Archives for April 2014

Vrouwenkamp Bangkinang

Door het oog van de naald gekropen en niet ver af van totally liquidatie door de Jappen!

Tekeningen zijn gemaakt door wijlen H Volke-Freeth en die zijn nagelaten aan Gerdy Ungerer, die weer mij het volle recht heeft gegeven ze te publiceren.
Op 17 maart 1942 namen de Jappen bezit van Fort de Kock. In mei 1942  werden we als gevangenen opgenomen in de Missie Complex te Padang, waarna in oktober 1943 iedereen werd overgebracht naar de gevangenis de Boei waar velen de ziekte dysenterie opliepen. Uiteindelijk werden in december 1943 alle gevangenen, vrouwen en kinderen, op transport gezet naar het concentratie kamp in Bangkinang.

De Jappen hadden met een stel geronselde Indonesiërs net buiten het plaatsje Bangkinang een hele rubberplantage kaal gemaakt en 7 barakken opgezet. Het kamp was speciaal voor interneringsdoeleinden gebouwd en bestond uit o.a. uit 4 grote en 1 kleine woonloods. De grote loods was 60×10 meter en de kleine 30×10 meter. Zij waren van hout opgetrokken met atap daken. De ligplaatsen waren in 4 rijen van twee verdiepingen aangebracht, waarvan de bovenste door vertikale ladders te bereiken waren.

Daar moesten we naar toe. We zijn met geblindeerde goederenwagons s ’nachts van Padang naar Pajakombo getransporteerd en
vandaar met open vrachtwagens zonder banken naar Bangkinang vervoerd. De tocht liep via een zig zag weg naar Pajakumbo en nam 8 uren in beslag zonder eten en drinken. Het kamp was helemaal omheind met 5 tot 7 meter hoge planken en daarboven prikkeldraad. Op iedere hoek een wachthuisje met bewaker. De hoofdpoort was groot en de vrachtwagens konden dus naar binnen.
Maar doordat er een riviertje bij het kamp stroomde was de hygiëne een stuk verbeterd.

Midden op de dag kwamen we aan en moesten buiten in de brandende hitte blijven staan, zodat de Jappen de gevangenen konden tellen. Tellen konden ze echter niet en dus deden ze het iedere keer opnieuw. Tot een paar van de dames besloten de Jap te helpen en de telling op hun te nemen.

Gedurende de maanden en jaren van gevangenschap was het eten slecht en zeer schaars en door de hitte werden veel mensen ziek, maar medicijnen werden niet ter beschikking gesteld en door een tekort aan vitaminen liepen velen ook de ziekte Berry Berry of hongeroedeem op.

Echter in een ding zijn de Jappen nooit geslaagd. Ze hebben vele malen geprobeerd om jonge meisjes en vrouwen in de leeftijd van 15 tot 25 mee te nemen, zogenaamd om te werk gesteld te worden als serveersters, maar in werkelijkheid om van deze vrouwen troostmeisjes te maken. Volgens de Japanse Keizer was dat een noodzakelijk recht van de Japanse man. Echter de vrouwen die het kamp leiden zijn er in geslaagd dat te voorkomen, soms met handgemeen.

Eindelijk is het zover. 21 Augustus 1945 kwam het officiële bericht dat de strijd geëindigd is. Ons werd medegedeeld dat de Japanse keizer de oorlog had beëindigd, doordat de Amerikanen verschrikkelijke bommen op Japan had geworpen. De atoombom heeft het leven gered van ontzaglijk veel geïnterneerden en krijgsgevangenen, die aan het einde van hun latijn waren. Ook natuurlijk van duizenden Amerikaanse soldaten, die bij een landing op de Japanse eilanden het leven zouden hebben verloren.
We verwachten het wel, want we kregen plotseling meer bras, meer olie, meer groenten – eindelijk genoeg om te eten. Opeens was er suiker, kip, vis, enz. Medicijnen werden in ruime hoeveelheden aangevoerd en juist die, waaraan steeds zo’n tekort had bestaan. Het was er dus wel, maar die Jappen gaven het ons niet.

Het had zeker 50% van onze doden gescheeld.

Slechts een korte tijd voor onze plotselinge bevrijding maakten de Japanners nog bekend dat de geallieerden onder andere ook begonnen waren met het beschieten en bombarderen van interneringskampen. Er moesten nu dus direct schuil loopgraven bij het kamp gemaakt worden. Zulks gebeurde vanzelfsprekend.
In samenhang met het feit dat ook machinegeweren werden gesignaleerd, wordt onder geïnterneerden wel verondersteld of zelfs als vaststaand aangenomen, dat wij door het oog van de naald zijn gekropen en absoluut niet ver af zijn geweest van totale liquidatie door de Jappen.

Helleschip de Junyo Maru

Grootste scheepsramp ooit, die plaats vond in de Indonesische wateren gedurende de tweede wereld oorlog!

In het oude Batavia werden krijgsgevangenen van verschillende nationaliteiten vastgehouden. Nieuwe gevangenen uit andere delen van de archipel werden naar andere kazernes en gevangenissen getransporteerd. Deze gevangenen werden zeer slecht behandeld en meestal kregen ze niet te horen waar ze heen werden gebracht of wat er met hen zou gebeuren.
Een groep van ongeveer 1600 mannen, die eerder door de Jappen gezond waren verklaard, bereidde zich in de nacht van 15 op 16 september 1944 voor een transport. Hun werd verder geen informatie verstrekt waar de reis hen zou brengen. Deze groep bestond uit Britse, Australische en Amerikaanse gevangen militairen, een groep KNIL militairen bestaande uit Nederlanders, Ambonezen en Manadonezen. Daarnaast was er nog een kleine groep van burgers en zeelieden.

De hele groep werd op vrijdagmorgen, 15 september, per trein vanaf het station Pasar Senen naar de haven van Tanjung Priok, vervoerd. En in de haven lag een oud en verroest schip dat de Junyo Maru bleek te zijn.
Bij aankomst in de haven werden ruim 4200 Romoesja’s in het ruim gestouwd. Vervolgens werd de groep die per trein naar de haven was aangevoerd, bestaande uit ongeveer 1377 Nederlanders en ongeveer 1100 Britse en Amerikaanse krijgsgevangenen, het schip ingedreven. Het schip vertrok op zaterdag 16 september 1944 met 6343 gevangenen naar Sumatra om te werkgesteld te worden op de 220 km Sumatra spoorweg tussen Pakan Baru en Muaro. Het schip had vermoedelijk 100 Japanners aan boord, dat er erg oud uit zag en in zeer slechte staat verkeerde.

Door de hitte en de viezigheid braken ziekten als dysenterie uit. Het beetje water, dat aanwezig was, was alleen bestemd voor de Japanners en de gezondheid vcan de gevangen ging snel achteruit.
De hitte was ondraaglijk en het schip belande in zeer slecht weer. Door uitputting waren er al enkele gevangen gestorven, die zonder ceremonie over boord werden gegooid. Op maandagmiddag, 18 september, deed een zware explosie het schip schudden en onderdelen vlogen alle kanten op. Om paniek te voorkomen werd door de Japanners meegedeeld dat ze motor storing hadden. Kort erna was er een tweede explosie. Overlevenden kropen over elkaar heen, liepen naar het dek en sprongen in zee, ook al konden velen niet eens zwemmen. Uiteindelijk duurde het twintig minuten voordat het schip zonk op 15 km ten westen van Bengkulen voor de wetskust van Sumatra.
De Junyo Maru werd op 18 september 1944 getorpodeerd door de Britse onderzeeboot HMS Tradewind en van de 6343 gevangenen werden er alleen 680 militairen en 200 Javaanse werkslaven door de Japanse boten uit het water gevist.

Eind 1942 had het Internationale Rode Kruis er bij Japan op aangedrongen om de Conventie van Geneve te respecteren. Dit betekende dat Japan zich moest houden aan de voorschriften over bijvoorbeeld de wijze waarop men om dient te gaan met krijgsgevangen. Zo moest bij vervoer van gevangenen een groot rood kruis zichtbaar zijn, opdat de geallieerden konden weten dat het schip met rust gelaten moest worden.

Op haar laatste reis voerde de Junyo Maru echter geen rood kruis!

Het is een van de grootste scheepsrampen in de geschiedenis met bijna vier keer (5463) zoveel doden als bij de Titanic in april 1912 zo’n 1500 slachtoffers vielen.

Getallen en gegevens heb ik verzameld via de internet omdat 2 mensen onafhankelijk van elkaar en binnen een week mij gevraagd hebben of ik iets wist van de allergrootste scheepsramp, die plaats vond gedurende de tweede wereld oorlog. Op de volgende internet site kunt U nog meer van deze gruwelijke scheepsramp lezen.
http://members.iinet.au/~vanderkp/junyopg1.html/

Ronny Geenen: http://MyIndoWorld.com/