelden wordt er gesproken van een geruisloze assimilatie. „Je hoort weinig over Indo’s omdat er nauwelijks problemen zijn geweest”, meent Roy Melger. De Indische socioloog deed met financiële steun van de stichting Het Gebaar onderzoek naar de sociaal-economische positie van de generatie Indo’s die op jonge leeftijd naar Nederland kwam. „Alles liep zoals het lopen moest. Dus er was geen reden om geld te steken in onderzoek naar oorzaken van eventuele problemen. Er waren geen onderwijsachterstanden. En beroepsmatig en cultureel waren ze onopvallend. Ze bouwden geen moskeeën, maar gingen op in de Nederlandse kerken.”
Met hun onderzoeken proberen De Vries en Melger de lacune in de kennis over Indo’s enigszins op te vullen, al moesten beide onderzoekers zich bij gebrek aan geld tevreden stellen met relatief kleinschalige onderzoeken. Terwijl De Vries zich vooral richtte op de Indische identiteit, keek Melger naar de sociale mobiliteit van Indo’s die op jonge leeftijd naar Nederland kwamen. „Mijn onderzoek is voortgekomen uit een gevoel van oer-nieuwsgierigheid: hoe is het de Indo’s vergaan nadat ze naar Nederland zijn gekomen?”, legt Melger uit. „Hebben ze doorgestudeerd, zijn ze snel aan de bak gekomen en zijn ze goed geïntegreerd in de Nederlandse samenleving?”
In zijn boek ’Vijftig jaar in het land van aankomst’ concludeert de gepensioneerde socioloog dat de oudere generatie zich stevig heeft geworteld in de Nederlandse samenleving. „Ze doen in alle geledingen van de samenleving goed mee. Ongeveer 80 procent van de mensen die ik heb ondervraagd stemt bij verkiezingen, 42 procent is lid van een sportvereniging en 41 procent heeft zich aangesloten bij een kerkgenootschap.”
Van doorstuderen in Nederland was daarentegen slechts in een enkel geval sprake. „Ze zijn in Nederland eigenlijk meteen aan het werk gegaan en hebben dus weinig vervolgstudies gedaan.”
Hoewel de meeste oudere Indo’s relatief makkelijk een baan vonden, bleek uit het onderzoek van De Vries dat het Indische erfgoed, waarbij bescheidenheid en beleefdheid naar leidinggevenden een grote rol speelt, wel een remmende factor was tijdens de professionele carrière. Zo constateert de Indische Irene Urich (69), die op jonge leeftijd naar Nederland kwam, dat haar gebrek aan assertiviteit haar loopbaan wel degelijk heeft gehinderd. „Ik heb alles gepikt wat ze met me deden. Steeds dacht ik: ’Als ze me langer kennen gaan ze me wel honoreren’. Maar dat gebeurde nooit. Nu zie ik dat ik dat anders had moeten aanpakken en dat ik door mijn opstelling bijvoorbeeld geen goed pensioen heb opgebouwd.”
Volgens dr. De Vries speelde de invloed van de koloniale erfenis dan ook een belangrijke rol bij de sociale mobiliteit van de Indo’s, ook bij de generatie die in Nederland werd geboren of op jonge leeftijd naar ons land kwam. „De invloed van ideeën en gedragingen die samenhingen met de koloniale verhoudingen, bleek tot mijn verrassing vaak heel groot te zijn. Ze zagen hoe hun ouders zich nederig opstelden jegens autochtone Nederlanders en dat hebben ze zich onbewust eigen gemaakt. Ze groeiden op met het idee dat Nederlanders intelligenter waren, dat je het als Indo nooit ver zal schoppen en dat een Nederlander hoger op de maatschappelijke ladder komt.”
Ook Irene Urich herinnert zich dat ze moest vechten tegen het idee dat Nederlanders per definitie succesvoller zijn. „Mijn ouders droegen uit dat blank beter was. Mijn moeder had het ook steeds over mijn blanke buurmeisje: ’Zij doet dit en dat’. Dan zei ik wel eens: ’Waarom neem je haar niet als dochter?’ En het feit dat ik in Indonesië een Indonesisch vriendje had, werd niet geaccepteerd.”
Voor de jongere generatie blijkt de koloniale erfenis echter nauwelijks meer een rol te spelen. Dat heeft er volgens dr. De Vries mee te maken dat ze een ander startpunt hadden dan de oudere Indo’s. „Om te beginnen hebben ze meestal maar één Indische ouder. Daardoor zien ze er lang niet allemaal Indisch uit en zijn ze van jongs af aan met autochtoon Nederlandse familieleden opgegroeid. Tevens werden ze groot in een andere tijd. Ze zaten op school met Turkse, Marokkaanse of Surinaamse kinderen en waren niet de enige kinderen die ’anders’ waren. Ze groeiden op in een Nederland dat gewend was geraakt aan mensen met een andere huidskleur, gewoonten of godsdienst.”
Door hun gunstige startpositie blijken de jongeren het goed te doen in hun beroepsleven. Melger: „De jongere generatie heeft uitzonderlijk vaak doorgestudeerd. Terwijl de oudere Indo’s beroepsmatig veelal op het middenniveau zijn blijven hangen, heeft de jonge garde wel leidinggevende posities bereikt.”
Naast het ontbreken van de koloniale erfenis als belemmerende factor, signaleert hij nog andere oorzaken voor het hoge scholing- en beroepsniveau van de jongeren. „Die is mede te danken aan het feit dat ze qua studiemogelijkheden in een gespreid bedje kwamen. Bovendien ligt het ambitieniveau bij Indo’s hoger dan bij autochtone Nederlanders. Indo’s hebben altijd geprobeerd zich zo goed mogelijk aan te passen, maar wilden tegelijkertijd zo goed mogelijk presteren. Dat idee zat helemaal vooraan in hun bewustzijn. Ze hebben dus flink de zweep over hun kinderen gelegd.”
Veel jongere Indo’s zijn zo geassimileerd dat hun (deels) Indische komaf lang niet altijd meer een rol speelt in hun leven. De Vries: „Voor de jongere generatie is het een eigen keuze of ze iets met de Indische achtergrond wil doen. Sommigen vinden het een raar idee om zichzelf als Indisch te bestempelen.” Zo noemt de Indische Dunja Landegent (30) het enige Indische in haar leven het Indische eten. „Verder doe ik weinig met mijn Indische komaf, zeker na het overlijden van mijn opa en oma die nog meest Indisch waren. Het is zelfs zo erg, dat ik niet weet wat ik als de Indische cultuur zou moeten benoemen of wat de tradities zijn.”
Toch zijn er ook Indische jongeren die zich wel verdiepen in hun afkomst. De Vries: „Sommige jongeren zijn er erg mee bezig. Vooral op sites van Indische jongeren vind je degenen die zich vrij fanatiek met hun Indische achtergrond bezighouden. Soms gaan ze zelfs Indonesische woorden gebruiken, terwijl ik zeker weet dat hun ouders dat niet deden. Door die sites kun je indruk krijgen dat de Indische identiteit bij de jongeren erg leeft, maar het gaat om een naar verhouding kleine groep.”
Hoewel de rol die de Indische roots in hun leven speelt verschilt, noemen oudere en jongere Indo’s wel vaak dezelfde elementen die de Indische cultuur vormen. De eetcultuur wordt vaak genoemd en ook het gevoel dat het er in Indische families gezelliger en minder opgeprikt aan toe gaat dan bij autochtoon Nederlandse families. Tevens vinden veel Indo’s dat hun omgangsvormen nog steeds verschillen van de Nederlandse etiquette. De Vries: „In Indische ogen kan de assertiviteit van autochtone Nederlanders doorschieten in botheid. De veelgeprezen ’eerlijkheid’ en ’alles moeten kunnen zeggen’-ideologie staan op gespannen voet met de Indische neiging iemands gevoelens te ontzien. Op zich hebben de meeste jongere Indo’s waardering voor de ’Nederlandse’ neiging om gevoelens en gedachten uit te spreken – iets wat in Indische kring minder gebruikelijk is. Maar soms, zo vinden ze, gaan ’de Hollanders’ daarin te ver.”
Ook het meedragen van een andere geschiedenis dan autochtone Nederlanders zagen veel deelnemers van het onderzoek van De Vries als onderdeel van hun identiteit. „De generatie Indo’s die in Nederlands-Indië is geboren en opgegroeid, is haar land uitgezet. De Indo’s zijn vaak familieleden, kennissen en bezittingen kwijtgeraakt. Tijdens de Bersiap zijn Nederlanders, inclusief Indo’s, en ook Chinezen door Indonesiërs opgejaagd en soms letterlijk in mootjes gehakt. Vanzelfsprekend blijft zoiets in je familie na-echoën.”
Voor Irene Urich geldt dat haar ervaringen in Nederlands-Indië gedurende de Tweede Wereldoorlog pas jaren later weer een rol gingen spelen. „Tijdens mijn huwelijk heb ik mijn Indische identiteit weggemoffeld. Wat ik in de oorlog en de gevaarlijke momenten daarna heb meegemaakt, heb ik zelfs aan mijn Nederlandse man nooit verteld. Rond mijn veertigste raakte ik in een identiteitscrisis en werd ik opeens geconfronteerd met de vraag: ’Wie ben ik eigenlijk?’ Ik ben me ervan bewust dat de ervaringen, vooral uit mijn kinderjaren, me gevormd hebben. Mijn leven was opgebouwd uit angstconfrontaties en bedreigingen tijdens de oorlog met Japan en de vrijheidsstrijd daarna.”
Door die andere geschiedenis voelen sommige Indo’s zich minder vanzelfsprekend Nederlander dan autochtone Nederlanders. „Ik ben niet echt een Nederlander, maar ook geen allochtoon”, meent Irene Urich. „Ik zit er ergens tussenin. Mijn gevoel is Oosters en mijn verstand Westers. Ik denk en praat vanuit het Westerse standpunt, maar voel me een wereldburger. Of ik nu in China ben of in Amerika, ik voel me overal thuis en kan me heel goed inleven in andere volken.”
Hoewel de Indische cultuur voor sommige Indo’s nog springlevend is, constateert De Vries in haar boek toch dat de invloed van de Indisch culturele erfenis voor alle generaties aan kracht en invloed inboet. „Ik denk dat de Indische cultuur aan het verwateren is, alleen al door het feit dat een groot deel van de jongere generatie maar één Indische ouder heeft. En er is geen voeding vanuit het herkomstland zoals bij Turken of Marokkanen. Het ziet ernaar uit dat de Indische afkomst in de toekomst meer een soort voetnoot in iemands levensverhaal zal zijn dan een substantieel onderdeel ervan”, meent De Vries. Dunja Landegent betreurt het uitsterven van de Indische cultuur. „Het is jammer dat onze cultuur verdwijnt, want het is toch een stukje van je identiteit. Ik heb het mijn ouders wel verweten dat ze me geen Indonesisch hebben geleerd. Ik was eens aan het werk in een winkel toen een Nederlandse man op me af kwam en Indonesisch begon te spreken. Maar ik kon niks terugzeggen. Dat vond ik wel erg: hij wel en ik niet!” Maar Roy Melger ziet het verwateren van de Indische cultuur als een onvermijdelijkheid, die geen reden tot verdriet is. „Ja, ik ben ervan overtuigd dat we een uitstervend ras zijn. En nee, dat is niet erg. Want voor alle migrantengroepen geldt dat ze op de lange termijn alleen nog in eigen kring iets aan de eigen identiteit doen.”

Marlene de Vries en Roy Melger in Trouw

Reisverslag uit het mooie Indonesië !!

Food seller needs a break

Food seller needs a break

HET REGENSEIZOEN LIJKT OVER IN JAKARTA
Het milieu is een onderwerp wat een heleboel mensen aanspreekt in Nederland. Helaas niet in Indonesië waar het afhandelen van afval zelfs de niet fanatieke niet Greenpeace aanhangers de mond doet openvallen. Voorbeeld. Op het werk hadden we een paar jaar geleden containers neergezet voor het splitsen van afval. Iedere container kreeg een eigen kleur en na de instructie leek het de eerste weken goed te gaan. Na een paar maanden bleek er van alles en nog wat in iedere container te zitten en zoals dat hier hoort wist niemand ergens van. De mensen zijn hier slordig tot op het bot. Dat ging wat op en neer en op dit moment heb ik het vechten tegen de bierkaai opgegeven want de wil om dit goed te doen ontbrak volledig. Ze zien het nut er ook niet van in.

Brand in het centrum bedwongen door 45 brandweerwagens

Brand in het centrum bedwongen door 45 brandweerwagens

Voor inwoners langs de rivier is het makkelijk, je flikkert je vuil maar in het water en het is weg en het eindresultaat zien ze niets van. Verstopte rivieren en sluizen zijn het gevolg. De overstromingen zijn voor hun uitsluitend het gevolg van teveel regen daar hebben ze aan de bovenloop van de rivier geen centje last mee. De overheid doet er ook verder heel weinig aan en die hebben beduidend meer invloed dan deze jongen. Zo nu en dan harken in het vuil is duidelijk niet genoeg. Het begon al toen ik hier nog maar net werkte en vroeg waar ik mijn batterijen kon weggooien. Totaal onbegrip was het gevolg, in de prullenbak natuurlijk en bij mijn vraag of dit niet slecht was voor het milieu begrepen ze niet wat ik bedoelde.

De diverse eettentjes voor de deur van het bedrijf wassen hun borden af in het totaal vervuilde watertje wat langs de bedrijven loopt. Het drinkwater wat ze gebruiken wordt in onduidelijke tanks aangeleverd en voor geen prijs dat ik dat drink. Voor koeling gebruiken ze een blok ijs wat iedere dag geleverd wordt, dit dient tevens voor ijsblokjes in gekoelde drankjes en dat is zeker niet voor consumptie geschikt. Hun afval gooien ze allemaal op de grond naast hun tentje en dat moet dus wel stikken van de ratten en ander ongedierte. Maar het eten is daar spotgoedkoop en dat alleen telt voor de mensen hier. Zo nu en dan is er een uitbraak van diarree maar niemand legt het verband met de eettentjes. Smakelijk eten. Ons huisvuil wordt meerdere keren per week door een grote truc opgehaald, binnen Raffles Hills is dat perfect geregeld. In de kampong doen ze dat anders, wanneer je vuilbak vol is dan steek je de brand erin. Er zijn dus altijd een paar lichtelijk stinkende vuurtjes in dit soort buurten. Als de wind verkeerd staat kunnen wij soms ook genieten van dit feest en dan kun je beter niet in ons achtertuintje zitten. Het klinkt allemaal nogal heftig maar als toerist zul je hier eigenlijk nooit iets van merken omdat je nooit in de kampong in de stad komt en nooit in dit soort vervuilde straattentjes eet. Veel rugzaktoeristen doen dat gezien de prijs wel vaak en betalen de prijs met een stevige diarree of overgeven.

Op vele plaatsen fuiken voor controle op motordiefstal

Op vele plaatsen fuiken voor controle op motordiefstal

Waar de laatste jaren een beetje verbetering in komt is de luchtvervuiling door uitlaatgassen. Er zijn vele bussen vervangen door nieuwere minder smog uitblazende modellen. Sommige van de oude modellen bliezen zoveel zwarte rook uit dat je ze ‘s avonds door hun uitstoot de bus niet meer kon zien. Wanneer ik nu op de weg kijk zijn er eigenlijk alleen nieuwere auto’s, de echte oude vervuilende auto’s ouder dan 10 jaar, zie je haast niet meer. Maar nog steeds als je met het vliegtuig aankomt kun je Jakarta vrijwel nooit zien liggen vanuit de lucht door de smogdeken die er over de stad ligt veroorzaakt door 5 miljoen auto’s en 12 miljoen motoren. Toch is en blijft dit een schitterend land wat met wat medewerking van de inwoners nog ietsje mooier zou zijn.

Brand heb je vooral in de kampongs vaak door de onvoorzichtige omgang met brandhout en gasflessen. In de stad staan deze huisjes zo dicht op elkaar dat de brandweer er niet door kan. Als er dan ook brand uitbreekt is het meestal meteen goed raak en gaan er hele buurten plat. De brandweer isoleert dan een hele wijk waar ze niet in kunnen en de laatste keer met 45 bluswagens. Het komt dan neer op het zo goed mogelijk nat houden van de omgeving want de huisjes zelf zijn vaak van hout of rotan en daar is geen blussen aan.

Net buiten de stad kun je hier diverse schitterende trekkingen maken. Weliswaar niet zo spectaculair hoog als in Nepal maar door de schitterende natuur met uitzichten over de sawa’s toch meer dan de moeite waard. In de buurt van Bandung heb je ook diverse campings die in alles voorzien zijn zodat je alleen spullen meeneemt of je naar een hotel gaat. Het zijn dan ook meer hotels in een tent. Van hieruit kun je vele trektochten maken die allemaal binnen een dag, ook voor niet getrainde wandelaars, te lopen zijn. Het zijn op zich voor hier dure overnachtingen maar het back to nature gevoel is ook wat waard.

Je moet wat om op je werk te komen met droge voeten

Je moet wat om op je werk te komen met droge voeten

Dat er in Maluku en Papua (Molukken en voormalig Nederlands Nieuw Guinea) veel armoe heerste had ik gezien hun ligging wel verwacht maar dat Bali in dit rijtje voorkomt eigenlijk niet. Het blijkt dat naast de gebieden waar toerisme is er verder weinig verdiend wordt en als je op de kaart kijkt dan is het gebied rond Kuta en Sanur gigantisch groot. Vandaar dat je als je over het eiland trekt je overal bedelende kinderen en ouderen aantreft.

L. heeft het nog redelijk druk met haar kralen business en ongeveer iedere week zit ze wel in de kralenwinkel om nog wat technieken te leren. Haar moeder en zus verkopen nog het meest en op die manier is het een familie bedrijf in het klein.

Op Sumatra was de politie ook eens fanatiek en arresteerden in 1 keer 173 verdachten die ze waarschijnlijk al langer op het oog hadden want ze vonden ook 230 gestolen motoren, 5 auto’s en een hoop wapens waaronder 2 pistolen. Hier zetten ze je meteen langdurig vast dus gaat het criminaliteit cijfer per direct naar beneden. Dat soort lieden voelen zich omdat ze vrijwel nooit gepakt worden op den duur immuun voor de politie. Wanneer er geen drang achter zit krijgt de lokale politie meest ook geld van deze groepen onder tafel door en kijkt de andere kant op.

In Jambi op Sumatra was een hevige botsing tussen de politie en een grote groep boeren. De boeren blijven bezig met het platbranden van oerwoud om aan gratis bouwgrond te komen. Ieder jaar een nieuw stuk. Door de politiek gedwongen slaat de politie er nu harder toe en ze sloegen de laatste keer een van de boeren dood. Grote protest demonstraties maar de politie blijft onbestraft en de boer dood.

De man van een van mijn collega’s had vrijdag een motorongeluk. Hij lag aan de zijkant van de straat en kon zich niet meer bewegen en niemand die hem hielp. ‘s Avonds stopte een motorrijder die zijn i.d. kaart uit zijn portemonnee haalde en beloofde te bellen. Zijn vrouw wist niet waar hij was en werd ook niet gebeld. De volgende dag lag hij er nog steeds en een van de ojeks, (motortaxi), stopte en vroeg lig je er nou nog steeds en deze man hees het slachtoffer samen met een collega achter op zijn motor en bracht hem thuis. Zijn vrouw wist ook niet wat te doen en hoopte op beter. ‘s Middags overleed hij zonder enige medische hulp gehad te hebben. Door de klap bleken de helft van zijn hersenen niet meer te werken. Man weg portemonnee weg en motor weg. Wat een ongelooflijk leed en verdriet, geen verzekering en geen enkele uitkering. We hebben haar salaris wat opgetrokken en ze moet het nu verder alleen doen. Dat is echt bikkelhard.
Groetjes Lien en Frank

 

70 Years peace in west Australia

Memories

74 years ago the Japanese forces launched a cowardly attack at Pearl Harbor and a couple weeks later also swept into the Dutch-Indies and attacked unprepared Darwin the northern Australian city.

73 years ago refuges and soldiers fleeing from the Japanese invasion were arriving in large numbers on the coast of west Australia. The city of Broome with its airfield and convenient located harbor was very suitable for flying boats. And Broome was an ideal passed through town on their way south for the couple of thousands mostly Dutch refugees, including many women and children.

Broome, west Australia

73 years ago nine Japanese fighter planes left Koepang, arrived over Roebuck Bay couple hours later and started destroying flying boats (Dorniers and Catalinas) of the Dutch, British, US and a pair Empire class of Australian flying boats. They were all burned and/or sunk. At the Broome airfield strip all the planes, like US B-17 and B-24 bombers and Dutch Douglas DC-3 transporters were destroyed. Not one plane survived the Japanese attack.

73 years ago dozens of people lost their lives during this cowardly attack on the city of Broome.
Many Dutch women and their children were trapped in the flying boats at anchor in the harbor. Many others were burned into the flames. Others jumped into the water to swim to the shore, but instead drowned or attacked by sharks. Many Dutch bodies were first buried in the Broome War Cemetery and later reburied in a special area called Karrakatta Cemetery in the city of Perth. Many could not be identified and lie in unmarked graves.

73 years ago the Japanese army invaded Java. Timothy van der Kuil, who was a cost estimator in the printing and publishing industry, got enlisted as soldier in the “StadsWacht” (A special military group to protect the City). Later this group must have been taken over by the Dutch KNIL army. And as a KNIL soldier Tim became a prisoner of war and ended up in the Struiswijk jail in Batavia.

71 years ago Timothy van der Kuil was boarded and packed on the ship the Junyo Maru together with 1377 Dutch, 64 British and Australian, and 8 American prisoners of war along with 4200 Javanese slave laborers (romushas). They headed to Sumatra to work on the Pakan Baru railway on the island of Sumatra.
As was common on these hell ships, between the decks, the Japanese had inserted a layer of bamboo scaffolding to make extra decks. The holds were crammed with bunks three or four deep. Every level was jammed with prisoners. Many were very weak and sick and suffered from malaria and/or dysentery. There was not enough water and no latrine facilities. Some died and others went mad. The Japs ignored to indicate the red cross on this 5000 tons ship while transporting Pow’s and prisoners and the British submarine Tradewind torpedoed and sank the Junyo Maru. An estimated 5620 prisoners died including Timothy van der Kuil.

73 years ago the Japanese set up concentration camps like Tjideng, a suburb of Batavia with many small houses. The kempeitai Kenichi Sonei was notorious for his cruelty and barbaric acts.
The camp started with 2000 women and children prisoners and grew in population to an overcrowding of 10500. Despite all the cruelties, lack of medication and hunger mother van der Kuil, her daughter and son Peter, who was only about 3 years old survived this Tjideng camp.

Some 15 years ago Peter started to research his past in Tjideng camp and that of his father and created two websites for that purpose http://members.iinet.net.au/~vanderkp/tjideng.html and http://members.iinet.net.au/~vanderkp/junyopg1.html and both are also located on Peter’s page file:///C:/Users/Owner/Desktop/Peter’s%20research%20project.html

Peter van der Kuil and Bill Zitman in Perth

Peter van der Kuil and Bill Zitman in Perth

But when Peter died, Bill Zitman, an Indo who lives and runs his business in Perth, decided to finish the work Peter started and contacted Jacq. Z Brijl, retired L.C. of the Dutch Army.
Mr. Jacq Z. Brijl, who lives in The Hague, Netherlands his mission, is to get all KNIL men, who were forced to work at the Birma and the Pakan Baru railroad, a Mobilisatie Oorlogskruis.

 

Georgina and Serena

MOK

MOK

Last Saturday, May 2, 2015 a gets together was held at the Dutch Annex Australian War Memorial remembering the liberation of the Netherlands 70 years ago. It was a sunny morning when the ceremony was held in the open air on the walled grass field of Karrakatta Cemetery in the city of Perth. Among the many were also the Foreign Minister of Australia, Julie Bishop and the Ambassador of The Netherlands for Australia, Annemieke Ruigrok. Both came from Canberra on the east coast of Australia.

At the end of the Memorial Ceremony the Dutch Ambassador handed Georgina van der Kuil the “Mobilisatie-Oorlogskruis”. Especially for Georgina but also for the family van der Kuil and all the other attendees an emotional and happy occurrence to receive the acknowledgment for her grandfather. Peter started the research of what happened to his father and now the sisters Georgina and Victoria, and their mother Serena can close the book.

Bill Zitman writing to me says it all: I shall not go into the translation of this report, but it mentions the venue with a historical link – the atmosphere – those present (of importance) – our combined emotional feelings to the ceremony – Peter’s search for answers – the closure obtained (with regards to Tim) and a ‘thank you’ to Jacq Brijl.

Voorheen Nederlandsch Indie

Drie documentaire films “Voorheen Nederlandsch Indie”.

De Avro heeft in de Jaren 90 een documentaire reeks met de titel “Voorheen Nederlandsch Indie” op tv uitgebracht en nu is deze 3-delige film reeks via YouTube te bewonderen.
Deze 3 YouTube films breng de kijker terug in de roerige Indische koloniale tijd van voor de oorlog, de Japanse bezetting gedurende de tweede wereld oorlog en hun concentratie kampen, de Bersiap periode direct na de oorlog en de daarop volgende onafhankelijkheid strijd van Indonesië tussen 1945-1949, waarna op 27 december 1949 Indonesië onafhankelijk werd.

Deel 1: https://www.youtube.com/watch?v=gvRudG3iowY
deel 2: https://www.youtube.com/watch?v=aZb3-SgCsOs
deel 3: https://www.youtube.com/watch?v=6IcjFxcReCA